Frankrijk en VS samen op manoeuvre in Afrika

De VS, Frankrijk en Groot-Brittannië willen Afrika helpen zijn eigen veiligheidsproblemen op te lossen. Deze week gaan ze voor het eerst gezamenlijk op oefening in Senegal. Voor Amerikanen en Fransen is dat wennen.

ROTTERDAM, 26 FEBR. Senegal is deze week het toneel van de grootste oefening in vredeshandhaving ooit in Afrika gehouden. Troepen uit acht West-Afrikaanse landen simuleren in het woestijnachtige grensgebied met Mali en Mauretanië interventie in een denkbeeldige burgeroorlog. De exercitie volgt luttele weken nadat een door Nigerianen geleide legermacht gewapend tussenbeide kwam in Sierra Leone om de door militairen verdreven burgerpresident weer in het zadel te hielpen. In Senegal wordt nu geoefend zonder Nigerianen. De regie is in handen van Fransen en de logistiek wordt verzorgd door Amerikanen en Britten. Gezien de Frans-Amerikaanse rivaliteit in Afrika is dit een novum.

De exercitie heet 'Guidimakha 98' naar het Saheldorp waar de 3.700 deelnemende militairen hun basiskamp hebben opgeslagen. Frankrijk zet 900 van zijn 1.300 in Senegal gelegerde manschappen in, de Britten stuurden een peloton fuseliers, enkele stafofficieren en een C130 Herculesvliegtuig en de Amerikanen leveren verbindingsexperts en twee transporttoestellen.

De grootste contingenten zijn afkomstig uit Senegal, Mauretanië en Mali, de andere Afrikaanse deelnemers zijn Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau en Kaapverdië. De oefening wordt bijgewoond door waarnemers van de Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) en het Internationale Rode Kruis.

'Guidimakha 98' werd vorige week met kennelijk genoegen aangekondigd door defensiewoordvoerders in Parijs en Londen. Washington maakte, opvallend genoeg, geen melding van de eigen bijdrage aan de door Fransen geleide oefening. Wel liet het Pentagon weten dat 70 militairen van de 3rd Special Forces Group (SFG) deze maand in het naburige Mali een bataljon trainen in de technieken van vredeshandhaving.

Leden van de SFG nemen ook deel aan 'Guidimakha 98'. Dat het Pentagon naliet dit te vermelden, maakt duidelijk dat de prille samenwerking tussen Fransen en Amerikanen nog niet van harte gaat.

De beleidsmakers in Washington en Parijs zijn de laatste jaren onafhankelijk van elkaar tot de slotsom gekomen dat vredeshandhaving op het Afrikaanse continent beter kan worden overgelaten aan de Afrikanen zelf. De Fransen hebben ruime ervaring met gewapende interventies in Afrika. Het fiasco in Rwanda in 1994 en de voor toetreding tot de EMU noodzakelijke bezuinigingen brachten Frankrijk op andere gedachten. Parijs besloot tot inkrimping van zijn permanente troepenmacht in Afrika en delegeert nu defensietaken aan bevriende Afrikaanse landen.

De Amerikanen van hun kant moesten hun eerste interventie na de Koude Oorlog in 1993 bekopen met een bloedige vernedering in Somalië. In oktober 1996 lanceerde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, het denkbeeld van een permanente vredesmacht voor Afrika, bemand door Afrikanen en gefinancierd van buitenaf.

Afrikaanse leiders, die niet waren geraadpleegd over dit initiatief, reageerden zeer terughoudend. Zij vreesden dat hun troepen zouden worden gebruikt als de politie-agenten van Amerikanen en Europeanen. Op initiatief van de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela bedongen zij dat een dergelijke vredesmacht alleen zou mogen optreden met een mandaat van de VN en de OAE. De Amerikanen traden daarop in overleg met Fransen en Britten. Op 23 mei 1997 spraken de drie in New York af om hun inspanningen voor 'afrikanisering' van de crisisbeheersing op het continent te coördineren.

De Amerikanen zagen af van een permanente vredesmacht en lanceerden het African Crisis Response Initiative (ACRI). Dit Amerikaans bilaterale programma beoogt militairen van een geselecteerde groep Afrikaanse landen te trainen in vredeshandhaving. ACRI mikt op de vorming van effectieve, snel inzetbare eenheden, die deel blijven uitmaken van hun nationale legers, maar in geval van een humanitaire crisis of een gewapend conflict gezamenlijk kunnen opereren, met een mandaat van VN en OAE.

De voorgenomen coördinatie leed aanvankelijk onder wederzijds wantrouwen tussen Fransen en Amerikanen. De Amerikaanse militaire steun aan Rwanda, dat in 1996-'97 onverholen meewerkte aan de omverwerping van het Mobutu-bewind in Congo-Zaïre, versterkte de verdenking in Parijs dat Washington anti-Franse krachten in Midden-Afrika aanmoedigt. De Amerikanen op hun beurt verdenken de Fransen ervan bij hun trainingsprogramma's een voorkeursbehandeling te geven aan bevriende regimes in Franstalig Afrika, ongeacht hun democratische merites, om zo hun positie op het continent te behouden tegen lagere kosten.

Vorig jaar zomer besloten de Amerikanen tot versnelde uitvoering van het eigen ACRI-programma in landen van hun keuze. Een Amerikaanse militaire bron noemde Frankrijk “weinig coöperatief” en sprak de vrees uit dat de 35 miljoen dollar die Washington had uitgetrokken voor ACRI verloren zouden gaan als ze niet met spoed werden uitgegeven. Eind juli arriveerden 60 Groene Baretten uit Fort Bragg in Dakar om 800 Senegalezen twee maanden te trainen in het oprichten van wegversperringen, het opruimen van mijnen en de bescherming van konvooien. Een woordvoerder van het Senegalese leger, dat meer ervaring heeft met VN-vredesoperaties dan de Amerikanen, liet zich ontvallen dat zijn mannen niets hadden geleerd dat de Fransen hen nog niet hadden bijgebracht. Sindsdien hebben de Amerikanen soortgelijke spoedcursussen verzorgd in Oeganda en Malawi en dit jaar staan Mali, Ghana en Ethiopië op het trainingsprogramma.

Volgens een werkdocument van ACRI komen alleen Afrikaanse landen in aanmerking wier “militaire establishments de suprematie aanvaarden van een democratisch verkozen burgerbestuur”. Daarmee wordt de West-Afrikaanse reus Nigeria uitgesloten, die sinds 1990 de hoofdmacht levert voor en het commando voert over het regionale vredesleger ECOMOG, de militaire arm van de Economische gemeenschap van West-Afrikaanse staten (ECOWAS). ECOMOG heeft succesvol geopereerd in Liberia en Sierra Leone, maar die operaties dienden vooral de regionale belangen van Nigeria. De Nigeriaanse troepen staan bovendien onder kritiek door hun gebrek aan discipline. Dat bezorgde ECOMOG in West-Afrika de bijnaam 'Every car or movable object gone'. De Fransen beschouwen Nigeria vooral als een anglofone rivaal in het overwegend francofone West-Afrika.

Met de oefening 'Guidimakha 98' wordt voor het eerst uitvoering gegeven aan het akkoord van New York. De regie is Frans, de logistiek Angelsaksisch. De exercitie weerspiegelt dan ook een nieuwe realiteit. De Fransen dulden Amerikanen en Britten in hun Afrikaanse domein, want een Alleingang kan Parijs zich niet meer veroorloven.

En door zich te onderwerpen aan Franse leiding erkennen de VS dat er voor Frankrijk een rol blijft weggelegd in Afrika.