Canada: budget zonder tekorten

Toonde Canada's minister van Financiën Paul Martin zich zondag tijdens de Londense G7-top al een zelfverzekerd man, gisteren was hij bij de presentatie van de begroting in Ottawa zelfs apetrots. Voor het eerst in 28 jaar was er geen tekort.

MONTREAL, 25 FEBR. Niet voor niets verklaarde Paul Martin dit weekeinde in Londen dat “het geweldig goed voelt om op dit moment de Canadese minister van Financiën te zijn”. Martin zei dat zondag na de bijeenkomst van collega-ministers van de zeven belangrijkste industrielanden (G7). Twee dagen later zette hij triomfantelijk de kroon op de campagne van zijn loopbaan - zijn gedreven bestrijding van het gat in de hand van de Canadese overheid.

In het Lagerhuis in Ottawa presenteerde Martin gisteren voor de eerste keer in 28 jaar een federale begroting die vrij is van een miljardentekort. Bovendien maakte hij bekend dat de Canadese overheidsfinanciën over het huidige boekjaar wegens meevallers eveneens al uit het rood zijn. Canada, zo zei hij trots, is daarmee het eerste land binnen de G7 dat een zogeheten balanced budget heeft bereikt.

“Wat ik nu ga zeggen is iets dat geen enkel Canadees kabinet heeft kunnen zeggen in bijna vijftig jaar”, proclameerde Martin gisteren tijdens zijn begrotingsrede. “We zullen de boekhouding volgend jaar op orde hebben. We zullen de boekhouding het jaar daarna op orde hebben. En”, zo voegde hij er onder luid gejuich aan toe, “we hebben de boekhouding over het huidige jaar op orde.”

Bestrijding van aanhoudende begrotingstekorten was de hoeksteen van Martins fiscale beleid sinds zijn aantreden in 1993. Van de conservatieve regering van premier Brian Mulroney erfde het huidige, liberale kabinet dat jaar een tekort van ruim 42 miljard Canadese dollar, een dieptepunt.

Sinds 1970 leefden opeenvolgende Canadese kabinetten dusdanig boven hun stand dat een staatsschuld werd opgebouwd van 583 miljard dollar (ruim 800 miljard gulden). Met 71 procent van het nationale inkomen is dat een van de relatief hoogste schulden onder geïndustrialiseerde landen. Drie jaar geleden nog omschreef de Wall Street Journal Canada om die reden als “het Mexico van het Noorden”, een “financiële afgrond” nabij.

In 1994 verklaarde Martin de woekerende aanwas van de staatsschuld tot stilstand te zullen brengen, “ongeacht of de hel of de zondvloed uitbreekt”. Gesteund door premier Jean Chrétien ondernam hij een programma van twintig miljard dollar aan bezuinigingen op overheidsuitgaven, met name op gezondheidszorg, onderwijs en sociale uitkeringen. Tevens werden enorme staatsondernemingen, waaronder spoorwegbedrijf CN Rail en olieconcern Petro Canada, om boekhoudkundigde redenen verkocht aan de particuliere sector, en werd de ambtenarij ingekrompen.

Martin had bij zijn campagne de wind in de zeilen. Canada beleefde de afgelopen jaren een stevige economische groei (vorig jaar ruim 3,5 procent), zodat belastingopbrengsten telkens hoger uitvielen dan geraamd. Lage rentetarieven hielden bovendien rentebetalingen over de staatsschuld, dit jaar ongeveer 45 miljard dollar, in toom. Het balanced budget werd twee jaar eerder bereikt dan gepland.

“Canada heeft een massale fiscale ommezwaai doorgemaakt”, meent Craig Wright, econoom bij de Royal Bank in Toronto. “In internationaal opzicht staan we er goed voor wat het begrotingstekort betreft.” Ter vergelijking wijst hij op de moeilijkheden in EU-landen om begrotingstekorten onder drie procent van het nationaal inkomen te brengen, een voorwaarde voor deelname aan de Europese Monetaire Unie.

Toch waarschuwt Wright tegen zelfgenoegzaamheid. “Achter het begrotingstekort gaat de staatsschuld schuil”, zegt hij. “Die is bij ons nog steeds relatief hoog.” Volgens Wright “zou het bemoedigend zijn om nu een nadruk te zien op afbetaling van de schuld.”

Die opvatting is inmiddels de inzet van een nationaal debat in Canada. Nu bezuinigingsrondes er tot het verleden behoren, zit Ottawa met een luxeprobleem: wat te doen met de verwachte miljardenoverschotten? In toekomstige begrotingen zal een relatieve afname van rentebetalingen over de staatsschuld ertoe leiden dat overschotten zich vertalen in een steeds hoger, zogenoemd 'fiscaal dividend'. Over de komende vier jaar alleen kan dat dividend volgens economen oplopen tot 36 miljard dollar. Dat geld kan worden besteed aan afbetaling van de staatsschuld, maar ook aan hogere regeringsuitgaven of aan belastingverlaging.

Martin zette gisteren in zijn begrotingsrede de toon met een combinatie van voornemens. Hoewel hij voor het komend jaar drie miljard dollar heeft opzijgezet voor afbetaling van de schuld, presenteerde hij ook een paar miljard aan nieuwe uitgaven, die hij zelf liever 'investeringen' noemde. De nadruk lag op initiatieven voor financiering van het hoger onderwijs, met onder meer een fonds van 2,5 miljard met studiebeurzen voor behoeftige studenten.