Georgië ziet hand van Moskou

De recente aanslag op de Georgische leider Sjevardnadze en de gijzeling van VN-waarnemers door Sjevardnadzes vijanden zet de relatie tussen Georgië en Rusland ernstig onder druk.

MOSKOU, 25 FEBR. Tsjechië verslaat Rusland om het ijshockeygoud in Nagano. De vreugde onder gijzelaars en gijzelnemers in West-Georgië was groot. Rusland kleineren - dat is ook het doel van de terroristen. “Leve Tsjechië!” De ontvoerders brachten een toast uit op hun Tsjechische gevangene, die ze dreigen te doden als ze hun zin niet krijgen. “Op de gezondheid van majoor Jaroslav Kulek!”

Dat was op dag vier van de gijzeling in het huis op de heuvel in het Georgische dorp waar twintig gewapende rebellen zich met hun gijzelaars - een Georgische familie en vier VN-waarnemers - hebben verschanst. Vandaag is het dag acht, en inmiddels zijn er een Uruguyaan en een Zweed vrijgelaten, maar nog steeds luidt een van de eisen van de kidnappers: het Russische leger moet weg uit Georgië.

Toch brengt de Kaukasische logica de Georgische president Edoeard Sjevardnadze, nog bijkomend van de aanslag op zijn leven op 9 februari, ertoe om in dit geweld de hand van Moskou te zien: “Er zijn krachten in Rusland die Georgië willen opblazen.” Zeker is dat de jongste overval op de stoet auto's van Sjevardnadze, uitgevoerd met kalasjnikovs en antitankgeschut, verband houdt met de gijzeling in het huis op de heuvel: de strijders eisen ook de vrijlating van zeven vermeende daders van die moordpoging. De rest is politiek of pure speculatie.

Dat neemt niet weg dat bijna alle Georgiërs het hun president nazeggen: dit is het werk van Moskou. Maar de ontvoerders, hun 30-jarige aanvoerder Gotsja Eseboea voorop, zijn aanhangers van Zviad Gamsachoerdia, de Russofobische nationalist die de eerste president van het onafhankelijke Georgië werd. Gamsachoerdia werd in 1992 afgezet en stierf in 1993 onder mysterieuze omstandigheden. Maar in de Kaukasus gaan het soort leiders van het kaliber Gamsachoerdia (net als de vermoorde Tsjetsjeense president Doedajev) pas leven na hun dood. Zijn ex-strijders hebben zich de geuzennaam zviadisten aangemeten en noemen Sjevardnadze “een agent van het Kremlin”.

Tegenstrijdiger kan bijna niet. Sjevardnadzes verdachtmaking van de Russen heeft er al toe geleid dat de Georgische ambassadeur in Moskou op het matje is geroepen, uitgerekend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Smolenskiplein van waaruit “de grijze vos” Sjevardnadze eind jaren tachtig als Sovjet-minister onder Gorbatsjov de Koude Oorlog hielp beëindigen.

Vorige week al heeft de 70-jarige president de Russische kazernes in zijn land laten blokkeren. Want na de aanslag op zijn leven in 1995, toen de Georgische leider met een gezicht vol schrik en schrammen ontkwam, was de hoofddader via een van die gehate legerbases in een Russisch vliegtuig naar Rusland gevlucht. Erger nog: die hoofddader van toen, Igor Giorgadze, de voormalige chef van de Georgische veiligheidsdienst, heeft ongestoord vanuit zijn driekamerflat in Moskou de bijna-fatale hinderlaag van 9 februari kunnen beramen - daarvan is Tbilisi overtuigd.

Veel Russen op hun beurt geloven dat Sjevardnadze de aanslag van 9 februari van a tot z in scène heeft gezet, om een stok in handen te krijgen om zijn vijanden mee te slaan. De serieuze pers gaat zover niet, maar werpt de vraag op: wat zou Rusland er bij winnen als het Georgische staatshoofd wegvalt? “Sjevardnadze heeft vele vijanden, die allemaal wel een granaat op zijn Mercedes zouden willen afvuren”, schrijft het Russische weekblad Itogi. Sovjet-nostalgici om te beginnen, die menen dat Sjevardnadze de Sovjet-Unie heeft uitgeleverd aan het Westen. Verder de zviadisten. Maar ook de aanhangers van de verboden militie Mchedroni (Ruiterij), wier leider Dzjaba Josseliani in 1992 de weg naar de macht voor Sjevardnadze had bereid door Gamsachoerdia af te zetten, maar die later tot crimineel was verklaard. Kandidaat-verdachten zijn ook de peetvaders van de Georgische mafia, die niets moeten hebben van Sjevardnadzes anti-corruptiebeleid. En last but not least: de deelnemers aan de geopolitieke dans om de Kaspische olie. Net als na de aanslag in 1995 beweert Sjevardnadze nu opnieuw dat de daders willen bereiken dat Georgië niet het uitverkoren doorvoerland wordt voor de rijkdommen uit de nabije binnenzee. Want de grootste kopzorg van de Westerse olieconcerns (die kostbare allianties zijn aangegaan in landen als Azerbajdzjan, Kazachstan en Turkmenistan) is: hoe krijgen we de olie op de wereldmarkt? Net als ten tijde van de eerste olieboom, een eeuw terug, toen er een houten oliepijpleiding naar Batoemi aan de Zwarte Zee liep, dat wil zeggen dwars door Georgië, wil Sjevardnadze (daarin gesteund door Washington) dat een nieuw aan te leggen oliepijpleiding door zijn land zal lopen. Dit tot woede van Moskou, de vroegere heerser over de Kaspische Zee die in minder dan tien jaar tijd naar de zijlijn is verdreven.

Daags na de aanslag van 9 februari liet Sjevardnadze deze categorie van mogelijke vijanden weten: “De Kaspische olie zal koste wat kost door Georgië stromen.” Een van de meest gangbare theorieën is dat Moskou het Trans-Kaukasische gebied wil ontwrichten om de noordelijke pijpleidingroute door Rusland als een aantrekkelijk alternatief te presenteren. Maar wie, o wie, zo vraagt Itogi zich af, haalt het in zijn hoofd te denken dat een volgende Georgische leider Rusland die waardevolle pijpleiding zal gunnen? Zou die niet nog veel feller anti-Russisch zijn?

Dat Rusland de opstandige Abchaziërs in West-Georgië heeft getraind en van wapens voorzien, zodat dit volkje van amper een half miljoen zielen zich in 1992 en 1993 in een bloedige oorlog wist te ontworstelen aan de macht van Tbilisi, dat is een publiek geheim. Eind 1993 was de druk van Moskou zo overweldigend, dat Sjevardnadze met tegenzin toetrad tot het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en instemde met de komst van een Russische vredesmacht (onder toezicht van VN-waarnemers) in Abchazië.

Itogi herinnert Sjevardnadze eraan dat Russische militairen, door paleizen en wegen te beschermen, hem indertijd hebben behoed voor een machtsgreep van oprukkende zviadisten. Wie er ook achter het Georgische geweld zit, zo concludeert de commentaarschrijver, de Russisch-Georgische relatie heeft er zwaar onder te lijden. Als dat de bedoeling was, zijn de terroristen in hun opzet geslaagd.