Wilt u zich voegen

Hoe is het met de fiets van uw vrouw? Onnozel verhaal, toch leerzaam. De boodschappenfiets, tevens die van mijn vrouw, was gestolen. Precies in die ene nacht sinds aankoop dat hij per ongeluk buiten was blijven staan. Een half jaar oud geworden. Twee dagen later belt fietsenmaker G. mij op met de merkwaardige vraag: 'Hoe is het met de fiets van uw vrouw?' Ik vat het samen. Een vrouw had hem een fiets gebracht waarop een slot gezet moest worden. 'He, er zit een sticker van mij op het spatbord!' Had de fietsenmaker gedacht. Hij in zijn bonnenboekje kijken. En ja, het was die van ons; ontdaan van zijn twee sloten en een fietstas. Aardige fietsenmaker, dat zal duidelijk zijn. Ik erheen. Want wat nu? In goed overleg kwamen wij tot een strategie. Die vrouw verwachtte hij de volgende dag op zijn allervroegst om tien uur.

Ik ging aangifte doen bij het bureau Raampoort. Na eerst telefonisch geprobeerd te hebben om erachter te komen of er van die zijde enige ondersteuning verwacht kon worden. Maar de telefonische rijksgenote was onverbiddelijk: eerst aangifte doen. Een uurtje is vlug achter de rug op een politiebureau. Maar toen had ik dan ook aangifte gedaan. En tot mijn verrassing een geïnteresseerd oor gevonden bij brigadier T. Zij zouden, op een telefoontje van de fietsenmaker, binnen vijf minuten ter plaatse zijn terwijl wij de dievegge c.q. de heelster zonodig een beetje vast zouden houden.

Dus betrad ik de volgende ochtend de reparatieruimte van de fietsenmaker. In de enige stoel veinsde ik het met wat politici ongetwijfeld een dossier zouden noemen, net zo druk te hebben als hij, terwijl ik heel langzaam steeds kouder voeten kreeg. In de reparatieruimte heb ik ruim zes uur doorgebracht. De koffie was voortreffelijk, de gehaalde broodjes evenzo, de conversatie meeslepend. Een uurtje voor sluiting kwam de vrouw binnen. Ik rees op uit mijn stoel. Zij was verbouwereerd. Het bleek, dat ze gereageerd had op een advertentie in de Via Via. Een goeie naam in dit verband. Hoe kom je aan die fiets? Tja: via via. De beloofde politie kwam niet. Na herhaald bellen arriveerden ten slotte twee weinig enthousiaste agenten, onder wie niet mijn favoriet, brigadier T. Ik ging de Via Via kopen. Ik was verbluft over het dorpse karakter van deze kleine criminaliteit. Mijn buurtdief woont om de hoek. Op een woonboot.

Niet bekend

De zaak van mijn dief is voorgekomen. Ik heb haar bijgewoond. Mijn dief was er niet, tot mijn spijt. Ik had hem graag leren kennen van aangezicht tot aangezicht. Daarentegen weet ik nu hoe zijn ex eruit ziet en heb ik de advocaat van de ex en de advocaat van mijn dief mogen gadeslaan. De ex had, tot mijn verrassing, ook een aanklacht ingediend. De heer Den E. had haar namelijk in de rug gebeten na dertig pilsjes en twee joints. En nu eiste zij een zo te horen Amerikaans geïnspireerde schadevergoeding voor langdurige psychotherapie en heel veel vervoerskosten naar de ouderlijke woning in de kop van Noord-Holland, die als blijf-van-mijn-lijfhuis gefungeerd had. Die claim werd niet toegewezen.

Zelf was ik aanwezig om diverse redenen. Uit algemeen menselijke interesse; om te weten hoe mijn dief eruit ziet; om ook eens op de Parnassusweg geweest te zijn. Maar vooral omdat ik de termijn had laten verlopen waarbinnen ik mij had kunnen voegen. Dit is iets nieuws: men kan zich voegen. Dat wil zeggen dat het slachtoffer een schadeclaim kan laten meelopen, om zo te zeggen, in de toch al door de officier van justitie aangespannen zaak. Ik vind dit wel een goeie service van justitie. Want mooi dat die diefstal, al had ik mijn fiets terug, me toch nog ruim tweehonderd gulden gekost had. Twee sloten en een fietstas, nietwaar. Dat zat mij al niet lekker. Moest de bestolene zich hierbij helemaal onbetuigd laten? Maar kijk eens aan: mij werd zomaar een keurig formulier gestuurd. Wat ik erg op prijs heb gesteld. Alleen, ik had de termijn laten verlopen. Maar zelfs dat geeft niet. Want door erheen te gaan en het formulier aan de politierechter te overhandigen voeg je je alsnog, als een soort van last minute passagier. Dus dat heb ik gedaan en de excursie is me uitstekend bevallen. Ik heb de politierechter bewonderd om zijn onberispelijke stijl en zijn menselijkheid, de officier van justitie om haar jeugd, en de beide advocaten omdat zij in geen enkel opzicht te onderscheiden waren van hun soapcollega's. Het was prachtig: alsof er twee families in commissie ruzie maakten. De advocaat van de ex maakte zich breed over die beet. De advocaat van mijn dief wist weer dat zij er anders ook wat van kon, van slaan en vechten. En daar bracht de advocaat van de ex dan weer tegen in dat de heer Den E. wel dertig kilo meer woog dan zij. Het was heel onderhoudend. Maar wat ik zeggen wil: ik kan het aanraden. Doet u dus vooral aangifte, in zo'n onwaarschijnlijk geval als dit. En als er wat te voegen valt, voegt u zich dan. De rechtbank ziet toe op inning. Uiterst wellevend. Waarvoor bij voorbaat mijn dank.

Wat ik iets minder geslaagd vind is het omslag van de brochure. Als je toch al niet weet wat 'voegen' is, en je ziet die woordspelige folder - met een brok uit de sloop afkomstige baksteen erop, te klein om ooit nog ergens dienst te doen - dan ziet dat er bepaald niet bemoedigend uit.