Democratie in India wordt steeds netter; Drinkwater blijft voor velen nog een groot probleem

Jonathan Power is Brits journalist. © Project Syndicate. De Indiase verkiezingen zijn als Indiase treinen: ze boemelen met een matig gangetje voort, doen er dagen over voor ze op hun bestemming aankomen, maar zijn ondanks het ongemak onderweg betrouwbaar, solide en komen min of meer op tijd op het station aan.

's Werelds grootste democratie komt eerstdaags voor de tweede keer in twee jaar in actie voor een wanhoopspoging een stabiele regering te kiezen, een buitengewoon moeilijke opgave nu de partij die aan de wieg van India's onafhankelijkheid stond tot een schim van haar vroegere omvang is geslonken. De beslissende factoren in de Indiase politiek zijn thans de plaatselijke, regionale, religieuze en kasten-partijen, om nog maar te zwijgen van de fenomenale vlucht die de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata Partij heeft genomen. Toch kan nu al worden gezegd dat dit waarschijnlijk de eerlijkste verkiezingen uit India's geschiedenis worden.

De Indiase democratie wordt met het jaar netter. Dat is gedeeltelijk te danken aan de ex-voorzitter van het verkiezingscomité T.N. Seshan, die de vorige verkiezingen met ijzeren hand heeft geleid. Later trad hij op in een reclamespotje voor het vegetarisme, waarin hij zei: “Ik eet alleen groenten en fruit, maar het liefst zet ik mijn tanden in een politicus.”

India's probleem is dus niet de eerlijkheid van het stemmen, maar het gebrek aan consequent optreden door politici. Dit keer is hoogst subtiele politieke balanceerkunst vereist, want slechts een minderheid van de gekozenen beschikt over een herkenbare ideologie die is om te zetten in een conventioneel politiek program.

Tot vrij recent was India een overwegend arme, in hoofdzaak agrarische economie die zich van de wereld afsloot achter hoge tariefmuren en zich, vaak met veel succes, verliet op haar eigen vindingrijkheid. Tegenwoordig is het een groeiende industriële mogendheid die na zeseneenhalf jaar van snelle economische liberalisering onder achtereenvolgende regeringen van uiteenlopende politieke signatuur, de grootste middenklasse van de wereld bezit, steeds aanlokkelijker wordt voor buitenlandse investeerders en economisch stabiel genoeg is om de financiële stormen te trotseren die een groot deel van Oost-Azië op de rotsen hebben gesmakt. En volgens het Wereld Economisch Forum wordt India alleen gepasseerd door de VS en China in een schaal waarin groeiprognoses en omvang van de economie zijn verwerkt.

Dit land met bijna een miljard inwoners heeft wat spottend 'de hindoe-groei' van 1 à 2 procent werd genoemd allang achter zich gelaten en laat nu jaar na jaar 6 à 7 procent groei van het BNP noteren. Onder een regering die de liberalisering versnelt, zou het land een comfortabele kruissnelheid van 8 of 9 procent kunnen halen, zonder de instabiliteit waardoor zijn concurrenten in Oost-Azië worden geplaagd en zonder het gebrek aan politieke en gerechtelijke openheid die China's grootste hinderpaal zijn. Geen wonder dus dat een flink aantal goed geïnformeerde beleggers voorspellen dat India China binnen enkele tientallen jaren zal hebben ingehaald.

India heeft de overgang naar een moderne samenleving langs democratische weg gemaakt. China moet de zijne nog maken en beschikt niet over een vrij verkozen gremium dat als schokbreker kan dienen. Terwijl academici en journalisten terecht debatteren over de vraag in hoeverre gewone burgers reële macht uitoefenen binnen het Indiase parlementaire stelsel, dat immers wordt gedomineerd door diverse politieke en economische machtsstructuren, wekt een terugblik op vijftig jaar Indiase onafhankelijkheid de indruk dat de democratie wel degelijk functioneert, voor de armen en de bevolking als geheel, maar ook voor de beter gesitueerden en de rijken. Landhervormingen hebben excessieve concentratie van agrarische terreinen met succes beteugeld. Positieve discriminatie biedt de verdrukte kastelozen betere kansen. De rechtbanken, de pers en de bureaucratie treden, althans soms, ten gunste van de armen op en werken onafhankelijk. Het geherwaardeerde stelsel van dorpsraden (panchayat) zorgt voor een vorm van algemene politieke participatie en een derde van de parlementszetels is thans gereserveerd voor vrouwen.

Er moet nog veel meer gebeuren wil de groei enig effect krijgen op het leven van brede lagen in de Indiase bevolking. Omdat India geen effectief ontwikkelingsprogramma kent, heeft het land nog altijd het grootste aantal analfabeten ter wereld. Nog altijd beschikt een kwart van de bevolking bijvoorbeeld niet over veilig drinkwater.

Maar waar een deel van India de moeite heeft genomen om in onderwijs en volksgezondheid te investeren, heeft het daar ook de vruchten van geplukt. Het beste voorbeeld is Bangalore, waar door investering in beroepsopleidingen India's eigen Silicon Valley is ontstaan, het op één na grootste exportgebied van computersoftware ter wereld. Als heel India het even goed zou doen als zijn vier meest welvarende deelstaten (Andra Pradesh, Haryana, Kerala en Punjab), dan zou het er met zijn armoede en zijn vooruitzichten als economische mogendheid heel anders voorstaan.

De andere kwestie waarmee India's volgende regering in het reine moet zien te komen is de steeds groeiende defensiebegroting. Een voortdurende confrontatie met Pakistan past dit land niet, dat wel belangrijker dingen aan zijn hoofd heeft en dat zich zonder al te grote politieke inspanning een gebaar kan veroorloven om het geschil met Pakistan bij te leggen. Wat het aan de Pakistanen moet toegeven, wint het dubbel en dwars op China terug. Een te hoge defensiebegroting is een blok aan het been dat India belet China vroegtijdig in te halen.