Aanstekelijke voorstelling van jeugdtheatergezelschap O'Mamarée; De vis moet aan zijn hurken hangen

Jeugdtheater: De Ondergang van Nagele door O'Mamarée. Regie: Joan Nederlof. Spel: Sophie Hoeberechts, Finn Poncin. Muziek: Ute Apfelstedt, Bas Borsten. Vanaf 7 jaar. Gezien 20/2, Brakke Grond Amsterdam. Toernee t/m 3/5. Inl. (020) 626 0350.

De dood van een paar haringen zal weinigen aan het hart gaan. In het jeugdtoneelstuk De Ondergang van Nagele door O'Mamarée leidt het echter tot diepe rouw, grote verontwaardiging en het uitroeien van een heel vissersdorp.

Aanstichtster is de weduwe P. Romkes (Sophie Hoeberechts), een soort 'Vrouwtje van Stavoren' dat heerst over het eiland Nagele. Met fijnmazige netten vist zij de Zuiderzee leeg, op jacht naar babyvisjes. Dit tot groot verdriet van haar dienstmeid Lijsje Stroeve (Finn Poncin), een gastarbeider uit het arme Schokland. Lijsje probeert zoveel mogelijk vissen uit de klauwen van de weduwe te redden.

In onderwaterscènes is te zien hoe de vissen gebukt gaan onder de massamoord. De ene vis zegt tegen de ander: “Kom ik vanmorgen op dansles. Sta ik alleen. Niemand om mee te salsa-en” De vissen laten het er niet bij. Zij schakelen de Walvis in: 'Walvis is de man / Die ons helpen kan'. Hij stoot de dijk lek en Nagele verdwijnt in de golven. Enige overlevende is Lijsje die door de vissen als een heldin wordt geëerd.

De Ondergang van Nagele is niet erg diepgravend of bijzonder, maar O'Mamarée brengt het met zoveel humor en speelplezier dat het toch een feest is om te zien. De groep woekert goed met weinig middelen. De overgang naar de onderwaterscènes wordt bijvoorbeeld simpel en duidelijk gesuggereerd door het ontsteken van gedempt groen licht en door de stemmen een echo mee te geven. De vissen zijn poppen van eenvoudig materiaal: een kinderjasje, een sok of een keukenhandschoen.

De muziek van Ute Apfelstedt en Bas Borsten is duidelijk aanwezig maar niet opdringerig. De onderwaterwereld wordt begeleid met fraaie mysterieuze geluiden.

Een belangrijk onderdeel van de voorstelling vormen de pakkende popliedjes. Het begint meteen goed met het stevige nummer 'Kijk eens wat vaker in de zeespiegel', met de regels: 'Alleen met diploma A en B/ Mag je met ons mee'. Ook leuk is het lied dat de weduwe zingt als zij vissen schoonmaakt: 'Hang hem aan zijn hurken/ Sla hem op zijn bek/ Draai hem in de rondte/ Breek zijn nek'.

Meer nog dan op de muziek steunt de voorstelling op het komisch talent van de twee acteurs. Hoebrechtse speelt de weduwe luid en fel, als een vrouw gehard door het zware vissersleven. Finn Poncin is met zijn lange, onnozelegezicht een heel lief Lijsje. Beiden zijn erg goed in gekke bekken trekken. Als vissen gebruiken ze een flink arsenaal rare stemmetjes.

De twee spelen ook leuk met het publiek. Als de weduwe haar minnaar Johannes Legebek (dubbelrol van Finn Poncin) verwacht, gebruikt ze de lippenstift van een dame in het publiek. Ook beveelt zij alle aanwezige mooie vrouwen om zich om te draaien als Legebek arriveert, zodat ze geen concurrentie heeft. Na de dood van de weduwe strooien de overwinnaars haar goudstukken uit over de toeschouwers. Terwijl de kinderen graaiend opspringen, krijgen zij nog een vermaning mee: “En geen vis van kopen!”