Rwanda: een land van wezen

NAIROBI, 25 FEBR. Ongeveer 60.000 gezinnen in Rwanda worden noodgedwongen geleid door weeskinderen van tussen de tien en zestien jaar. Naar schatting 300.000 wezen in Rwanda zijn als gevolg van de genocide in 1994 aan hun lot overgelaten, zonder hulp van pleegouders of charitatieve instellingen. Dit bericht de hulporganisatie World Vision in een gisteren uitgebracht rapport na een uitgebreid onderzoek in Rwanda.

World Vision interviewde 1.700 kinderen die aan het hoofd staan van gezinnen. Ongeveer 58 procent verloor zijn vader, vijftig procent zijn moeder en 39 procent beide ouders. De hulporganisatie sprak verder met districtsfunctionarissen, leraren en andere plaatselijke notabelen.

Van de 60.000 door kinderen geleide huishoudens blijkt in drie van de vier gevallen een minderjarig meisje het gezinshoofd te zijn. Volgens World Vision zijn de wezen een veronachtzaamde groep in de Rwandese samenleving.

De demografische opbouw van het land werd grondig door elkaar geschud als gevolg van de moorden. Het traditionele vangnet van de uitgebreide familie blijkt veelal niet meer voorhanden omdat te veel gezinsleden zijn weggevallen.

Kinderen werden niet gespaard tijdens de massaslachtingen vier jaar geleden. Ze werden gedwongen mee te doen aan het moorden of ze waren doelwit. Volgens een eerder gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties aanschouwde eenderde van Rwanda's kinderen hoe leeftijdgenoten met kapmessen doodden, de helft van de kinderen maakte massaslachtingen mee. Kinderen moesten met de moordenaars mee op pad om bezittingen van lijken te stelen.

De meeste kinderen hebben nu geen toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Bovendien staan ze bloot aan uitbuiting door ouderen. Meisjes lopen het gevaar seksueel misbruikt te worden. De kinderen erfden in de meeste gevallen niet de eigendomsrechten op de akkers en huizen van hun vermoorde ouders. Iedere dag betekent voor hen een gevecht om te overleven.