Concurrenten verrast; De Schelde krijgt order van Pakhoed

ROTTERDAM, 25 FEBR. Het Rotterdamse opslag- en distributieconcern Pakhoed heeft een nieuwe bitumentanker besteld bij de verliesmakende scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Het gaat om een opdracht van veertig miljoen gulden.

De order betekent een welkome aanvulling voor de orderportefeuille voor De Schelde. De werf is onderdeel van de Koninklijke Schelde Groep en heeft nu vijf opdrachten voor koopvaardijschepen in portefeuille. Nadat de werf vorig jaar twee koopvaardijschepen opleverde, heeft De Schelde er nu nog vijf in de boeken staan. Ongeveer de helft van de scheepsnieuwbouwactiviteiten bestaat uit vaartuigen voor de koopvaardij. De andere helft komt voor rekening van marinevaartuigen.

Eerder dit jaar werd bekend dat de Koninklijke Schelde Groep (KSG) over 1997 een verlies van tientallen miljoenen guldens heeft geleden. Max de Jong, ex-topman van Stork en de NOS, onderzoekt momenteel de toekomstmogelijkheden voor KSG. De Schelde en de overheid, die bijna 90 procent van de aandelen van De Schelde heeft, zijn op zoek naar partners. KSG maakt naast schepen ook industriële constructies en systemen. Maar de pijn van het bedrijf zit duidelijk in de sector scheepsbouw. Vooral de bouw van civiele schepen levert De Schelde - groot geworden in marinebouw - vaak problemen op.

Aangenomen orders zijn in het verleden met verlies uitgevoerd omdat de bouwkosten zwaar werden overschreden wegens de onwennigheid met civiele scheepsbouw. De vraag is of dit met de tanker voor Pakhoed ook niet dreigt. “We hebben hier genoeg mensen die weten hoe ze een tanker moeten bouwen”, zegt T. van de Poel, secretaris van de raad van bestuur van De Schelde. “Zo bijzonder is dat ook niet. Bovendien heeft de order ook te maken met de levertijd waarbinnen wij kunnen bouwen. We hebben nu al enkele jaren een aantal civiele opdrachten voor scheepsbouw en nu zal moeten blijken of die winst opleveren. We hebben als algemeen standpunt dat 1998 wat dat betreft voor het bedrijf het jaar van de waarheid moet worden.”

Concurrerende werven in Nederland die een grotere faam hebben op het gebied van speciaalbouw als tankers kijken met argusogen naar de opdracht van Pakhoed aan De Schelde. Volgens hen heeft Pakhoed de order aan De Schelde alleen maar uitbesteed omdat de werf uit Vlissingen onder de kostprijs werkt om het personeel aan het werk te houden. Dit wordt ontkend door topman Rob van den Heuvel.

Pakhoed is de komende jaren van plan nog een aantal schepen te laten bouwen. Het schip dat bij De Schelde wordt gebouwd is besteld door Rederij Theodora, een onderdeel van Pakhoed Shipping. De 118 meter lange en zeventien meter brede tanker krijgt een diepgang van 7,50 meter. Pakhoed wil het schip voornamelijk inzetten voor vervoer in Europese wateren. Tegenover het dagblad voor scheepvaart en transport Lloyds List verklaarde directeur Peter van Loef van Pakhoed Shipping: “Sinds 1990 hebben we de capaciteit van onze tankvloot jaarlijks opgevoerd met 10 à 15 procent per jaar. Die trend willen we doortrekken. Enerzijds streven we naar meer capaciteit en anderzijds naar verjonging van onze vloot.”

Pakhoed (gespecialiseerd in logistiek, opslag en distributie voor de olie- en chemische industrie) zoekt de capaciteit van de vloot meer in de grootte van de schepen dan in het aantal tankers.