Expositie over zeppelins; Vlucht van levende fossielen

Expositie: Luchtschip wordt de toekomst van de luchtvaart, tot 31 mei. Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome op Schiphol. Open ma t/m vr 10-17u, za/zo 12-17u. Volw ƒ 9, kinderen ƒ 7,50. Inl 020-6041521

Het zeppelin-tijdperk eindigde toen op 7 mei 1937 het reusachtige Duitse luchtschip LZ 129 bij New York in brand vloog. Het was een beetje de schuld van de Amerikanen die geweigerd hadden onbrandbaar helium als vervanger voor het gevaarlijke waterstof te leveren. Nazi-Duitsland was blij dat het gevaarte van 245 meter 'Hindenburg' was gedoopt en niet 'Adolf Hitler', zoals aanvankelijk de bedoeling was. Wat Duitsland nog aan zeppelins overhad is in mei 1940 op last van Göring opgeblazen.

In de jaren dertig was het trage luchtschip natuurlijk al een levend fossiel, de KLM was al in 1920 de eerste lijndiensten begonnen met gewone vliegtuigen. Maar die hielden één flinke niche onbezet: ze haalden de overkant van de Atlantische Oceaan niet. In oktober 1924 vloog een zeppelin rechtstreeks van München naar New York. Lindbergh kwam er in zijn eenmotorige Ryan drie jaar achteraan, maar een passagiersdienst met vliegtuigen was nog ver weg.

In brede kringen heerst een brandend verlangen naar terugkeer van de ouwe luchtreuzen en wordt intensief naar nieuwe niches gezocht. Kort na de oorlog namen de VS veel 'blimps' in gebruik voor de kustbewaking. Blimps zijn skeletloze luchtschepen met maar een fractie van de afmetingen van de laatste zeppelins. Ze hielden de hoop op terugkeer van de zeppelin-tijd levend en werden later ingezet voor reclame-uitingen en rondvluchten met dagjesmensen.

Al die tijd werkte de harde kern van zeppelin-liefhebbers aan een waardiger rol voor het luchtschip. Het verst kwam Airship Industries in Londen, dat begin jaren tachtig stevige, geavanceerde blimps bouwde waarvoor men ook militaire belangstelling wist te wekken: luchtpatrouille, mijnenvegen, AWACS-werk. Ook Rijkswaterstaat had interesse: speuren naar olielozingen.

In 1990 ging Airship Industries failliet en zette het Amerikaanse Westinghouse Airships de activiteiten voort totdat in augustus 1995 het enige luchtschip van het bedrijf met hangar en al verbrandde. 't Was maar een blimp, de hangar was misschien mooier, maar het was rottig. Het èchte werk, aan een luchtschip mèt ruggegraat, gebeurt al sinds 1988 in Friedrichshafen, aan de oever van de Bodensee, bij de heropgerichte Zeppelin Luftschifftechnik. Vorig jaar september maakte daar de LZ N07 van 75 meter zijn maidenflight en er is inmidddels veel optimisme over passagiersdiensten, aardobservatie, gevechtsleiding en milieu-inspectie. Milieufanaten roepen dat het helium in de LZ N07 niet goed is voor het klimaat, maar dat is de koolzuur in een flesje prik ook niet.

En Nederland spreekt een woordje mee. Begin augustus 1996 werd bekend dat het Nederlandse bedrijf Rigid Airship Design in 's-Graveland een echte zeppelin ontwikkelt van 156 meter - werk voor duizenden. Het hing of hangt nog op de financiering, maar niet lang meer, weten ingewijden. Het loont de moeite alvast wat zeppelinkennis op te doen in het Aviodome.