De Propellerheads maken echte muziek

Concert: Propellerheads. Gehoord: 25/2 Melkweg Max, Amsterdam.

Ongeveer de helft van de muziek op de cd is live gespeeld, verklaarde toetsenman/discjockey Alex Gifford van het Engelse dance-duo Propellerheads eerder dit jaar bij het verschijnen van hun debuutalbum Decksandrumsandrockandroll. Zo'n opmerking doet het ergste vrezen voor de bijbehorende optredens, want hoe zit het met die andere vijftig procent? Viel dat even mee, toen bleek dat Gifford en drummer/deejay Will White gisteravond wel degelijk naar de meer dan maximaal volgestampte Melkweg Max waren gekomen om echte muziek te maken.

Met hun hyperactieve rondedans tussen vier draaitafels ('decks'), drumstel, basgitaar en Hammondorgel hebben de Propellerheads minstens zoveel affiniteit met hiphop als met de computergestuurde housecultuur waaruit ze zijn voortgekomen. 'Big beat' wordt hun muziek ook wel genoemd, maar daar willen Gifford en White niets van weten. “Big Beat is een albumtitel van de groep Sparks”, relativeerden ze de nieuwe trend die door de muziekpers rond hun harde-klappenmuziek werd verzonnen. Als 'human beatbox' doet Will White niet onder voor zijn zwarte Amerikaanse collega's, terwijl Gifford kan wedijveren met The Beastie Boys' Money Mark om wie de meest funky klanken uit het Hammondorgel tovert.

James Bond-componist John Barry had waarschijnlijk niet kunnen vermoeden dat zijn filmthema van On Her Majesty's Secret Service nog eens het middelpunt van een dampende houseparty zou zijn. Toch werd er bij de orkest- en orgelversie van Propellerheads uitbundig gebruik gemaakt van de geringe bewegingsruimte die het als sardientjes in een ton geperste publiek was toegestaan.

Dat het optreden uiteindelijk wat eenvormig werd, lag in de eerste plaats aan het feit dat de belangrijkste troef van de Decksandrums-cd niet kon worden uitgespeeld. De grande dame van de Britse popmuziek Shirley Bassey, die haar karakteristieke en van Bond-thema's als Goldfinger bekende stem leende aan de Propellerheads-hit History Repeating, schitterde door afwezigheid en de enige stem die tijdens het optreden te horen was, bleek een sample van een stereo-testplaat. Daarmee kregen bepaalde onderdelen van het gebodene toch weer een ingeblikt karakter. Te meer omdat van sommige nummers doodleuk de plaat werd opgezet, met of zonder live gespeelde drums. De bijgaande scratch-effecten waren verdienstelijk en Gifford hobbelde vrolijk op en neer met zijn basgitaar, maar als je met z'n tweeën een zorgvuldig in de opnamestudio vervaardigde dance-productie wil reproduceren, kom je er kennelijk niet onderuit om een beetje te smokkelen. Was het een goed concert? Fifty-fifty, luidt het door de heren zelf aangereikte eindoordeel.