Ondernemer beticht Akzo Nobel van diefstal van intellectueel eigendom; Een twist over buigzame zonnecellen

Toen de ondernemer Peter van der Vleuten op de mogelijkheid van buigzame zonnecellen stuitte zocht hij naar samenwerking met anderen om dat idee in de praktijk te brengen. Een van de partners werd Akzo Nobel. Maar het liep helemaal mis. Sinds oktober 1996 is Van der Vleuten in een juridische strijd gewikkeld over de vraag of Akzo Nobel met zijn idee aan de haal is gegaan.

'Ieder weldenkend mens zal zeggen dat Akzo Nobel niet zuiver heeft gehandeld. Maar alle pogingen om deze kwestie in der minne te schikken, zijn stukgelopen. Er rest mij nu geen andere weg meer dan via een juridische procedure mijn recht te halen.'' Dit zegt Peter van der Vleuten, directeur/eigenaar van Chip Market Europe, importeur en distributeur van computergeheugens in Eindhoven.

Ruim twee jaar geleden zette Van der Vleuten een project op om buigzame zonnecellen op dunne folie te gaan produceren. Op zijn verzoek nam ook Akzo Nobel deel aan het project omdat de Arnhemse multinational de benodigde kunststof voor de folie kon leveren. Toen het project, waarmee ruim 20 miljoen gulden was gemoeid, een eind gevorderd was, ging Akzo zijn eigen weg - of, zoals Van der Vleuten zegt “ging het concern er met mijn intellectuele eigendom vandoor”.

Sinds ruim een jaar probeert Van der Vleuten alsnog met Akzo tot overeenstemming te komen. Onderhandelingen, een procedure voor de Arnhemse rechtbank, en een poging tot bemiddeling bleven zonder resultaat. “In januari heb ik besloten de procedure voort te zetten omdat we mijlenver van elkaar af blijven staan. Ik wil mijn recht halen, al is mijn project nu volledig kapot en heb ik, althans in Nederland, geen perspectief meer.” De procedure moet resulteren in een claim van ruim 20 miljoen gulden aan directe schade en een nog nader te bepalen bedrag wegens derving van potentiële winst.

Schone zonne-energie heeft een grote toekomst, is de overtuiging van Peter van der Vleuten. En niet alleen van hem: enkele maanden geleden kondigde Shell aan dat het 500 miljoen dollar in de ontwikkeling van zonne-energie gaat steken. Van der Vleutens project, waarin hij zelf een miljoen gulden wilde investeren, moest uiteindelijk resulteren in een fabriek voor buigzame zonnecellen op folie die wellicht al in 2010 een omzet van 400 à 500 miljoen gulden zou maken. “Maar het gaat niet om deze bedragen. Akzo heeft mij onheus en unfair behandeld en daar leg ik me niet bij neer”, aldus de Eindhovense ondernemer, die als eigenaar van een holding met belangen in vijf andere bedrijven zijn kaarten heeft gezet op de ontwikkeling - in het buitenland - van zonne-energie.

Van der Vleuten, die bij multinationals als Philips, Texas Instruments en het Japanse NEC werkte voor hij voor zichzelf begon, ontdekte enkele jaren geleden bij een klein Amerikaans bedrijf “in een universitaire omgeving” dat het mogelijk is dunne en buigzame zonnecellen via een proces van verdamping op kunststoffolie aan te brengen. Kunststoffolie is ook dun en buigzaam en dus gemakkelijk toepasbaar in allerlei vormen. Een groot verschil met de huidige zonnepanelen, die bestaan uit metaal of glas waarop (zware) siliciumcellen zijn aangebracht die het opgevangen zonlicht omzetten in elektriciteit.

Van der Vleuten besprak zijn idee met de NOVEM, een 'loket' van het ministerie van Economische Zaken dat subsidie verleent voor energie- en milieuprojecten die bijdragen aan de ontwikkeling en toepassing van duurzame energie. Op aanraden van NOVEM legde hij contacten met wetenschappers aan de universiteiten van Utrecht, Delft en Eindhoven met kennis op het gebied van zogenaamde dunne film-zonnecellen. “Ik besloot om de benodigde kennis in Nederland bij elkaar te gaan harken, met als doel in Nederland buigzame zonnecellen op folie te gaan maken”, zegt Van der Vleuten.

