Randstad voert winst met 24,3 pct op

ROTTERDAM, 25 FEBR. Uitzendorganisatie Randstad blijft profiteren van de behoefte aan tijdelijk en flexibel inzetbaar personeel. De omzet van het concern steeg vorig jaar met bijna 19 procent tot 7,07 miljard gulden. Randstad behaalde daarmee een winst van bijna 258 miljoen gulden, 24,3 procent meer dan in 1996.

Per aandeel Randstad steeg de winst met 47 cent tot 2,39 gulden. Het concern wil het dividend verhogen van 0,77 naar 0,96 gulden per aandeel. Op de Amsterdamse effectenbeurs reageerden beleggers lauw op de cijfers, die half januari al in voorlopige vorm bekend waren gemaakt. De koers van het aandeel steeg vanmorgen licht met 50 cent tot 89,50 gulden.

Randstad, in Nederland met een marktaandeel van 41 procent verreweg de grootste partij op het gebied van uitzendarbeid, heeft in Nederland vooral in het tweede halfjaar de markt voor tijdelijk personeel weer zien groeien. “In het eerste halfjaar zagen we een lichte afvlakking, maar daarna is de markt weer goed aangetrokken”, zegt concerndirecteur sociale zaken mr. F. van Haasteren. Ook in het buitenland, waar Randstad inmiddels 34 procent van de omzet behaalt (32,8 procent in 1996), neemt de vraag naar uitzendarbeid na een inzinking van de markt weer toe. Oorzaken: de economische groei en de voortgaande behoefte aan flexibel inzetbaar personeel.

Ook dit jaar verwacht Randstad dat de markten waarop het concern actief is met meer dan tien procent (de trendmatige groei) zullen toenemen. Omdat het bedrijf over een sterke marktpositie beschikt en de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in infrastructuur zal Randstad naar eigen zeggen opnieuw sneller groeien dan de markt. Door de inmiddels bereikte schaalgrootte kunnen de “forse” investeringen volgens Randstad gecombineerd worden met een beheerste kostenontwikkeling. “Naar verwachting zullen in 1998 omzet en nettowinst dan ook met hetzelfde tempo toenemen”, aldus Randstad.

Gemiddeld waren er vorig jaar iedere dag 173.000 mensen via Randstad aan het werk, tegen 148.000 in 1996. Volgens Van Haasteren zet die groei ongehinderd door, ondanks het feit dat steeds meer werkgevers weer personeel in vaste dienst nemen. “De banenmachine is nog lang niet aan het einde gekomen”, aldus Van Haasteren. Uitzendbureaus blijven daar volgens hem een belangrijke rol in spelen, enerzijds omdat bedrijven hun nieuwe banen toch eerst door uitzendkrachten willen laten uitvoeren, anderzijds omdat uitzendbureaus over betere mogelijkheden beschikken om aan personeel te komen.

Door de grote vraag naar tijdelijk personeel wordt het volgens Van Haasteren wel steeds gemakkelijker om ook mensen met een zogeheten 'grotere afstand tot de arbeidsmarkt' aan werk te helpen. “Bij vloed gaat alles drijven. Wij kunnen ervoor zorgen dat die bootjes in het water komen.”