Rebellie tegen verbod op een maaltijd

Een bescheiden beweging voor burgerrechten groeide in 1848 uit tot straatprotest. Ook toen al rekende Frankrijk regelmatig bruusk af met zijn regeerders. Onze redacteuren blikken dit jaar terug op de revolutionaire gebeurtenissen van 1848.

PARIJS, 24 FEBR. Voor de deur van de Assemblée Nationale staat op een zonnige zaterdag een Renaultbusje geparkeerd. De schuifdeuren staan wijd open. Binnen op een vaste klaptafel staan borden, plastic doosjes met brood, sla, ham en kaas, vier glazen en een fles rode tafelwijn. Het is twaalf uur. De oproerpolitie, die paraat is om het parlement tegen een massale demonstratie van jagers te beschermen, is gereed voor de lunch.

In 1848 was dat wel anders. Een bescheiden beweging voor meer burgerrechten - mede gedragen door literaire figuren als Lamartine, Victor Hugo en George Sand - was door een koninklijk verbod op een Parijse politieke maaltijd uitgegroeid tot straatprotest, amok en rebellie. Barricades versperden Parijs. Ordetroepen openden het vuur op burgers. Na een paar dagen van waanzin, waarbij honderden, zo niet duizenden doden vielen, vluchtte de liberale koning Louis Philippe naar Engeland, net als Karel X in 1830 had gedaan. De Republiek werd vandaag 150 jaar geleden voor de tweede keer uitgeroepen, de troon feestelijk op straat verbrand.

Het Hellenistische gebouw van de Assemblée, dat nog steeds op de Place de la Concorde aan de overzijde van de Seine te zien is, liep geen schade op. Het paleis van de stem des volks was onmiddellijk te klein: de instelling van het algemeen kiesrecht (voor mannen) maakte inrichting van een noodvergaderzaal acuut. Er was genoeg stof voor debat - de werkloosheid en sociale spanningen deden niet onder voor die van nu. De opwelling van volkssoevereiniteit duurde kort. Net als nu was de rest van het land het niet eens met de radicalen uit de hoofdstad. In mei 1849 haalden de conservatieve royalisten de absolute meerderheid in de Assemblée. Louis Napoléon, december '49 gekozen tot president, pleegt twee jaar later een staatsgreep en roept nog een jaar later als Napoleon III het keizerrijk uit. De tweede helft van de vorige eeuw zou een bewogen periode blijven.

Frankrijk heeft zich in 150 jaar sterk ontwikkeld in de richting van een veilige en leefbare democratie. Zeker voor de politie, met betere helmen en schilden en een lunchpauze. In de dagen voorafgaand aan 24 februari 1848 was niemand zeker van zijn rechten. Ook de koning niet. Zijn weigering het kiesrecht (toen voor 200.000 welgestelden) aanzienlijk te verruimen kostte hem de troon. Frankrijk rekende toen al regelmatig en bruusk af met zijn regeerders. Edouard Balladur (door cartoonisten vaak vergeleken met Louis Philippe), Alain Juppé en Jacques Chirac hebben het de laatste jaren nog ervaren.

De herdenking van 1848 gaat betrekkelijk ongemerkt voorbij in het Frankrijk van 1998. De enige krant die er gretig over schreef was L'Humanité, maar die vierde een andere 150ste verjaardag: die van de publicatie van het Communistisch Manifest, ook uit februari 1848. Het werd acht pagina's lang herdrukt. De kalmte is misschien ook te begrijpen omdat onder president Mitterrand veel aandacht is besteed aan die andere Franse Revolutie, die van 1789. Ook toen overwon het volk de monarchie en eigende zich rechten toe en verklaarde die algemeen geldend. De feestroes sloeg al snel om in het ten minste even autoritaire bloedbad dat bekend staat als De Terreur. 1848 is meer een stap op weg naar het moderne Frankrijk dan het begin. De slavernij werd verboden - dankzij links, beweerde premier Jospin enkele weken geleden in de Assemblée, tot woede van rechts. De afschaffing in 1848 van de doodstraf wegens politieke misdrijven werd pas gevolgd door algehele afschaffing in 1981. Vrouwen moesten op hun kiesrecht wachten tot 1945.

Toch waren de gebeurtenissen van 1848 in Parijs heftig genoeg. Na het onverwachts snelle vertrek van Louis Philippe wordt een voorlopige regering gevormd met namen die in heel wat metrohaltes en boulevards voortleven: Ledru Rollin, Arago, Louis Blanc, Raspail en Barbès. Op 3 maart werd de publieke begrafenis van de doden een volksfeest voor de vrijheid. Bij de 'vrijheid' en 'gelijkheid' van 1789 voegde zich in 1848 de 'broederschap'. De kerk zag kans aan de kant van het volk te staan. Frankrijks revolutie van 1848 had een christen-sociaal gezicht. Ook in dat opzicht was het een stap op weg naar vandaag; door het gaullisme en een deel van zijn huidige rechtse partner UDF heeft die sociale draad altijd gelopen.

Toen voorzitter Laurent Fabius dezer dagen in de Assemblée een tentoonstelling opende over 1848 in Parijs, herinnerde hij er aan dat de “vraagstukken van toen nog steeds die van vandaag zijn: gelijkheid, werk en onderwijs”. Hij zei er niet bij dat de straat ook nog steeds de plaats is waar deze verlangens hun vurigste uitdrukking vinden. De tentoonstelling laat zien dat zelfs de technieken van het straatprotest niet erg veranderd zijn. Ook toen was verzet behalve hoogst ernstig en dramatisch ook altijd feest.

De Internet-site van de Franse Tweede Kamer geeft een historisch overzicht van de gebeurtenissen van 1848 en een samenvatting van een daaraan gewijde tentoonstelling in de Assemblée, ingang 55, Quay d'Orsay. Internet-adres: http://www.assemblee-nat.fr - daar zijn ook vier revolutionaire liederen uit 1848 te beluisteren.