Kofi Annan en Saddam: een goed menselijk contact

NEW YORK, 25 FEBR. Van alle kanten werd Kofi Annan gisteren lof toegezwaaid. De vijftien leden van de Veiligheidsraad feliciteerden hem met het resultaat van zijn missie naar Bagdad. Enkele honderden VN-medewerkers juichten hem bij zijn aankomst in het hoofdkwartier van de Volkerenorganisatie in New York enthousiast toe. De Amerikaanse VN-ambassadeur Bill Richardson, die nog nadere opheldering wil hebben over enkele onduidelijkheden in het akkoord met Irak, zei voor de Amerikaanse televisie niettemin dat Annan zijn heldenwelkom had verdiend. En ook Saddam Hussein, zo bleek, is over de VN-topman goed te spreken.

“We hadden een goed menselijk contact”, vertelde Annan gisteren over zijn ontmoeting met de Iraakse leider, zondag in het zogeheten Republikeinse Paleis in Bagdad. “Hij zei herhaaldelijk: ik kan u vertrouwen.”

De vraag van een journalist of dat gevoelen wederzijds was, ging Annan beleefd uit de weg. “Ik geloof dat ik zaken met hem kan doen. Ik geloof dat het hem ernst was. Hij beseft dat Irak moet meewerken als het licht aan het eind van de tunnel wil zien. En op haar beurt moet UNSCOM meewerken om het inspectieproces te versnellen. We moeten de Irakezen behandelen met respect en waardigheid. En we zouden een mechanisme moeten hebben om conflicten op te lossen voor ze aanleiding tot een oorlog worden.”

Annan, die Saddam Hussein nooit eerder had ontmoet, omschreef de Iraakse president als “heel, heel rustig”. En met een glimlach voegde hij daar aan toe: “Hij verheft nooit zijn stem” - de omschrijving waarmee de beheerste Annan zèlf altijd gekarakteriseerd wordt. “Hij is goed op de hoogte, anders dan de indruk die wel eens bestaat dat hij slecht geïnformeerd en geïsoleerd is. En hij is besluitvaardig. Ik was onder de indruk van zijn besluitvaardigheid.”

Annan zei te geloven dat de relatie die hij nu met Saddam Hussein heeft opgebouwd, in de toekomst behulpzaam kan zijn bij het voorkomen van conflicten. “Hij vroeg mij aan de Veiligheidsraad over te brengen hoezeer zijn volk lijdt onder de sancties.” Dat heeft Annan gedaan.

Gevraagd wanneer de sancties volgens hem opgeheven kunnen worden, antwoordde de secretaris-generaal: “Als Irak heeft voldaan aan de relevante resoluties van de Veiligheidsraad.” Maar welke resoluties dat precies zijn, is een vraag waarover de leden van de Veiligheidsraad het niet eens zijn. Annan, diplomaat en dienaar van de Verenigde Naties, zoals hij zichzelf gisteren omschreef, hield zich dus zorgvuldig op de vlakte.