Wiegersma was het best als verzamelaar

Tentoonstelling: Hendrik Wiegersma (1891-1969) Kunstenaar, verzamelaar, mythe. T/m 15/3 in het Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's Hertogenbosch. Di t/m za 10-17u. za en zo 12-17u. De Wieger, Oude Liesselseweg 29, Deurne. T/m 15/3. Di. t/m zo. 12-17 uur. Catalogus: ƒ 59,-.

In het schilderij De motorrijder uit 1926 van Hendrik Wiegersma botsen twee werelden. Je zou er de onmogelijke term 'Vlaams expressionistisch futurisme' op los kunnen laten, met andere woorden: Permeke schildert een Boccioni. Hier wrikt iets. Wie even het onderwerp vergeet - een gehelmde snelheidsduivel met zijn kin plat op de tank en zijn handen geklemd aan een naar beneden gebogen stuur tegen de achtergrond van een landweg met een paar boerderijtjes - en wie kijkt naar hoe het is geschilderd, ziet een quasi ruig, ongekunsteld doek, waar toch alles weloverwogen op zijn plaats zit en waarin de stileringen smaakvol en verfijnd in elkaar steken, al zijn onderwerp en achtergrond van totaal verschillende orde.

Het doek, een van de meest curieuze in de Nederlandse schilderkunst, is helaas de enige vreemde eend in de bijt in de uitgebreide overzichtstentoonstelling Hendrik Wiegersma 1891-1969 Kunstenaar, verzamelaar, mythe, die op dit moment te zien is in twee Brabantse musea.

In het Noordbrabants Museum worden naast enkele aardige Peellandschappen vooral veel (zelf) portretten tentoongesteld van de befaamde dokter en schilder uit de Peel. We zien Wiegersma in verschillende gedaanten, de ene keer blakend van zelfvertrouwen als een uit de kluiten gewassen monnik met sik en baard, de andere keer als lijdende Christusfiguur met wazige ogen in gelaten sferen weergegeven in groene, bruine aardse tinten. Door hun pasteuze uiterlijk lijken de doeken het resultaat van lang zoeken en overschilderen, maar de vormen zijn als met een chabloon in elkaar gezet. Heel precies bepaalde hij al van tevoren waar welke vorm moest komen en dat zorgt voor een nogal kitscherig effect.

Het lijkt alsof Wiegersma zijn omgeving, zijn familie en vriendenkring in zijn ban wilde krijgen met zijn 'iconen'. Op veel tekeningen bijvoorbeeld schrijft hij op de voorkant in zwierige letters 'deze tekening is voor...'. Wat hij niet weggaf is ook verreweg het interessantste deel van deze tentoonstelling; Wiegersma's deels weer bijeengebrachte kunstverzameling, met werken van onder anderen Permeke, Otto van Rees, Piet Wiegman, James Ensor, Zadkine en Breitner.

Naast een uitgebreid overzicht van zijn schilderijen is in Den Bosch ook de verzameling volkskunst van Wiegersma te zien. Een allegaartje van mesheften, breischeien en snuifdozen die hij in 1956 voor ruim honderdduizend gulden verkocht aan Het Nederlands Openluchtmuseum, het aankoopbudget van twee jaren. Over deze collectie doen allerlei geruchten de ronde. Boeren in de Peel zouden de dokter maar wat verkocht hebben en de hele collectie zou in opdracht zijn gemaakt.

Vanwege de 'geloofwaardigheid' van de verzameling is er nooit serieus aandacht aan besteed. Maar in het boek dat nu bij de tentoonstelling is gepubliceerd doen Niek Peters en Ton Wagemakers een eerste poging de herkomst van de objecten te achterhalen. De meeste voorwerpen blijken niet uit de Peel afkomstig te zijn. In museum De Wieger, ooit in een neo-renaissance stijl gebouwd als het woonhuis en de dokterspraktijk van Hendrik Wiegersma met een apart bijgebouwd atelier, zijn nog tekeningen en grafiekbladen tentoongesteld, die Wiegersma in eigen beheer uitgaf. Ook zijn de illustraties te zien die hij maakte voor Antoon Coolens Dorp aan de rivier, de streekroman uit 1934, waarin Wiegersma als de dorpsdokter Tjerk van Taeke is vereeuwigd.

Wiegersma tekende ook veel naakten waarin het accent lag op brede heupen en kleine borsten. De simpele lijntekeningen vertonen geen enkele overeeneenkomst met zijn schilderijen. De naakten lijken ergens uit overgetrokken te zijn en zijn absoluut niet boers van uitstraling, maar eerder gecultiveerd en mondain. Wiegersma's belangstelling voor het plattelandsleven komt op de expositie in De Wieger op zijn zachtst gezegd dan ook nogal geforceerd over.

De tentoonstelling gaat vergezeld van een goed gedocumenteerd boek waaruit Wiegersma meer als een historisch fenomeen dan als kunstenaar te voorschijn komt. De dokter, schrijver, verzamelaar en kunstenaar moet een charismatische verschijning zijn geweest. Smaak en oog voor goede kunst had hij zeker. Maar zoals gezegd: zijn kunstverzameling, deels onstaan uit zijn persoonlijke contacten met kunstenaars, is interessanter dan zijn eigen werk.