Behalve deskundigen van de drie genoemde universiteiten “die zich enthousiast toonden”, legde Van der Vleuten contact met TNO in Delft, dat weet hoe kennis in industriële productie kan worden omgezet. TNO-TPD te Eindhoven werd ingeschakeld omdat daar expertise is over het 'opdampen' van dunne lagen op kunststof. “Daarna ben ik de industrie langs gegaan. Philips had geen interesse, maar bij Akzo Nobel was de directeur new business enthousiast, evenals de directeur research.” De twee Akzo-directeuren vertelden dat het concern aan nieuwe soorten kunststoffolies werkte die als potentieel dragermateriaal voor de zonnecellen zouden kunnen worden gebruikt.

Begin 1996 werd besloten tot de vorming van een projectgroep, bestaande uit wetenschappers van de drie universiteiten, TNO, Akzo Nobel en Van der Vleuten, de initiatiefnemer die als 'penvoerder' voor de subsidieaanvraag zou optreden. Het project dat vervolgens werd opgesteld, voorzag in een uitgave van 22 miljoen gulden in vijf jaar, waarvan de helft uit subsidiegelden zou komen. Het besluit over het toekennen van een subsidie was voorbehouden aan een eveneens door Economische Zaken in het leven geroepen orgaan getiteld 'Economie, Ecologie en Technologie' (EET), waarin de NOVEM vertegenwoordigd is. Van der Vleuten zou een miljoen in het project steken en Akzo en de drie universiteiten namen in beginsel voor eigen rekening deel.

Bij de zogenaamde kick off-vergadering van de projectgroep bij NOVEM was het Arnhemse concern vertegenwoordigd door E. van Andel, een wetenschappelijk medewerker die volgens Van der Vleuten “lauw was en bezwaren opwierp”. Niettemin gaf EET, dat al enig vooronderzoek had betaald, enige tijd later het groene licht, maar wel met de aanbeveling het beoogde consortium te versterken met een bedrijf dat kennis in productietechnieken kan omzetten. Op een volgende bijeenkomst van de projectgroep gaf de directeur ontwikkeling van Akzo Nobel aan dat het concern een zwaardere rol in het project wilde spelen. Wij komen daar bij u op terug, kreeg Van der Vleuten te horen. “Ik verwachtte dus een telefoontje, maar dat kwam niet.”

De definitieve subsidieaanvraag moest voor eind oktober 1996 bij de EET worden ingediend. Begin augustus besprak de projectgroep de vraag of er een consortiumovereenkomst moest worden gesloten. Van der Vleuten: “Ik vond dat geen urgentie. Afgesproken werd dat TNO en Akzo Nobel zouden bekijken of zij een soort standaardovereenkomst zouden kunnen voorleggen. TNO kwam daar later inderdaad mee. Akzo Nobel stelde eveneens een dergelijke overeenkomst op, maar stuurde die naar alle deelnemers behalve naar mij. Toen ik daar achter kwam en bij Akzo Nobel navraag deed, kreeg ik te horen dat een secretaresse waarschijnlijk een vergissing had begaan.” Van der Vleuten wachtte een nog onaangenamer verrassing toen hij de concept-overeenkomst onder ogen kreeg - “alle exploitatierechten gingen naar Akzo Nobel”. Van der Vleuten liet Akzo weten dat hij zijn eigen bedrijf, Chip Market Europe (CME), vermeld wilde zien overal waar het Arnhemse concern als rechthebbende werd opgevoerd. De 'penvoerder' moest ook vaststellen dat Akzo Nobel, zonder hem in te lichten, met EET overleg had gevoerd.

