Magritte-wandelingen door Brussel

Volgende week vrijdag opent in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel de prestigieuze retrospectieve van Magrittes oeuvre. De liefhebber kan onder begeleiding van een gids te voet of per bus het spoor van de schilder door de stad volgen.

Magritte-wandelingen door Brussel 6 mrt-30 juni, onder begeleiding van een gids. 350 Bfr pp, indiv. ma t/m za 10u Fr/Eng, 14u Nl/Du. 3000 Bfr per groep tot max 25 personen, 14 dagen vantevoren gids bespreken, fax 00-3225144538

Inl Bureau voor Toerisme Brussel, Stadhuis Grote Markt, 00-3225138940 Of Belgisch Verkeersbureau in Haarlem, 023-5344434.

Half verborgen achter de openstaande keukendeur hangt, tussen talloze oude prenten, een kleine foto. De foto toont zes of zeven mannen, uiterst links staat René Magritte. Hier, naast de toog van café 'La Fleur en papier doré' hangt het schamele bewijs van zijn bestaan. De waardin weigert de foto een prominentere plaats te geven om de simpele reden dat die hier altijd heeft gehangen.

Honderd meter verder, aan het eind van de straat, bevindt zich de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, waar Magritte van 1916 tot 1920 studeerde. Behalve het inschrijvingsformulier dat ergens in de bibliotheek wordt bewaard, herinnert niets in het gebouw aan de illustere leerling. “Dit is een school, geen museum”, verklaart de directeur droogjes.

Over de mens Magritte valt weinig te zeggen. Hij was niet geëngageerd: 'Kunst hoeft evenmin Waals als vegetarisch te zijn', meende hij. Roddels gingen aan hem voorbij en buitensporigheden beging hij niet. Hij was slechts één keer getrouwd, had geen kinderen of minnaressen en schaken deed hij liever dan schilderen. “Hij was geen babbelaar”, zegt de gids.

Bij de Grote Markt, in de Hoedenmakersstraat, bevindt zich café La Roue d'Or. De wanden en het plafond zijn beschilderd met bekende elementen uit het werk van Magritte, die overigens zelf het café nooit heeft bezocht. Hier duikt de bolhoed op waarover de schilder ooit zei: 'Het is een hoofddeksel dat niet origineel is. De man met de bolhoed is in zijn anonimiteit een doorsnee mens. En ik draag hem.'

Het enige werk van Magritte dat buiten de musea te bewonderen valt, is de grote wandschildering 'Les barricades Mysterieuses' in het Paleis voor Congressen aan de Coudenberg. Verderop, voorbij het museum en achter de Grote Zavel, stond in de onopvallende Strostraat tot 1951 het vergaderlokaaltje van Cobra, de groep kunstenaars die wortelde in het surrealisme. Nu woekeren wilde planten tussen het afval achter een houten hek.

In de Cellebroersstraat bevindt zich het beroemde blommeke van goudpapier, 'La Fleur en papier doré': in dit oude café met zijn grove houten tafels kwamen de surrealisten bijeen. De dichter Lautréamont sierde wanden met teksten die de ziel van de groep raakten: 'Tout homme a droit à vingt-quatre heures de liberté par jour.' Na een bezoek aan de Academie eindigt de wandeling bij café Greenwich in de Kartuizerstraat, waar Magritte schaakte met de fotograaf Man Ray. Hij was geen sterke speler. 'Als hij net zo schildert, koop ik niks', was een veelgehoorde opmerking.

Het is niet Magritte die de wandeling interessant maakt: het is Brussel, surrealistische stad bij uitstek. Lopend door Brussel zie je vormeloos beton naast sierlijk art déco en vervallen krotten geflankeerd door gerestaureerde monumenten. “Brussel is een betoverde stad. Hier bestaat er aan de gelegenheid zich opgenomen te voelen in een droomwereld geen gebrek”, schreef W.F. Hermans in 'De tranen der acacia's'.