Bostridge is een bijzondere zanger

Concert: Ian Bostridge, tenor, Julius Drake, piano. Werken van Schumann. Gehoord: 24/2, Concertgebouw Amsterdam.

Hij is een echte story teller, de jonge tenor Ian Bostridge. Dinsdag gaf hij in de Kleine Zaal van het Concertgebouw een recital met Schumann-liederen. In geuren en kleuren, met een heerlijke dictie en met een meeslepende mimiek kleedt hij zijn liederen aan. Bakerrijm, sage of een van die talrijke ontboezemingen die de romantische dichtkunst rijk is; voor ieder lied weet Bostridge met zijn narratieve gave, zonder ook maar een zweempje pathetiek, een nieuwe sfeer te treffen.

Bostridge studeerde aan de universiteit van Oxford, maar koos uiteindelijk acht jaar geleden voor een professionele zangcarrière, die zich voorspoedig heeft ontwikkeld. Zo zong hij onder Franz Welser-Möst en Mstislav Rostropowitsj. Vorig jaar was hij al eens in het Concertgebouw te horen in de Britten-Sjostakowitsj Serie. Begeleider was toen, evenals nu, de pianist Julius Drake.

'Van mijn grote smarten heb ik kleine liederen gemaakt', schreef Heine, de favoriete dichter van Schumann. Juister is de bewering, dat Robert Schumann grote liederen heeft gemaakt van de vaak kleine smarten die de onbestemde verlangens en de liefdesverdrietjes van Heine en andere romantici met zich meebrengen.

Grootse liederen in miniatuurvorm. Niet zelden ingelijst in het groter geheel van de thematische cyclus. Om in luttele minuten het hele scala aan gevoelens uit een romantisch lied bloot te leggen, en tegelijkertijd het groter geheel zinvol perspectief te verlenen, moet je een groot zanger zijn. En dat is Ian Bostridge, zonder enig voorbehoud.

De cyclus opus 24 komt bij Bostridge haast aarzelend op gang. De wijze waarop hij dan Schöne Wiege meiner Leiden organisch laat volgen op de voorgaande liederen, het schrille contrast met het felle Warte, wilder Schiffsmann, en de ontlading in het slotlied Mit Myrten und Rosen is fenomenaal.

In de Liederkreis opus 39 werkt hij met wrang gekleurde doorgangsnoten uiterst subtiel naar wat je het dramatisch hoogtepunt van de cyclus zou kunnen noemen: Auf einer Burg. Dit lied met de spaarzame begeleiding, waarin Schumann zich soms prijsgeeft als een romantische Bach, zingt Bostridge geserreerd, open, op het improvisatorische af, in uitgekiend samenspel met pianist Julius Drake. Een rustpunt, van waaruit de rest van de cyclus kan worden geobserveerd.

Ian Bostridge is tenor, maar als je hem beluistert, hoor je niet één zanger, maar drie. Hij is bariton, tenor en altus tegelijk. Zijn stemomvang is groot, maar het is vooral de buitengewoon geschakeerde kleuring van die verschillende stemregisters, die Bostridge als zanger zo bijzonder maakt. Eigenlijk waren ze allemaal even prachtig die Schumann-liederen. En met de vier toegiften (Abends am Strand, de twee Zigeunerliedchen en Die beiden Grenadieren) werkten Bostridge en Drake een groot gedeelte van hun nieuwe Schumann-cd af.