Diezelfde maand augustus was er nog iets gebeurd. Akzo Nobel had, eveneens in overleg met de projectgroep, onderzoek verricht naar de kostprijs van de productie van de nieuwe zonnecellen. Daarbij ging het volgens Van der Vleuten om een gemeenschappelijk ontwikkeld concept, met als kern het gebruik van tijdelijk dragermateriaal. “Dit idee was door een van de wetenschappers ingebracht naar aanleiding van een publicatie van het Japanse bedrijf Sanyo uit 1990. De kostprijsberekening toonde aan dat de productie van de nieuwe zonnecellen volgens dit concept goedkoop kon plaatsvinden.”

Van der Vleuten nam maatregelen. Hij sloot Akzo Nobel uit van de volgende bijeenkomst (op 16 september 1996) van de projectgroep zolang geen overeenstemming zou zijn bereikt over de exploitatierechten. En hij zocht het hogerop. Hij benaderde executive vice-president van Akzo Nobel J.F. Sistermans, die hem in een brief dd. 17 september 1996 verzekerde dat “Akzo Nobel op dit ogenblik niet de leidende rol ambieert”. Op 23 september volgde een gesprek met twee hoge Akzo-functionarissen, G. Boorsma en J.W. Postma, beiden van de afdeling Strategy & Technologie. “Wij willen een leidende rol bij de productie en de exploitatie”, kreeg Van der Vleuten te horen. De Eindhovenaar eiste een aandeel in de onderneming die de nieuwe zonnecellen zou gaan maken en verkopen. De Akzo-vertegenwoordigers reageerden koeltjes met de mededeling dat Akzo Nobel zou doorzetten, zegt Van der Vleuten, “ook als we het niet eens zouden worden”.

Tegenover de stelling van Van der Vleuten dat het project zijn intellectuele eigendom was, trokken de Akzo-mannen meteen een juridische defensie op. Van der Vleuten: “Ze stelden dat er nooit een geheimhoudingscontract was getekend en dat de kennis die we verzameld hadden, evenmin aan iemand toebehoorde maar vrij verkrijgbaar was in het publieke domein.” Wel had Akzo een troostprijs. Het concern was bereid Van der Vleuten als 'genoegdoening' een royalty te geven van een half procent gedurende vijf jaar. Van der Vleuten: “Peanuts. Dat heb ik afgewezen. Want ik wilde deelnemen in een bedrijf - voor 25 of voor 75 procent, daar kon over gesproken worden. Maar Akzo wilde beslist voor 100 procent eigenaar worden.”

De klap op de vuurpijl volgde spoedig daarna. Nadat de projectgroep had besloten octrooi aan te vragen op de verzamelde kennis, bleek dat het Arnhemse concern Van der Vleuten c.s. te snel af was geweest. Twee dagen voor de projectgroep een besluit over de octrooiaanvrage zou nemen, kwam een fax van Akzo met de mededeling dat octrooi was aangevraagd op 'flexibele zonnecellen op flexibel dragermateriaal'. Van der Vleuten: “Iedereen was hoogst ontstemd. De zaak was goed kapot. Toen ben ik een advocaat gaan zoeken.”

De deadline voor het aanvragen van de definitieve subsidie bij de EET was inmiddels zeer dicht genaderd. Van der Vleuten: “Tot een uur voor sluiting van de termijn is er nog onderhandeld. Maar alles liep stuk op het verzet van Akzo. Resultaat: geen subsidieaanvraag en dus geen perspectief meer.”

Akzo Nobel bevestigt van zijn kant in grote lijnen de gang van zaken zoals hierboven is vermeld. Het concern erkent dat het de exploitatierechten voor zich opeiste. “Akzo Nobel was bereid de door EET aanbevolen rol van industriële partner op zich te nemen, mits er een deugdelijk businessplan zou komen, en er een aanzienlijk goedkoper product- en productieconcept ontwikkeld zou worden (Akzo Nobel had hierin reeds voorzien door haar nieuwe technologie en was bereid die in te brengen). Het gevolg hiervan zou zijn geweest dat Akzo Nobel een vele miljoenen kostende pilot plant voor eigen rekening en risico zou moeten oprichten. Uiteraard dient men dan ook over de benodigde exploitatierechten te beschikken. “Uitgangspunt is daarbij steeds geweest dat iedere daarbij betrokken partner naar de mate van zijn inbreng een vergoeding zou ontvangen.” En: “Van der Vleuten wilde alle exploitatierechten zelf hebben. Dat was voor Akzo Nobel natuurlijk niet acceptabel.”

