In zijn Westkaapse thuisland is P.W. Botha nog meneer

Oud-president P.W. Botha van Zuid-Afrika staat dezer dagen terecht wegens zijn weigering verantwoording af te leggen voor het apartheidsverleden. In zijn Westkaapse woonplaats George geldt hij nog steeds als een 'leier van formaat'.

GEORGE, 24 FEBR. Op het eerste gezicht is het alsof de tijd heeft stil gestaan in George. Het Zuid-Afrikaanse stadje in de provincie Westkaap ademt de sfeer van vroeger toen blanken 'baas' heetten en zwarten hun bedienden waren. Blank runt nog steeds het zakelijke openbare leven, zwart en gekleurd zitten achter de kassa of maken schoon. George is ook sinds jaar en dag het bastion van een van de belangrijkste, maar zeer omstreden politieke leiders van Zuid-Afrika: P.W. Botha, bijgenaamd de Groot Krokodil. Namens dit kiesdistrict kwam Botha in het jaar dat de apartheid officieel werd, 1948, voor het eerst in het parlement. Een lokale hagiografische brochure omschrijft Botha als “'n leier van formaat, wat veel tot voordeel van die land en al sy inwoners vermag het”.

George, met zijn brede wegen en oud-Hollandse koopmanshuizen, ligt tegen de lieflijk groene Outeniqua-bergen aangevlijd. Bij de stichting in 1811 vernoemd naar de Engelse koning George III, 'verafrikaanste' het stadje in de loop der jaren geheel. Men heet er Jan, Koos en Annetjie van voren - Klaasen, Havenga en Van Vuuren van achteren. Blank, zwart, gekleurd, iedereen spreekt er Afrikaans. In het lokale café luistert men naar Radio Sonder Grense, op de stoep vent Mooi Boy snacks uit met zijn Woepsie Wapsie Worswaentjie.

Pieter Willem Botha, een afstammeling van de zeventiende-eeuwse Duitser Friedrich Both, kocht in de jaren vijftig voor zijn gezin het strandhuis Die Anker in het naburige Wildernis, gelegen aan de Indische Oceaan. Toen zijn politieke carrière in 1989 ten einde kwam, vestigde Botha zich permanent in Wildernis.

Van George had Botha gedurende zijn lange loopbaan een soort monument voor zichzelf gemaakt. Het vliegveld was naar hem vernoemd (nu omgedoopt tot George Lughawe), de scholengemeenschap kreeg zijn naam (en draagt die nog steeds) en in het plaatselijke museum werd een hele vleugel aan hem gewijd - ook dat is nog altijd het geval.

Via een houten trap en een passage loopt men de wereld van de oud-president binnen. Het eerste dat de bezoekers aanstaart, is een groot bronzen borstbeeld, gemaakt in 1984, toen Botha op het toppunt van zijn macht stond. De collectie bestaat verder uit geschenken en prullaria, die Botha als staatshoofd ontving, voornamelijk in eigen land, want in zijn tijd als president was Botha wegens de apartheidspolitiek in weinig landen welkom. Voor 5 rand (2 gulden) kan men een boekje kopen over Botha, waarin hij wordt geloofd en geprezen. Een hele wand is gevuld met certificaten voor ereburgerschappen: uit Verwoerdburg, Ermelo, Vanderbijlpark, Simonstad, Paarl en vele andere Zuid-Afrikaanse steden. En er hangen uitvergrote toespraken van Botha. In één, uit 1986, komt de volgende passage voor: “Die opstokers kan maar ras en skel, die marxiste kan maar lieg en bedrieg, ons vyande kan ons probeer ondermyn, maar hier is die feite. Ek en my regering is verbind tot magsdeling.”

Het personeel van het museum lacht besmuikt om de verering voor Botha. De zwarte suppoost haalt zijn schouders erover op, de blanke directrice heeft van hogerhand een spreekverbod opgelegd gekregen, zegt ze. Want hier is de zandloper niet stil blijven staan. Het Afrikaans Nationaal Congres heeft een meerderheid in de gemeenteraad. ANC-burgemeester Melford Notshokovu, een Xhosa-man (de Xhosa's vormen na de Zoeloes de grootste bevolkingsgroep in Zuid-Afrika) uit het township Lawaaikamp, ruimt de erfenis van 'P.W.' langzaam op. Op het stadhuis zijn de bordjes al verhangen, alle aankondigingen zijn nu drietalig: Engels, Afrikaans en Xhosa. 'Mayor-burgemeester-usodolophu' staat er op Notshokovu's deur.

Hoewel het museum valt onder de provinciale autoriteiten in Kaapstad - de Westkaap is de enige provincie waar niet het ANC maar Botha's Nationale Partij aan de macht is - heeft het ANC onomwonden duidelijk gemaakt dat de verering van de voormalige apartheidsleider in George niet langer gepast is. “Een schreiende schande”, zo noemt de lokale secretaris van het ANC, Ismail Lavangee, het museum. “Het is geen museum, het is een tempel voor P.W. Botha, een heiligdom. Zou de wereld ook een tempel voor Hitler geaccepteerd hebben?”

“Veel van de critici hebben nooit de moeite genomen te komen kijken”, zegt een medewerkster van het museum in een reactie, “sommige mensen komen juist speciaal naar ons toe om de verzameling over Botha te bekijken”. De directrice zegt dat “meneer Botha woedend is” over de aanval op zijn persoon. Hij is de afgelopen weken enkele malen schuimbekkend het gebouw binnengelopen om tentoongestelde voorwerpen uit de collectie, die zijn eigendom zijn gebleven, weg te halen. Zo zijn een ivoren AK-47 geweer, een geschenk van de Angolese rebellenleider Jonas Savimbi, en een antieke Romeinse dolk, gekregen van de vroegere Israelische minister van Defensie Moshe Dayan, inmiddels afgevoerd door Botha naar onbekende bestemming.

Bij zijn huis in Wildernis weigert Botha, voorafgaand aan het proces tegen hem, commentaar te leveren. Hij strompelt over het erf, met een stok in zijn hand - Botha loopt moeizaam sinds een beroerte in 1989 - en gromt alleen maar. Die Anker staat te koop, voor 2,2 miljoen rand (bijna 900.000 gulden). Er schuilt geen enkel politiek motief of sinistere reden achter de voorgenomen verkoop, integendeel, het is ditmaal de liefde die Botha drijft. Binnen enkele maanden nadat zijn vrouw Elize vorig jaar juni overleed, toonde Botha zich in het openbaar met een nieuwe vlam, de hotelière Reinette te Water Naudé. Het paar - zij 46, hij 81 - verloofde zich in december en heeft aangekondigd dit jaar in het huwelijk te zullen treden. Daarna willen de jonggetrouwden zich vestigen aan de schilderachtige Victoriabaai, vlakbij George. Maar er heeft zich nog geen serieuze gegadigde voor Die Anker gemeld.