Uit de klei; Zeekool

Toen ik mij vijftien jaar geleden op de klei vestigde, wilde ik bijzondere groenten telen. Voor tuinbonen, sla, bloemkool, bietjes, wortelen, haalde ik mijn neus op. Ik kocht het boek van Buishand en Houwing: Bijzondere oude en nieuwe groenten in tuin en keuken. Daarin streepte ik aan: zeekool, roodlof, paksoi, rucola, crosne, burdock, komatsuma, aardpeer.

Het was allerminst eenvoudig om aan zaad te komen van deze gewassen. Alleen van paksoi kon ik op de dinsdagse veemarkt te Leiden in de Groenoordhal mooie, kleine plantjes kopen. Op de koude klei staan paksoiplantjes echter te kwarren. Bovendien blijken die jonge plantjes bijzonder aantrekkelijk voor slakken. Uiteraard zijn ook de slakken een beetje uitgekeken op Hollandse sla en alledaagse spitskool. En masse streken ze daarom op de paksoi neer. In een mum van tijd werden de groene blaadjes van de mooie plantjes gestript en hield je alleen nog een uit nerven opgetrokken miniatuur Zadkine-monument over.

Van zeekool betrok ik zaad bij een gerenommeerde firma uit Lisse. Als ik mij goed herinner werden mij tegen betaling van opmerkelijk veel geld zeven vruchtjes toegezonden. De vruchtjes moest je voorzichtig open pulken. Dan zou je, stond achterop het pakje, één bruin zaadje vinden. In vijf van de zeven vruchtjes zat helemaal geen bruin zaadje. De twee bruine zaadjes die ik wel aantrof deed ik, op aanwijzing van Buishand en Houwing, in een perspotje. Op de vensterbank in de woonkamer kwamen beide plantjes mooi op. Toen het buiten warmer was geworden, liet ik ze eerst afharden en plantte ze vervolgens op een beschut plekje. Plantje één was na twee dagen dood. Met plantje twee werd, ondanks het feit dat ik er een krans van schelpengruis omheen had gelegd, door de slakken korte metten gemaakt. Ik heb nadien nooit meer geprobeerd om zeekool te kweken. Af en toe lees ik weemoedig in het boek van Buishand en Houwing: 'Zeekool is een interessante groente, die wat smaak betreft veel overeenkomst heeft met de asperge.'

Met roodlof, waarvan ik het zaad in Zwitserland kon aanschaffen, heb ik op de klei daarentegen bepaald goede ervaringen. Je moet het laat zaaien, anders gaat het schieten, maar de kropjes blijven daardoor op de koude klei tamelijk klein. Ze kunnen echter wel tegen een stootje. Van een beetje vorst schrikken ze niet, en de slakken zijn er niet erg in geïnteresseerd. Wat smaak betreft lijkt roodlof nog 't meest op witlof. Het is rauw verrukkelijk eten.

Wat de andere groenten betreft die ik hierboven noemde: op de aardpeer na, heb ik met niet één ook maar enig succes geboekt. Wat zou ik bijvoorbeeld graag crosne telen! Het is een akelig klein knolletje. Het groeit wel op de klei, maar ten eerste kun je die knolletjes ervan amper vinden, en ten tweede is het een kunstwerk om ze, als je ze al gevonden hebt, uit de klei te pellen. Daarbij beschadig je de knolletjes altijd zodanig dat je ze niet meer kunt klaarmaken. Ach, crosne!

Van de aardpeer, die door Buishand en Houwing 'erg smakelijk' genoemd wordt, heb ik een jaar of tien geleden mooie knollen kunnen bemachtigen. Net als bij de aardappel stop je zo'n knol in de grond en dan groeit daaruit een enorme plant die op zijn beurt nieuwe knollen vormt. Doet aardpeer het goed op de klei? Nou en of! Toen ik de aardpeerknollen voor het eerst pootte, had ik een hele rij ervan neergezet. Toen al die knollen zich tot planten hadden ontwikkeld, was de aanblik ervan overweldigend. Het leek wel of ik een speciaal soort windscherm had aangeplant. Volgens Buishand worden 'aardpeerplanten gemakkelijk 2 à 3 meter lang, maar ze komen niet of heel laat in bloei'. Nu, twee meter werden ze bij mij bepaald niet - de langste kwam tot mijn kin - maar bloeien deden ze daarentegen stuk voor stuk uitbundig. Prachtige, gele bloemen!

Ik oogste een geweldige hoeveelheid knollen. Volgens Buishand en Houwing gaat de smaak 'in de richting van artisjokken'. Dat klinkt veelbelovend, maar ik moet zeggen dat ik de flauwe, zoetige smaak van de aardpeer niet erg kan waarderen. Ik heb ze sindsdien nooit meer geteeld. Ik hoef ze ook niet meer te telen want elk jaar komen op de meest onwaarschijnlijke plaatsen in de tuin aardperen op. Zaadwinning moge dan in ons klimaat volgens Buishand niet mogelijk zijn, de aardpeer of topinamboer zaait zichzelf blijkbaar wel uit. Elk jaar bloeit hij uitbundig als symbool van mijn lachwekkende pogingen om uitheemse groenten te kweken op koude klei!

Dat vond u al in 1990? “Ja.”