Overzicht van abstracte schilderijen in het Stedelijk Museum; Lasker worstelt met de gordijnen

Tentoonstelling: Jonathan Lasker: schilderijen 1977-1997. In het Stedelijk Museum, Amsterdam. Tot 19 april. Dag. 11-17 u.

De schilderijen van Jonathan Lasker (1948, Jersey City, New York) doen zich voor als een parodie op het schilderen. De centimetersdikke verfstreken lijken zichzelf te acteren: kijk mij eens een expressieve pasteuze toets zijn! Laskers' doeken parodiëren ook de compositie. Hun indeling is eenvoudig, op het simplistische af, met een monochroom vlak of een min of meer egaal lijnenpatroon als achtergrond waarop een abstracte figuur zweeft. De figuur contrasteert met het fond door verfdikte en kleur. Het aantal kleuren is beperkt tot vijf meestal ongemengde, kleuren.

Maar het is een maskerade: de schilderkunst van Lasker is geen parodie of een toneelstukje. Het is allemaal diepe ernst. In de tijd dat Lasker begon met schilderen, midden jaren zeventig in New York, was de minimal art toonaangevend, zij het dat zij in haar laatste fase was beland. Het schilderij was effectief 'leeggemaakt' en ontdaan van ieder verhaal of van iedere verwijzing naar iets dat niet direct betrekking had op het schilderij zelf.

Als zoveel schilders van zijn generatie wilde Lasker het verhaal en de uitdrukking van emotie terugbrengen in de schilderkunst - maar hoe? Hij besloot dit te doen met zuiver beeldende middelen en met een abstracte beeldtaal. Maar dit betekent dat hij in feite nog steeds een gevangene is van het formalisme van de minimal art.

Lasker zelf is zich van het dilemma maar al te zeer bewust en spreekt dan ook over een frustrated narrative. Hij probeert drama in zijn werk te brengen door de spanning van het contrast tussen voor- en achtergrond zo hoog mogelijk op te voeren. Ook zoekt hij naar schoonheid, de schoonheid van kleur, en van patroon en ritmiek van vlakverdeling. Love's Rhetoric is de titel van een schilderij uit 1990 (152 x 203 cm). Een babyroze fond met daarin zacht turqooise rechthoeken roepen een weemoedige stemming op. Pasteuze 'tekens' in lila, zwart en feloranje zweven er overheen. Vooral het vitale oranje, zwart omkaderd, contrasteert met de rest van het doek. De titel Love's Rhetoric is veelzeggend. De liefde is hier vervangen door het spreken erover, door middel van tekens en gestileerde expressie, maar de passie ontbreekt. De schilderijen van Lasker gaan over de schilderkunst, maar niet over liefde, over mensen of over de natuur.

Ik heb wel begrip voor Laskers impasse. Toen ik zijn werk voor het eerst zag, in 1993 bij Witte de With in Rotterdam, dacht ik dat Lasker een heel eind op weg was om een oplossing te vinden voor de impasse van de abstracte schilderkunst. Maar nu, bij het zien van zijn overzicht in het Stedelijk, was ik toch teleurgesteld: zijn strategie is te cerebraal, en de resultaten ervan te beredeneerd en kil. De befaamde Amerikaanse kunstcriticus Clement Greenberg, woorvoerder van de naoorlogse abstracte Amerikaanse schilderkunst, gaf in 1961 in een essay een mooie omschrijving van het modernistische schilderij: 'Van Giotto tot Courbet was het de eerste taak van de schilder om een illusie van driedimensionale ruimte uit te hollen in een plat vlak. Men keek door dit oppervlak heen, als door een voortoneel, op een toneel. Het Modernisme heeft dit toneel steeds ondieper gemaakt, totdat de achtergrond hetzelfde werd als het toneelgordijn. Dat gordijn, het doek, is nu allles wat de schilder is overgelaten'. Voor alle duidelijkheid: in de opvatting van Greenberg was deze reductie geen verarming, maar pure winst, want nu was de schilderkunst eindelijk Zuiver en Waar geworden.

Lasker is belast met de erfenis van Greenberg. Hij worstelt met het toneeldoek dat hij open zou willen schuiven om zicht te bieden op dat wat erachter ligt. Maar vooralsnog zien we alleen nog maar de gordijnen. Hoe mooi ook soms zijn kleurgebruik, hoe intelligent zijn composities, Lasker is verstrikt in de toneelgordijnen van de modernistische schilderkunst.