Hussein is mondiaal bezien maar een klein probleem

Nu de Veiligheidsraad instemmend heeft gereageerd op het akkoord met Irak, kan de balans van de afgelopen tijd worden opgemaakt. Het blijkt niet eenvoudig om een regime ten val te brengen - daar weten de Verenigde Staten inmiddels alles van. Maar de les dat de macht van Amerika begrensd is,wordt volgens William Pfaff maar moeilijk aanvaard.

Door een nuttige samenloop van omstandigheden verscheen juist terwijl Kofi Annan onderhandelde over het einde, of de opschorting, van de crisis over Irak, het interne CIA-onderzoek over het Varkensbaai-fiasco in de pers. Het is minder eenvoudig om een regime ten val te brengen dan velen in 1961 in Washington dachten, en zoals ook nu weer velen dachten in de weken voorafgaand aan de reis van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties naar Bagdad.

In een hoofdartikel over de door Annan bereikte overeenkomst, dat de mening van velen in Washington vertolkt, betreurt de Wall Street Journal dat de secretaris-generaal van de VN een nieuw obstakel heeft opgeworpen dat een “beslissend optreden tegen Irak” van de Verenigde Staten verhindert.

Wat zou dat beslissende optreden kunnen zijn? Dát is de vraag.

Als beslissend optreden - om maar te zwijgen van gewettigd optreden - zo simpel was, waren George Bush en zelfs Bill Clinton er allang toe overgegaan. Doorslaggevende oplossingen tieren welig in de fantasie van schrijvers van hoofdartikelen, van gasten in praatprogramma's op zondagochtend op de televisie en van zelfingenomen politici, maar zijn in de werkelijke betrekkingen tussen staten niet zo eenvoudig te vinden.

De bekwaamheid van de militaire en andere inlichtingendiensten van de Verenigde Staten schiet gewoonlijk tekort als het erom gaat de beslissende oplossing te verschaffen.

Heel misschien had een reeks bombardementen, zoals nu gepland en opgeschort, de president van Irak kunnen doden bij wijze van het soort 'nevenschade' waar je de mensen van het leger wel over hoort. Volgens Europese militaire bronnen zijn tijdens de Golfoorlog tachtig aanvalsvluchten ondernomen met het uitdrukkelijke doel de president van Irak te doden, allemaal zonder resultaat.

In 1986 wilde de regering-Reagan, als vergelding voor een door Libië geïnstigeerde terroristische overval op Amerikaanse soldaten in Berlijn, met een bomaanval op Libië Muammar Gaddafi doden - nog zo'n Arabische vijand van Washington. Dat lukte niet. Wel werd zijn dochter gedood.

Twee jaar later, in 1988, bliezen Libische agenten een vliegtuig van Pan American op boven Schotland, waarbij 270 doden vielen, merendeels Amerikanen. Dat was de wraak van kolonel Gaddafi, die het nog altijd uitstekend maakt.

Andere critici van de overeenkomst van Annan met Saddam Hussein raden aan om Iraakse oppositiegroepen te bewapenen en te financieren, en Iraakse troepenbewegingen in het uiterste noorden en zuiden van het land te verbieden om zo die oppositie manoeuvreerruimte te geven, om voorts haar officieel te erkennen als provisionele regering, de huidige regering uit de Verenigde Naties te zetten enzovoort.

Alles wat aan deze plannen praktisch uitvoerbaar is, en geen hersenspinsel, is geprobeerd en is mislukt.

Twee jaar geleden is Saddam Hussein de door de Verenigde Staten beschermde zone in het noorden van Irak binnengevallen en heeft daar de door de CIA gesteunde troepen verpletterend verslagen in het ergste fiasco dat de CIA sinds de Varkensbaai is overkomen. De overlevenden zijn naar Guam geëvacueerd om ze tijdens de verkiezingscampagne van 1996 stil te houden.

Pogingen om in Irak een militaire staatsgreep op touw te zetten, zijn herhaaldelijk mislukt, onder meer in 1996, toen ook de Britse geheime dienst erbij betrokken was. De veiligheidsdienst van de president van Irak is nu eenmaal zeer effectief, en geen wonder, want zonder hem heeft die dienst geen reden van bestaan, en de dienst kan alle middelen eisen die hij nodig heeft.

Het feit dat de Verenigde Staten economisch en militair gezien het machtigste land ter wereld zijn, werkt het idee van almacht in de hand, en ook het idee van alwetendheid, zoals toen Madeleine Albright afgelopen zondag zei dat “wij een reus zijn en daardoor verder kunnen zien”.

Het publiek denkt, en zo vreemd is dat niet, dat Amerika, dat immers in militair opzicht sterker is dan de rest van de wereld bij elkaar, toch makkelijk moet kunnen afrekenen met een smerige despoot als Saddam Hussein, en met Irak moet kunnen doen wat het wil.

Precies dezelfde misvatting lag ten grondslag aan het fiasco van de Varkensbaai. Ze leidde toen tot het zelfbedrog dat inspecteur-generaal Lyman Kirkpatrick van de CIA in zijn nu vrijgegeven rapport karakteriseert als “grenzeloos en eigenlijk halsstarrig [...] bespottelijk of tragisch, of beide”.

Met dezelfde arrogantie trokken de Verenigde Staten niet veel later naar Vietnam om daar eventjes af te rekenen met die haveloze kereltjes in hun zwarte pyjama's.

De les dat de macht van Amerika grenzen heeft, is voor Washington moeilijk te aanvaarden. De frustratie die daaruit voor Washington voortvloeit heeft, gevoegd bij de daar heersende illusies, de regering er meermalen toe gebracht deze confrontaties uit te bouwen tot gigantische toestanden waarin het prestige van de natie op het spel stond.

Saddam Hussein is, met alles wat hem nog rest van zijn chemische wapens, zijn nucleaire en rakettenprogramma's en zijn experimenten met biologische oorlogvoering, mondiaal bezien nog altijd maar een heel klein probleem. Hij is bovendien vooral een probleem voor zijn buurlanden, waarmee Irak het van oudsher aan de stok heeft over kwesties van nationaal belang - Iran en Koeweit en ook nog eens Saoedi-Arabië, een concurrent in de olieproductie en net als Iran een fundamentalistisch-islamitische staat, terwijl Irak een wereldlijke staat is.

Wie Saddam Hussein ziet als een ernstige bedreiging voor de Verenigde Staten of zelfs maar voor Israel - dat heel goed voor zichzelf kan zorgen, geeft blijk van een zekere mate van hysterie.

De enige supermacht ter wereld moet zijn zenuwen beter in bedwang houden. Hij mag de kalme, verstandige Kofi Annan vandaag wel dankbaar zijn.