Haagse Bart is een beetje Vlaming geworden

Bart Veldkamp is gisteren in Brussel gehuldigd voor zijn bronzen medaille op de olympische vijf kilometer. De 30-jarige schaatser kijkt nu al uit naar de volgende Spelen. “Dan wil ik niet de enige Belg zijn.”

BRUSSEL, 25 FEBR. Brussel ligt deze middag in de schaduw van Made, Deersum en Sappemeer. Terwijl de dorpshelden Gianni Romme, Ids Postma en Marianne Timmer in hun woonplaats aan de polonaise beginnen, krijgt de Haagse migrant Bart Veldkamp een koud buffet aangeboden in het hoofdkwartier van het Belgisch Olympisch Interfederaal Comité (BOIC). Geen hoempapa, geen feestneuzen, geen jolige burgemeester. Veldkamp kan de ingetogen ceremonie wel waarderen. “Ze pakken het hier lekker relaxed aan. Waarom zou je voor een bronzen plak uit je bol moeten gaan?”

Volgens goed Belgisch gebruik wordt de persconferentie in twee talen gehouden. De bestuurders van het BOIC grappen in het Frans over het gebruik van marihuana in het olympisch dorp. Ze spreken over joint-commissions die het drugsgebruik moesten opsporen. Veldkamp, die op de MAVO slechts één jaar Franse les kreeg, kan de woordspelingen moeilijk volgen. Maar zijn timing laat hem deze middag niet in de steek; hij lacht op de juiste momenten.

Veldkamp keerde de Nederlandse schaatsbond drie jaar geleden de rug toe. Hij had genoeg van alle organisatorische problemen en hij wilde zich als stayer rustig voorbereiden op Nagano, zonder de strenge selectienormen van de KNSB. Hij liet zich inschrijven als inwoner van Bonheide, in de buurt van Mechelen. Hij kreeg een Belgisch paspoort en een Belgisch schaatspak. Hij werd met open armen ontvangen door de bobo's van de BOIC, die tot dusverre alleen bij de Zomerspelen op reis mochten. Haagse Bart was een beetje Vlaming geworden. “Ik voel me hier thuis. Het is een kleine, gezellige familie.”

België heeft geen enkele traditie met snelschaatsen en een beperkte erelijst bij de Winterspelen. De laatste medaille dateerde van 1948, toen de Belgische kunstrijders en de Belgische bobsleeërs in de prijzen vielen. Vice-voorzitter F. Meulemans van het BOIC is trots op de Belgische inbreng in Nagano. “We hadden één atleet, één medaille en één zieke. Voilà, een score van honderd procent. Dat kan geen enkel andere land ons nazeggen.”

Veldkamp krijgt na afloop van de toespraken een bos bloemen en een beeldje aangeboden. Hij poseert met zijn bronzen plak voor de camera's en staat vervolgens alleen de Nederlandstalige pers te woord. “Ik heb genoeg motivatie om vier jaar door te gaan. Fysiek heb ik nog geen enkel probleem. Mentaal zal het lastig worden. Maar het grootste probleem zijn de financiën. Ik moet zo snel mogelijk een privésponsor vinden, anders kan ik onmogelijk topsport bedrijven. Ik moet de komende maanden slagen, voordat het WK voetbal de aandacht trekt. Het is nu of nooit.”

Veldkamp wordt ter plekke gesteund door de heer Meulemans, die namens de Belgische sportkoepel 400.000 francs (ongeveer 20.000 gulden) in het vooruitzicht stelt. “Bart heeft zijn contract zeker en vast vervuld. We hopen het bruto bedrag netto te kunnen uitkeren.” Veldkamp weet de winstpremie op juiste waarde te schatten. “Elke bijdrage is van harte welkom. Dit is toch een teken van waardering die ik in Nederland niet heb gehad.”

De moeizame relatie met de Nederlandse schaatsbestuurders bleek in Nagano, waar Veldkamp met de nek werd aangekeken. “Ik was niet erg welkom, ik was natuurlijk ook een concurrent.” Op speciaal verzoek van prins Willem-Alexander bezocht hij in Nagano één keer het Holland House, maar de carnavaleske sfeer kon hem niet erg boeien. “Voor mij zijn de Spelen meer dan een Nederlands schaatsfeest. Ik spreek veel liever een paar buitenlanders die een vreemde sport beoefenen. De mooiste herinnering bewaar ik aan een school in Nagano waar tachtig kleine kinderen ons vermaakten met liedjes en dansjes. Dat was voor mij het hoogtepunt van de Spelen.”

Veldkamp wil zich de komende jaren bezighouden met “ontwikkelingshulp”. Hij wil zijn kennis overdragen aan een nieuwe generatie Belgische schaatsers, zonder zijn eigen aspiraties te verwaarlozen. “Over vier jaar ben ik 34, maar nog lang niet afgeschreven voor topsport. Het lijkt me een leuk idee om in Salt Lake City niet de enige Belg te zijn.”