Five Easy Pieces

Five Easy Pieces, (Bob Rafelson, VS, 1970), BBC1, 00.50-02.30u.

Misschien is het essentiële verschil tussen goede en slechte films wel geduld. (En dan bedoel ik dus niet het tergende tijdrekken van de soap. 'Ik ga het je nu vertellen, Ridge.' 'Wat dan? Vertel het me.' 'Je zult alles horen.' 'Zeg op.' 'Dat doe ik hoor.' 'Ik ben benieuwd wat je me gaat vertellen.' Etc.)

Nee, ik bedoel het geduld om te wachten tot het gezicht na een lachje weer verstrakt, of tot het stof weer neerdaalt als iemand uit beeld verdwenen is. Ik bedoel het geduld dat Bob Rafelson heeft gehad met Five Easy Pieces.

Zijn thema is eenvoudig: rusteloze man worstelt met de vraag of (en zo ja aan wie) hij zich binden moet. De uitwerking is delicaat. Jack Nicholson speelt een buitengewoon getalenteerd pianist die van zijn ankers is losgeslagen. Drie jaar geleden van het vaderlijk huis vertrokken, zwerft hij van klotebaantje naar klotebaantje en van minnares naar minnares. “I'm moving around a lot”, verklaart Nicholson zichzelf. “Niet omdat ik iets speciaals zoek. Maar omdat ik ergens vandaan wil.”

We ontmoeten hem als hij op een olieveld werkt en met Ray (Karen Black; die zou ik een grote come back gunnen) gaat. Wonderlijk stel, hij met zijn hoofd vol Schumann, zij met haar Tammy Wynette-singletjes. Ondanks zichzelf neemt hij haar mee als hij hoort dat zijn vader stervende is.

Thuis raakt hij danig onder de indruk van zijn aanstaande schoonzus, maar zij wil hem niet. Niet omdat ze met zijn broer gaat, maar “omdat hij geen liefde of respect voor zichzelf heeft, niet voor vrienden, familie of werk. Hoe kan zo iemand liefde verwachten? Waarom zou hij erom vragen?” Ten slotte lijkt Bob te berusten in zijn eigen karakter en laat hij Ray achter om zelf verder te zwerven.

Het is moeilijk de onderdelen van Five Easy Pieces los van elkaar te prijzen. Het trage en toch explosieve spel van Jack Nicholson of de emoties onder de onnozele uitdrukking van Karen Black. De cameraman Laszlo Kovacs, die zo dicht bij de spelers komt dat je soms bang bent dat ze jou ook opmerken. Of de musicaliteit van de hele film. Het past allemaal.

Na afloop is er niet eens zoveel gebeurd. Er zijn geen doden gevallen, er is geen schat opgegraven of een achtervolging geweest. Er is eigenlijk nauwelijks iets verschoven. En toch heeft Rafelson het geduld gehad ernaar te kijken.