Melkert-banen dure en niet ideale oplossing

De Melkert-banen zijn te duur. Beter zou het zijn de laagstbetaalde banen te subsidiëren. Dat houdt prof. W. Derksen zijn partijgenoot minister Melkert (PvdA) voor.

DEN HAAG, 26 FEBR. Mensen die jaren werkloos zijn geweest maar die nu met een subsidie van de overheid werken in het plantsoen of op de tram, mogen zich in deze verkiezingstijd verheugen in de groeiende aandacht van de politiek. Hun maandinkomen heeft althans de PvdA en de VVD de afgelopen week stof gegeven voor wat verbale uithalen over en weer, met Melkert (PvdA), minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorlopig als laatste spreker.

Maar de politici voeren geen werkelijke discussie over het scheppen van banen met overheidsgeld, vindt Wim Derksen, hoogleraar bestuurskunde en lid van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). “De mogelijk nadelige effecten van dit beleid zijn verzwegen onderwerpen in Den Haag”, zei Derksen gisteren bij de presentatie van een rapport dat hij heeft geschreven voor Wiarda Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Het rapport Het werk moet lonen gaat officieel over de manier waarop gemeenten banen kunnen scheppen of stimuleren. In feite zet Derksen op vriendelijke toon ook kanttekeningen bij het werkgelegenheidsbeleid van zijn partijgenoot Melkert. De politicus die het rapport in ontvangst nam, leek dat ook zo op te vatten. “Het rapport doet geen onrecht aan het beleid, ook niet helemaal recht”, zei Melkert zuinig.

Melkert-banen lijken op het eerste gezicht het Ei van Colombus. Nederland kent een groot contingent van langdurig werklozen die mogelijk nooit meer een baan krijgen. Uit een maatschappelijk gevoel van onveiligheid en onbehagen blijkt tegelijkertijd de behoefte aan bijvoorbeeld stadswachten en conducteurs op de tram. Met het subsidiëren van 40.000 maatschappelijk nuttige betrekkingen lijkt het kabinet-Kok dan ook twee vliegen in één klap te slaan: werk voor kansarmen en dienstverlening voor de samenleving.

Maar Derksen vraagt zich af of de 40.000 gulden per baan wel goed is besteed. Neem de Specifieke Afdrachtkorting (SPAK), de subsidie voor bedrijven die mensen met een laag loon in dienst nemen. Dat kost dan wel 800 miljoen gulden per jaar, maar het heeft wel zo'n 60.000 banen opgeleverd. Een SPAK-baan kost zo per saldo een derde van de Melkert-baan. Zelfs de goedkopere Melkert-banen in de marktsector (Melkert II in het jargon) kosten nog altijd anderhalf keer zo veel als de SPAK-banen.

Een ander voorbeeld van Derksen is de gemeente Rotterdam, die met een (eenmalige) investering in de Merwedehaven en de Botlek zo'n 12.000 banen tegen 15.000 gulden per baan wist te scheppen. “Als de nieuwe investeringsplannen van Rotterdam in het Eem-Waalhaven gebied en kringloopbedrijven net zoveel werk opleveren, zou ik zeggen: stop het geld liever daarin dan in Melkert-banen”, zei Derksen gisteren na de presentatie van zijn rapport.

De zwakte van de huidige banensubsidies is volgens Derksen juist het feit dat overheid twee vliegen in één klap wil slaan. Derksen onderscheidt het 'aanbod'-beleid, het aan het werk helpen van werklozen die nu vaak al jaren in de kaartenbak van de arbeidsbureaus staan, en het 'vraag'-beleid, het eenvoudigweg scheppen van werkgelegenheid. De banenplannen van de overheid zijn volgens hem een mengeling van deze twee doelen, die elkaar in feite verzwakken.

Het meest opvallende voorbeeld daarvan is het streven om vervallen wijken in grote steden er bovenop te helpen. In de ogen van Derksen is de overheid daarbij al niet erg gul: “Waarom de erfpacht niet afgeschaft in oude stadswijken? Waarom de onroerendezaakbelasting voor bedrijven niet verlaagd?”

De vermenging van doelen verhult ook de nadelige effecten van banenplannen, waarvoor Derksen enkele sterke aanwijzingen heeft gevonden. Het traditionele bezwaar van werkgevers en ook vakbonden is de 'verdringing' van bestaande banen door wat nogal denigrerend wordt aangeduid als 'kunstbanen'. De overheid is op haar beurt weer bevreesd voor 'afroming' van de kaartenbakken, waaruit bedrijven voor hun gesubsidieerde banen de best gekwalificeerde werklozen vissen.

“Helaas houden politici er niet van om uitgebreid op de nadelen in te gaan. Afroming, verdringing en bureaucratie zijn vaak verzwegen onderwerpen”, constateert Derksen. En ook al weet niemand hoe sterk deze verschijnselen zijn, de politiek moet toch grenzen aangeven: “Hoeveel reguliere banen mogen worden verdrongen om te bewerkstelligen dat duizend langdurig werklozen aan bod komen? Hoeveel mensen 'achter uit de bak' moeten minimaal aan bod komen?”

Derksen pleit ervoor om de banenplannen te zuiveren en deze op te delen in 'aanbod-plannen' en 'vraag-plannen'. Voor mensen die door een handicap of een enorme achterstand kansloos zijn, moeten er hoe dan ook banen zijn in sociale werkplaatsen en banenpools, zonder dat zij per se economisch of maatschappelijk nuttig zijn. De maatregelen die vooral gericht zijn op het stimuleren van werk moeten zich niet meer bezighouden met de meest kansarme werklozen.

De Melkert-banen kunnen volgens Derksen dan ook beter worden vervangen door de subsidiëring van de laagstbetaalde banen bij de gemeenten en de zorginstellingen. Dat betekent een uitbreiding van de inmiddels twee jaar oude subsidieregelingen voor lage lonen, die ook op het conto van Melkert kunnen worden geschreven. En hoewel Melkert de laatste tijd nadrukkelijk de boer is opgegaan met een opwaardering van 'zijn' banen, sluit de aanbeveling van Derksen naadloos aan op zijn streven om van Melkert-banen uiteindelijk reguliere banen bij gemeenten te maken.

Nederlandse roddelbladen pikken de spraakmakende getallen regelmatig met gretigheid op. In Privé viel in 1987 de kop te lezen: 'Expert onthult geheim, Oranjes bezitten minstens 7 miljard'. Prinses Juliana ontstak daarover in woede in een vraaggesprek met Maartje van Weegen waarin zij zei “weerloos” te zijn tegen dit soort “flauwekul”.