KIND EN VEILIGHEID

Fietshelm

In sommige delen van Australië en de Verenigde Staten is hij wettelijk verplicht: de fietshelm. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het gebruik van de fietshelm het risico op een hoofdwond met 69 procent reduceert, en op een hersenbeschadiging met liefst 74 procent. Ironisch genoeg is de helmplicht in Australië geen succes - het aantal gewonde fietsers werd minder, maar dit was hoofdzakelijk te wijten aan het afnemen van het fietsgebruik met 35 procent. Ook in Nederland is de fietshelm verre van populair; hij wordt vooralsnog alleen gedragen door recreatieve toerrijders en jonge kinderen. Een proef onder zo'n driehonderd basisscholieren in Breda, Maastricht en Terneuzen wees enkele jaren geleden uit dat kinderen die een fietshelm dragen bijna altijd uitgelachen of gepest worden en zich regelmatig bekeken voelen. De vereniging Veilig Verkeer Nederland (VVN) - die voorstander is van het (vrijwillig) gebruik van de fietshelm - denkt niettemin dat de fietshelm na een grootscheepse voorlichtingscampagne wel eens een enorme rage zou kunnen worden in ons land, vergelijkbaar met de rage van baseballpetjes op scholen. Voorwaarde is wel dat scholieren de fietshelm gaan beschouwen als stoer en aantrekkelijk, hetgeen nu nog zelden het geval is. Als voorbeeld kan in de toekomst wellicht een eigentijds, lichtgewicht prototype van TNO in Delft dienen. Maar zolang de populariteit van de fietshelm niet toeneemt, vindt VVN een draagplicht niet verantwoord. “Daarmee zou”, aldus voorzitter Bert Woudenberg, “het paard achter de wagen worden gespannen en daar is onze samenleving in het algemeen, noch de verkeersveiligheid in het bijzonder mee gediend.”

Fietsexamen

Hoe staat fietsend Nederland tegenover een verplicht fietsexamen? Heel positief, aldus de vereniging Veilig Verkeer Nederland (VVN). Uit onderzoek zou volgens de vereniging blijken dat 98 procent van de Nederlandse bevolking voorstander is van praktisch verkeersonderwijs op de basisschool. Dat is volgens VVN ook hard nodig, want jaarlijks overlijden tussen de 65 en 90 kinderen tot vijftien jaar aan een verkeersongeval; zo'n elfhonderd fietsertjes belanden in het ziekenhuis.

Uit een enquête van de stichting Consument en Veiligheid (SCV) en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) blijkt dat meer dan de helft van de verongelukte kinderen toegeeft dat het ongeval door eigen toedoen tot stand kwam: de fietslamp of jasbeschermer was kapot of - in het geval het kind bijzitter was - de voet was tussen de spaken gekomen. VVN is, mede door deze uitkomst, sterk voorstander van een verplicht praktisch fietsexamen op de basisschool. Slechts eenderde van de basisscholen in Nederland houdt nu jaarlijks zo'n toets; wel schrijft meer dan negentig procent van de scholieren uit de hoogste klassen van het basisonderwijs zich jaarlijks in voor het schriftelijk verkeersexamen van VVN. Minister Ritzen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) onderschreef onlangs in een brief aan de Tweede Kamer het belang van zowel een schriftelijk als praktisch fietsexamen. Mocht het ooit verplicht worden gesteld, dan zal er waarschijnlijk nooit een fietsverbod aan worden gekoppeld. Het examen moet in de eerste plaats een indicatie vormen van het rijgedrag en de verkeerskennis van de scholier.

Kinderzitjes

Vorig jaar sloeg de Stichting Consument en Veiligheid (SCV) alarm nadat twee baby's op de fiets in een draagzak waren gestikt en zes ernstig letsel hadden opgelopen. Volgens de stichting is het niet verantwoord kinderen jonger dan zeven maanden op de fiets mee te nemen en al helemaal niet in een draagzak. Alhoewel de Nederlandse wet geen eisen stelt aan fietszitjes, valt er volgens de SCV wel degelijk onderscheid te maken tussen goede en slechte modellen. Goed zijn in ieder geval alle fietszitjes die zijn voorzien van een keurmerk (type TNO, VVN of TUV-GS). Om in aanmerking te komen voor zo'n keurmerk, moet het zitje namelijk voldoen aan verschillende eisen op het gebied van uitvoering, sterkte, duurzaamheid en productinformatie. Zitjes van fabrikanten die hun producten niet laten keuren zijn niet per definitie slecht, maar welke ouder wil zelfs maar dat risico lopen? Verder maakt de SCV ook onderscheid tussen voorstoeltjes en achterstoeltjes; beide soorten hebben volgens de stichting voor- en nadelen, maar algemene regel is dat een voorstoeltje alleen mag worden gebruikt voor kinderen die minder dan vijftien kilo wegen (en in de regel dus niet ouder dan drie jaar zijn). Algemene tips bij de aanschaf van een kinderzitje: let erop dat de rugleuning hoog en stevig is; dat de voetsteunen voorzien zijn van spaakafscherming, riempjes en verstelbaar zijn; dat er geen scherpe tanden of uitsteeksels aan het stoeltje zitten. Ook ouders met een racefiets kunnen wat de SCV betreft rustig een kinderzitje op hun fiets bevestigen - mits deze sterk genoeg is.