Medisch dossier

Het pleidooi van René van der Smeede (17 februari) om levensverzekeraars inzage te geven in medische dossiers van overleden polishouders appelleert aan het gezond verstand van de lezers. Verzekeraars organiseren in een vrije markt solidariteit tussen verzekerden, en hebben vanzelfsprekend het morele recht - zelfs de morele plicht! - om te voorkomen dat zij een polis afgeven voor 'een brandend huis'.

Als levensverzekeraars op grote schaal levensverzekeringen verkopen aan doodzieke mensen, zal dat onvermijdelijk tot premiestijgingen (en winsterosie van verzekeraars) leiden. Maar Van der Smeede presenteert het slim als een puur 'ethische kwestie'. Om een spookachtig toekomstbeeld weg te nemen, stelt hij dat verzekeraars zich “op het standpunt hebben gesteld dat zij geen genetische testen nodig hebben om zaken te kunnen doen”. Maar standpunten kunnen veranderen, en het moratorium waar Van der Smeede aan refereert, kan eenzijdig (met een opzegtermijn van twee jaar) door de verzekeraars worden opgezegd.

Het is natuurlijk niet alleen een ethische, maar ook een juridische kwestie. Wat dat betreft is de kop boven het artikel perfect gekozen: 'Wat moeten verzekeraars met medische dossiers?'. De informatie in medische dossiers zal vaak op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Causale verbanden tussen diagnoses en het overlijden van een polishouder zijn lang niet altijd eenvoudig te leggen. Als verzekeraars op grote schaal toegang krijgen tot zulke dossiers, zal dat onvermijdelijk leiden tot veel juridische gevechten tussen verzekeraars en nabestaanden van polishouders, waarbij de verleiding voor verzekeraars groot zal zijn de bewijslast om te draaien. De vraag is of dat wenselijk is. Ook al krijgen verzekeraars toegang tot medische dossiers, dan stuiten ze waarschijnlijk op een juridische complicatie door artikel 7:455 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Iedere patiënt heeft het recht om vernietiging van zijn medisch dossier te vorderen van zijn medische hulpverleners. Dat is zogenaamd dwingend recht, waar niet zomaar met een (verzekerings)contract van kan worden afgeweken. Het tweede lid van het zelfde artikel nuanceert weliswaar dit vernietigingsrecht, als een ander dan de patiënt 'een aanmerkelijk belang' bij bewaring van de dossiers heeft, maar de wetsgeschiedenis geeft aan dat deze bepaling niet bedoeld is voor verzekeraars, die een puur financieel belang bij bewaring hebben. Dankzij het BW houden de harde fraudeurs onder de polishouders een mogelijkheid om verzekeraars ongestraft op te lichten.