Van der Vleuten is “ernstig teleurgesteld” over het beleid van Akzo. “Bij Philips of Shell zijn dergelijke praktijken onbestaanbaar, daar ben ik van overtuigd”, zegt hij. Op zijn aankondiging dat hij met een claim tegen Akzo zou komen, reageerde het Arnhemse concern op 30 oktober 1996 'verbaasd'. Het concern beklemtoonde dat het een “geheel nieuw productconcept en productieproces” had ontwikkeld. “Dit concept verschilt geheel van het oorspronkelijke concept en is daar op geen enkele wijze op gebaseerd.”

Van der Vleuten erkent dat Akzo eigen elementen in het productieconcept heeft aangedragen. “Maar de juridische stelling dat er sprake is van een geheel nieuw concept, is op zijn minst overgewaardeerd.” Pikant is in dit verband de boodschap die de Akzo-vertegenwoordiger in de projectgroep, E. van Andel, op 20 september 1996 verstuurde naar de overige deelnemers in de groep behalve Van der Vleuten. Drie dagen nadat vice-president Sistermans Chip Market Europe (CME) had verzekerd “dat Akzo Nobel op dit moment niet de leidende rol ambieert” schreef Van Andel: “Inmiddels hebben we besloten met het project door te gaan, met jullie als jullie dat willen, ook wanneer we het niet met CME eens worden. Zonder jullie heeft het project voor ons overigens geen zin omdat wij geen zonnecellen kunnen maken, maar alleen in samenwerking met jullie het proces kunnen opschalen.” TNO, om een reactie gevraagd over de kwaliteit van het project voordat het misging tussen Van der Vleuten en Akzo Nobel, onthoudt zich van een mening. “Wij zijn neutraal en dat willen we graag zo houden”, aldus een TNO-woordvoerder.

Voorafgaand aan het formuleren van de schadeclaim werden het afgelopen jaar voor de Arnhemse rechtbank getuigen verhoord. Daarop volgde sinds de zomer een bemiddelingspoging die volgens Van der Vleuten “geen basis voor een minnelijke schikking” heeft opgeleverd. Daarop hervatte Van der Vleuten in januari de procedure die moet leiden tot een schadeclaim. Akzo Nobel noemt het in een reactie “spijtig dat Van der Vleuten de bemiddelingspoging heeft afgebroken ondanks de uitstekende werkzaamheden van de bemiddelaar”. Voorts wijst Akzo Nobel erop dat uit het getuigenverhoor “zonneklaar blijkt dat de beschuldigingen als zou Akzo Nobel diefstal hebben gepleegd en onrechtmatig gehandeld zou hebben, iedere grond ontberen”.

Van der Vleuten: “In procedures nemen de zaken een heel andere wending. Dan gaat het om vragen als 'is er sprake van pre-contractuele contractbreuk' en 'wat is juridisch verwijtbaar'. Mij gaat het in de eerste plaats om common sense. Ik geloof nog steeds dat elk weldenkend mens zal zeggen dat het optreden van Akzo simpelweg niet deugt.”

Akzo Nobel noemt dit op zijn beurt een 'volstrekt valse voorstelling van zaken'. “Gedurende de vele met Van der Vleuten gevoerde gesprekken bood hij steeds aan zich terug te trekken uit het project indien daartegenover voldoende geld zou staan. De bedragen die Van der Vleuten meende te moeten vragen, waren gelet op zijn inbreng [...] buiten proporties. Kortom, het hele geschil gaat hem om geld en niet om ethisch zakendoen...”

Van der Vleuten: “Ik heb minister Wijers (Economische Zaken) en Van Lede, voorzitter van de Raad van Bestuur van Akzo, als weldenkende mensen aangeschreven om tot een oplossing te komen. Het antwoord van Akzo was nietszeggend. Op een reactie van Wijers wacht ik nog.”