Angst voor asiel

ZORGVLIED. Twee Afghaanse broers vegen hun stoepje aan. Verderop lapt een Pakistaan voor de zoveelste keer met grote nauwgezetheid zijn ruiten. Camping Groot Bartje in de voormalige Drentse veenkolonie Zorgvlied ontvangt gasten uit de hele wereld. Volgens Drentse kenners is het een van de prettigste asielzoekerscentra uit de streek. Er heersen niet de spanningen van de massale woonkazernes die sommige opvangcentra noodgedwongen zijn. De Zorgvliedse camping is geen luxe-omgeving maar biedt goedverwarmde stacaravans met uitzicht op de Doldersumse Heide.

Tweehonderd mensen wachten hier op hun lot. Om de tijd te doden gaan ze met een prikstok over de paden, bewerken het gazon of fietsen ze naar de goedkope supermarkt in een dorp verderop. Lokale vrijwilligers proberen de lange wachttijd op te fleuren met kienwedstrijden voor de kinderen. Een jonge man en jonge vrouw uit Iran proberen giechelend midget-golf, geholpen door een twintiger die een slavische taal spreekt. Taalverwanten zoeken elkaar op. Ze drinken thee en vertellen lange verhalen over procedures, advocaten en vragen van immigratie-ambtenaren. Vrijwel overal staat de televisie aan. CNN is populair. Dan is er nog Nederlandse les, waar slechts sommigen echt wat van opsteken. De themazinnen zijn zuinig: “Ik zie een mooie tas. De tas is wit. De tas kost 75 gulden. Dat vind ik te duur. Ik koop de tas niet.”

De sfeer lijkt gemoedelijker dan ze is. De kampeerders maken een spannende tijd door. Ze wachten maanden en jaren op een soort eindexamenuitslag. Nederlandse voorbijgangers worden door de gasten met grote voorkomendheid toegeknikt en gegroet. Iedere autochtoon kan official zijn of met officials in verbinding staan. Een overplaatsing, gevangenneming of zelfs uitzetting, het kan allemaal plotseling gebeuren. Hun gouden kans op toelating willen kampbewoners niet zomaar kwijt.

Toch zal 80 procent worden afgewezen. Voor hen is alles tevergeefs, de hoop, de angst, de reis, de betaling voor de mensensmokkelaars en de enorme bedragen voor opvang en juridische procedures. De meeste asielzoekers hebben - net als de vele honderden miljoenen achterblijvers die te arm zijn om te reizen - een goede reden om te emigreren maar worden niet persoonlijk vervolgd in hun land van herkomst. Dat is nu eenmaal het criterium van het meer dan vijfenveertig jaar oude vluchtelingenverdrag.

Het in vele accenten uitgesproken woord 'asiel' opent gesloten grenzen. Nederland en Duitsland staan bekend om hun goede opvang en uitvoerige beroepsprocedures. Daar gaan de meeste asielzoekers dan ook heen. De andere landen die bij het Europese verdrag tot opheffing van de grenscontrole (Schengen) zijn aangesloten vinden dat wel best. En zo neemt het volste landje van Europa jaarlijks na Duitsland het hoogste aantal asielzoekers op.

Vorig jaar kwamen er 35.000 naar Nederland, hetgeen een begrotingstegenvaller opleverde. Het is een dure manier van ontwikkelingshulp. Met de vele miljarden voor opvang, onderzoek en beroepsprocedures zouden in de regio honderd keer zoveel vluchtelingen geholpen kunnen worden.

Door de massale toevloed zijn Nederlandse immigratie-ambtenaren overbezet. Aanvragers worden zonder verhoor met een pasje doorgestuurd naar opvangcentra. Er worden vluchtelingen opgenomen die andere landen zijn uitgezet. In Zorgvlied verblijven ook asielzoekers die lange tijd in Duitsland hebben gewoond en hopen hier opnieuw te beginnen. Zo ontstaat een rondreizend circus van land naar land, van kamp naar woonkazerne.

Staatssecretaris Schmitz overlegt met gemeenten over plaatsing van extra asielzoekers. De gemeenten zeggen medewerking toe - anoniem - want volgende week zijn er raadsverkiezingen. Nederlanders willen graag asielzoekers opvangen, zolang het maar niet in hun eigen wijk gebeurt.

In het serene Zorgvlied zijn de asielzoekers omstreden. Het dorp is in kampen verdeeld. Mensen die voor hun rust uit de Randstad zijn gekomen, storen zich al aan de stoet winterse fietsers langs hun paden. 's Winters moet het rustig zijn. Dan horen er geen gasten, vinden ze. Voor het eerst sluiten ze hun deuren af. Asielzoekers zijn al komen bellen omdat ze nog geen telefoonkaart hadden. Dorpelingen zijn bang dat zomertoeristen zich laten afschrikken. Een hotel meldt al annuleringen. De bewoners hebben er geen vertrouwen in dat de gedwongen winterkampeerders in mei elders geplaatst worden, zoals was afgesproken. Tot felle protesten is het nog niet gekomen. “Je wilt niet graag voor racist worden uitgemaakt”, zegt een bewoonster. In drukke wijken elders in het land zijn buurtprotesten hoger opgelopen.

Elk land heeft een taak in de dure opvang van asielzoekers maar van Nederland is niet te verwachten dat het voor elk plukje vluchtelingen, elke taal, elk land, elke stam, elke vorm van politieke onrust een staf specialisten en onafhankelijke tolken paraat heeft. Een Europese taakverdeling zou een grote verbetering zijn. Ieder land moet zich specialiseren, de een op Irak, Syrië en Sri Lanka, de ander op Iran en Azerbajdzjan. De procedure zou sneller verlopen en de asielzoeker zou kundiger tolken en beter begrijpende immigratie-ambtenaren tegenover zich hebben.

Het kabinet zou dus niet met opzegging van het vluchtelingenverdrag moeten dreigen, zoals de VVD voorstelde, maar met torpedering van het Schengenverdrag voor open grenzen. Andere leden-landen werken te weinig mee met asielopvang. Maar het debat in Nederland gaat alleen over wat wel en wat niet gezegd mag worden. Met de asielkwestie kunnen mensen elkaar moreel de maat nemen. In een dergelijke sfeer kan de stemming snel omslaan en het draagvlak verdwijnen.