Speculanten mogen koffieprijs niet bepalen

Mark Huis in 't Veld is verbonden aan de Fair Trade OrganisatieIndependence Day' voor de koffiemarkt viel op 4 juli 1989. De consumerende en producerende landen konden het niet eens worden over een nieuwe Internationale Koffie Overeenkomst (IKO) die de prijs moest stabiliseren. Het betekende het einde van de marktregulering: voor het eerst in 27 jaar bepaalden de vrije krachten van vraag en aanbod de markt.

Bijna negen jaar later moeten we ons afvragen of die vrije markt wel zo goed werkt. De koffiemarkt is instabiel als nooit tevoren. Koffieprijzen vliegen met regelmaat op en neer. Tot ongenoegen van de hele koffiehandel.

Alleen speculanten varen er wel bij. Hun invloed op de koffieprijzen neemt hand over hand toe. Van alle grondstoffenmarkten is die van koffie de laatste jaren een van de meest hectische. In september 1994 passeerde de prijs voor arabicakoffie, de belangrijkste koffiesoort op de termijnmarkt van New York, de grens van 250 dollarcent per pound. Een stijging van ruim 500 procent ten opzichte van 1992. Een kleiner aanbod van koffie was de eerste oorzaak van deze prijsstijging. Door de lage prijzen in de voorafgaande jaren was de koffieproductie verminderd. Vorst in Brazilië, koffieland nummer één, deed daar nog een flinke schep boven op.

Maar de belangrijkste oorzaak was ongetwijfeld de toegenomen belangstelling van institutionele beleggers voor de koffiemarkt. Gelokt door de lage prijzen kochten beleggingsfondsen begin 1994 op grote schaal koffiecontracten op de termijnmarkt. Hun plotselinge vraag zorgde voor een ware prijsexplosie. In een tijdsbestek van slechts drie maanden verdrievoudigde de koffieprijs in New York. Prijzen stonden in geen enkele verhouding meer tot de werkelijke vraag-en-aanbodverhouding op de 'fysieke' markt: het aanbod van koffie was weliswaar verminderd, maar van een tekort was volstrekt geen sprake. In het najaar volgde de logische correctie van de markt. Nadat de speculanten hun winst hadden genomen, kelderde de prijs op de termijnmarkt in een mum van tijd.

Vorig jaar herhaalde zich deze geschiedenis. Door de lage prijzen van 1996 en een dreigend tekort aan koffie op de korte termijn stortten beleggers zich massaal op de koffiemarkt, met extreme prijsstijgingen als gevolg. In mei 1997 braken de prijzen voor arabicakoffie op de termijnmarkt van New York door de 300 dollarcent grens, de hoogste prijs in 20 jaar en bijna het drievoudige van de prijs van december '96. In de zomer zakten de prijzen vervolgens weer onder de 150 dollarcent. De koffiehandel en -industrie wees met een beschuldigende vinger naar de speculanten op de termijnmarkt. Douwe Egberts noemde “de overspannen belangstelling van beleggers en speculanten” dé oorzaak van de enorme prijsfluctuaties. Speculanten versterken de 'natuurlijke' prijstendens, dan weer omhoog, dan weer omlaag.

Het wrange aan dit hele prijsverhaal is dat de producenten in de Derde Wereld hier niet echt wijzer van worden. Toen de prijs in 1994 en 1997 zijn top bereikte, hadden de boeren vrijwel al hun koffie al verkocht. Bij het begin van de nieuwe oogst in het najaar waren de prijzen weer fors gedaald.

Speculanten hebben op de koffiemarkt altijd een functie gehad. De koffiehandel en -industrie die zich tegen prijsrisico's willen indekken, hebben op de termijnmarkt een tegenpartij nodig die een gokje andersom durft wagen. Maar de invloed van beleggers op de prijsontwikkeling is sinds het ontstaan van de vrije koffiemarkt in 1989 sterk toegenomen.

Dat blijkt ook uit de verhouding tussen het aantal contracten dat via de termijnmarkt en de fysieke markt verhandeld wordt. Werden er in 1980 nog vier keer zoveel termijncontracten als fysieke contracten verhandeld, in 1995 was dat al opgelopen tot elf keer zoveel. Dat wil dus zeggen dat iedere partij koffie op papier elf keer van eigenaar verandert. Beleggers kunnen de markt meer en meer dicteren door de grote sommen geld die zij tot hun beschikking hebben, maar ook omdat er steeds minder (fysieke) koffie via de termijnmarkt wordt verhandeld. Koffiebranders kopen steeds meer koffie rechtstreeks in en de spoeling op de termijnmarkt wordt steeds dunner. Het heeft er de laatste jaren alle schijn van dat de termijnmarkt een eigen leven is gaan leiden: het verband met de fysieke markt is menigmaal compleet zoek.

Biedt het boerenbestaan in het algemeen al weinig zekerheid, voor koffieboeren geldt dat des te meer. Zij worden geconfronteerd met extreme prijsrisico's die de bedrijfsvoering op termijn heel moeilijk maken. Indekken tegen prijsrisico's op de termijnmarkt is alleen voor zeer grote en betrouwbare producenten weggelegd. Het wegvallen van centrale marketingorganisaties voor koffie in een groot aantal producerende landen heeft de bemoeienis van producenten op de termijnmarkt in de laatste jaren nog verder verkleind.

Ook de ACPC, het 'kartel' van koffie-exporterende landen, heeft tot nu toe niet echt een vuist op de markt kunnen maken.In koffieproducerende landen spreekt men soms met heimwee over de jaren dat de IKO nog functioneerde. Het lijkt een beetje vloeken in de kerk in de tijd van vrijemarktgeloof.

Maar niet alleen koffieproducenten, maar ook de handel, de branders en de consumenten hebben baat bij stabielere prijzen. Op de oude IKO, die via een systeem van exportquota en afgesproken minimum- en maximumprijzen de koffiemarkt in balans moest houden, viel veel aan te merken. De consumerende landen beklaagden zich terecht over onvolkomenheden als goedkope leveringen aan niet-IKO-landen in Oost-Europa en het Midden-Oosten en over het feit dat de quotaverdeling geen rekening hield met de toegenomen vraag naar kwaliteitskoffies. Maar misschien valt er wat te leren van de rubberovereenkomst, die nog altijd functioneert.

Het is spijtig dat vooral bij de koffieconsumerende landen, de VS voorop, de politieke wil ontbreekt om zelfs maar te praten over welke vorm van marktregulering dan ook. Negen jaar vrije markt heeft de koffiehandel weinig goeds gedaan. De vrije markt is niet heilig. Over de vorm, een koffie-overeenkomst nieuwe stijl, een regulering van de termijnmarkt, moeten we eens goed met elkaar praten. Maar marktregulering is een 'must'.