Mintz speelt Paganini als ode

Concert: Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Daniele Gatti, m.m.v. Shlomo Mintz (viool). Programma: Resphigi: Fontana di Roma; Paganini: Eerste vioolconcert; Prokofjev: delen uit 'Romeo en Julia'. Gehoord: 24/2 Concertgebouw Amsterdam.

Eigenlijk zijn er zijn twee soorten violisten. De virtuozen van het formaat van Ruggiero Ricci en Salvatore Accardo, die zó gefascineerd zijn door het fenomeen Paganini, dat ze steeds opnieuw de uitdaging aangaan om zijn nog altijd 'onspeelbare' vioolmuziek uit te voeren. Zij zijn als het ware de vakidioten onder de violisten, gebiologeerd door wat technisch mogelijk is op de viool, en altijd bezig met het verleggen van grenzen.

En dan zijn er de lyrische virtuozen, meesterviolisten als Itzhak Perlman, Pinchas Zukerman en Maxim Vengerov, die hun carrière meestal beginnen met een fabelachtig vertoon van violistische virtuositeit, waarna ze zich voor eens en altijd op de Hogere Waarden van de muziek zelf concentreren. Voor hen levert het technische stuntwerk waar Paganini's concerten en caprices om vragen de springplank op naar internationale erkenning.

Violist Shlomo Mintz behoort tot de tweede categorie. Om zijn integere vioolspel hangt een versluierende mist van bescheidenheid, maar in vakkringen wordt hij beschouwd als een van de grootsten. Dat juist Mintz halverwege zijn gemoedelijk verlopende solistencarrière de uitdaging aandurfde om met het Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Daniele Gatti Paganini's Eerste vioolconcert te vertolken, getuigt van heldenmoed.

Na de eindeloze orkestinleiding, door Gatti als een beschaafde potpourri gedirigeerd, zag het er bij de inzet van de soloviool even naar uit dat Mintz over Paganini's achtbaan-achtige thematiek zou uitglijden. Meteen was er die superieure en gloedvolle viooltoon, maar de intonatie wilde niet lukken. Binnen enkele maten had Mintz zich echter warm gezongen, zoals een operadiva die er even in moet komen. En vanaf dat moment was de Paganini van Mintz in alle opzichten spectaculair: de flageoletten, de dubbelgrepen, het ricochet (een reeks springende noten op één streek), de zinderende melodievoering hoog op de g-snaar, alle acrobatiek waar zoveel violisten over struikelen stelde Mintz probleemloos in dienst van de muzikale expressie. Zijn Paganini was een Paganini con amore, een ode aan het Italiaanse belcanto met de viool als lyrische sopraan.

Dirigent Gatti had zich tijdens zijn beheerste maar wel sfeervolle uitvoering van Respighi's Fonatane di Roma en de allerte orkestbegeleiding van Paganini's Eerste Vioolconcert geprofileerd als een conscentieus musicus. In zijn plastische interpretatie van delen uit Prokofjevs balletsuite Romeo en Julia raakte hij pas werkelijk op dreef met aandacht voor details en de verscheidenheid aan klank en kleur. Het in alle registers gloedvol resonerende Royal Philharmonic Orchestra zette hij aan tot een majestueuze stijl van musiceren. Van de meest verfijnde strijkersklanken tot aan het exploderende koper, het intens en gedisciplineerd musicerende Britse orkest sprak in ieder opzicht tot de verbeelding.