Het drama van Daisy uit Galjoen

De dood, mogelijk door toedoen van twee negenjarige jongens, van een peuter in Lelystad heeft geleid tot grote problemen binnen de buurten waar het drama zich bijna drie weken geleden afspeelde.

LELYSTAD, 25 FEBR. Helemaal aan de rand van Lelystad, op hoorafstand van de snelweg, ligt een brug die de buurten Galjoen en Jol met elkaar verbindt. Beide buurten staan bekend als probleemwijken. Jongetjes met mountainbikes scheuren over de brug of staan er te vissen. Van boven op de brug wijzen ze op de kale plekken in het gras aan de waterrand. Op die plek is de driejarige Daisy Kruijswijk 5 februari in het water beland.

Tim (11) heeft het gehoord van vrienden van z'n zus. Er zou een bal op de dunne ijslaag zijn gerold en Daisy moest hem eraf halen, omdat zij het lichtst was. Toen ze terug op de kant wilde klimmen zouden twee negenjarige jongens, Michael en Kevin, haar met stokken hebben tegengehouden. Daisy zakte door het ijs en werd enige tijd later door een voorbijganger uit het water gehaald. Drie dagen later was ze dood. De twee jongens werden verhoord door het openbaar ministerie in Zwolle, maar verder gebeurde er (nog) niets. Dat konden Daisy's ouders niet verdragen. Op eigen initiatief namen ze advocaat mr. A. Moszkowicz in de arm. Deze week begonnen buren een handtekeningenactie om de jongens en hun gezinnen uit de buurt te krijgen.

Het is tweede keer in korte tijd dat mensen in opstand komen omdat het strafrecht niet voorziet in hun behoefte. Bewoners uit het Gelderse Ochten spanden in januari een kort geding om aan een ontuchtpleger, die vrij zou komen omdat hij meerderjarig werd, uit het dorp te weren. Voor de twee jongens uit Lelystad geldt dat ze niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, omdat ze jonger dan twaalf zijn. De Nederlandse wetgeving gaat ervan uit dat jonge kinderen nog geen onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad. In andere landen is dat overigens anders. De twee Britse jongens van tien jaar die in 1993 de tweejarige James Bulger meelokten en vermoordden, werden door de rechter veroordeeld tot acht jaar celstraf.

Twee dagen na Daisy's dood begon de Raad voor de Kinderbescherming op verzoek van de politie in stilte met een onderzoek. Om de jongens te beschermen had het OM hun betrokkenheid niet landelijk bekendgemaakt. Door vragen van journalisten kwam die nadien toch naar buiten. De Raad zal het onderzoek, dat meestal enkele maanden duurt, wegens de explosieve situatie in de buurt binnen twee weken afronden. De families van beide jongetjes werken volgens een woordvoerder “in alle opzichten” mee. De zwaarste maatregel die de Raad kan treffen is uithuisplaatsing van de kinderen naar een pleeggezin, gezinsvervangend tehuis of behandelcentrum voor jongeren. Dit is wat Moszkowicz voor zijn cliënten hoopt te bereiken. “Dan kunnen de vermoedelijke daders zich niet meer in de buurt van de familie Kruijswijk vertonen,” aldus de advocaat. Ook wil hij de begrafenis- en andere kosten op de familie van de jongens verhalen.

Volgens Moszkowicz is met de politie afgesproken dat de jongens voorlopig binnenshuis zouden blijven, maar daar hebben ze zich niet altijd aan gehouden. “Tot hun ontsteltenis hebben mijn cliënten moeten bemerken dat in ieder geval één van de jongens weer vrolijk op straat rondloopt”, aldus de advocaat vandaag in een brief aan de officier van justitie. De familie Kruijswijk hoeft hem niet te betalen.

De buurt is verdeeld over de zaak. Tim vindt dat de jongens zo snel mogelijk weg moeten. “'t Is niet normaal wat ze flikken. Als ik het gezien had, had ik er op geramd.” Zijn vriendje Tonny, ook elf, denkt er anders over. “Ze zeggen dat de moeder zat te slapen. Dus het is ook haar schuld.”

C. van Gelder heeft van harte haar handtekening gezet, maar zij heeft dan ook om persoonlijke redenen een hekel aan het gezin van Michael. Toen zij nog vlak bij hen woonde hebben zijn ouders meegewerkt aan een handtekeningenactie tegen haar, omdat haar hond te luid zou janken. “Ik heb toen van een andere buurman zelfs een bijl door m'n ruit gehad. Toen moest ik wel weg.” Ze beschrijft Michaels ouders, die na de vliegramp in 1992 uit de Amsterdamse Bijlmer naar Lelystad zijn verhuisd, als “zeer agressief”. “Dat kind heeft daar gewoon iets van meegenomen.”

Een andere bewoonster die niet met haar naam in de krant wil “want dan staan die van die actie hier meteen op de stoep”, wil haar handtekening “pertinent niet” zetten. “Je kunt die ouders toch niet aanrekenen wat die jongens hebben gedaan? Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Oók een jongen van negen jaar. Die weet donders goed dat zoiets niet mag.” Maar even goed verzet ze zich tegen een hetze tegen hèn. “Die jongens zijn nu gelijk door en door slecht. Wie weet wat een schatten van jongens het eigenlijk zijn.” Volgens R. Ducardus, de buurman de familie Kruijswijk en een van de initiatiefnemers van de actie, zijn er tot nu toe ongeveer honderd handtekeningen opgehaald. “Het gaat niet zo hard. De ophalers worden vaak naar binnen gevraagd om uitleg te geven.”

De gemeente Lelystad doet er alles aan om de gemoederen te sussen. Burgemeester Ch. Leeuwe heeft zich gisteren bereid verklaard de verzamelde handtekeningen in ontvangst te nemen. “Maar van gedwongen verhuizing zal geen sprake zijn. Daar werken wij niet aan mee.” Wijkmanager in Galjoen en Jol is P. Weber, sinds juni vorig jaar verantwoordelijk voor de contacten tussen de gemeente en de bewoners van de twee probleembuurten. Hij is bang dat er twee kampen zullen ontstaan en bemiddelt daarom tussen de gezinnen. “Als ze ervoor kiezen in de buurt te blijven, moeten we de hulp daarop afstemmen”, zegt hij. Een van de jongetjes woont maar een paar huizen bij de familie Kruijswijk vandaan. “Laten we wel wezen”, zegt Weber. “Zo'n jongen hoeft maar met zijn fiets tegen iemand aan te rijden of hij heeft 't weer gedaan.”