Na Securitel

EEN COMPLIMENT is op zijn plaats voor minister Wijers (Economische Zaken) en niet alleen wegens de Chinese contracten. Aanleiding is het opruimen van de Securitel-erfenis, het stuwmeer van allerlei technische regelingen die ten onrechte niet waren aangemeld bij de Europese Commissie in Brussel. Als gevolg van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap in de zogeheten Securitel-zaak liepen de niet-gemelde regelingen een groot risico ongeldig te worden verklaard.

De Securitel-uitspraak dateerde van april 1996, de eerste brief van Wijers aan de Tweede Kamer van juni vorig jaar. Het was duidelijk dat er iets goed mis was gegaan met de Europese coördinatie tussen de Haagse departementen. En dát van een kabinet dat juist zo'n punt had gemaakt van “herijking” en “ontschotting” van het buitenlandse beleid. Wijers was vorig jaar niet zuinig met het aanbieden van excuses. Hij beloofde ook beterschap in de vorm van een snelle inhaalslag.

DAT LAATSTE heeft het kabinet in elk geval waargemaakt. Het eindverslag van de Securitel-hersteloperatie laat zich lezen als een goedgesmeerde aftelsom. Van de vierhonderd regelingen op de oorspronkelijke lijst is nog slechts een handvol in behandeling. In de meeste gevallen is de herstelprocedure voorspoedig afgerond. Over de medewerking van de Brusselse instanties viel trouwens ook niet te klagen. Een fiks aantal regelingen op de lijst bleek bij nader inzien niet te hoeven worden aangemeld.

Er zijn nog wel twee vuiltjes aan de lucht. In de eerste plaats zijn claims mogelijk van burgers die schade hebben ondervonden doordat een regeling tijdelijk is uitgevallen. Dat gaat overigens alleen op indien men is getroffen in een handelsbelang; paniekverhalen dat bijvoorbeeld de ademtest in het verkeer ongeldig was, werden door de Hoge Raad direct de kop ingedrukt.

Het tweede vuilje betreft de vraag of herhaling nu is voorkomen. Wat dit betreft is er iets vreemds aan de hand met de complimenten aan het kabinet die minister Wijers in ontvangst mag nemen. Hij heeft de hersteloperatie voortvarend geleid, maar hij komt in het vervolg van het verhaal niet voor. “Justitie en Buitenlandse Zaken doen een voorstel voor de verbetering van de interdepartementale coördinatiestructuur”, heet het in de actiepunten van het kabinet. Buitenlandse Zaken heeft het voortouw bij de Brusselse betrekkingen en Justitie helpt door de vakdepartementen te testen of hun interne wetgevingsprocessen voldoen aan de kwaliteitseisen (“legal audit”).

DE LEIDENDE gedachte van het kabinet is dat elk departement zelf verantwoordelijk blijft voor de eigen wet- en regelgeving. Het overnemen van dit soort kernactiviteiten zou moeilijk te verenigen zijn met het beginsel van de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit vormt echter geen verbod van eenduidige afstemming. De duale oplossing die het kabinet nu kiest is, ondanks de opsmuk met een legal audit, in feite een voortzetting van het verleden. Mét het geenszins denkbeeldige risico dat belangrijke zaken opnieuw tussen wal en schip zullen vallen.

“Vluchten kan niet meer”, heet het in de kabinetsstukken: “Europa moet een normaal onderdeel worden van het departementale primaire proces”. Misschien is een herijkingsoperatie een aardige suggestie voor de volgende kabinetsformatie.