In de ban van een nu-of-nooit fusiefestijn

Nederland fuseert. In de winkelstraten en tussen de kraakinstallaties in de chemie. De euro dwingt actie af. Maandag fusiedag.

ROTTERDAM, 24 FEBR. Opeens is alles mogelijk. Het Nederlandse bedrijfsleven zit middenin de definitieve nationale samenklonteringsfase. Wat minder dan een half jaar geleden begon met twee multinationale uitgeefgiganten (Wolters Kluwer en Reed Elsevier) is overgegaan in een nu-of-nooit fusiefestijn. “Het is wel frappant. Iedere maandagochtend wordt er bijna wel weer een deal aangekondigd”, zegt een vermogensbeheerder.

DSM koopt Gist-brocades, Vendex koopt KBB, Hagemeyer wilde tevergeefs KNP BT kopen, Achmea lijft PVF Pensioenen in, ING maakt een alliantie met Sociaal Fonds Bouwnijverheid, KLM wordt volledig eigenaar van Martinair. De oogst van vijf maanden. Ook in de detailhandel (De Boer met Unigro) en in de bouwnijverheid (Volker Stevin met Kondor Wessels) vormden zich vorig jaar opeens lokale grootmachten. En de buitenlandse overnames door Nederlandse concerns zitten daar nog niet eens bij.

“Bedrijven zien dat de euro nadert en dat zij nu toch echt beslissingen moeten nemen”, zegt F. van Schaik, hoofd aandelenresearch bij ABN Amro. De Nederlandse topmanagers lijken opnieuw bevangen door de koorts die Europa heet. In de aanloop naar het vorige magische Euro-jaartal 1992 (vorming van de interne markt) kwam een vergelijkbare stroom van fusies en overnames op gang van bedrijven die zich tegen de aanstormende buitenlandse concurrentie wilden verweren door groter te worden. Nu is het 1999.

“Het is hier een hele tijd ook wel erg rustig geweest”, zegt een grote belegger in Nederlandse aandelen. “Het Nederlandse bedrijfsleven maakt een inhaalslag. In Duitsland en Frankrijk bijvoorbeeld was er vorig jaar al van alles te doen met nationale fusies en overnames.” In Duitsland lijkt alles in beweging: de banken, de verzekeraars, de bouwers, de chemiereuzen en de staalbedrijven bundelen hun krachten. In Frankrijk zijn in het ouderwets gesloten, door staatsbelangen gedomineerde bedrijfsleven zelfs typisch Amerikaanse methodes, zoals vijandige overnames, in zwang gekomen.

“In Nederland is al veel gebeurd”, vindt analist Van Schaik. “In verschillende bedrijfstakken waar Nederlandse ondernemingen niet tot de grootste ter wereld behoren zie je nu beweging.”

Biotechnologiebedrijf Gist-brocades is een goed voorbeeld van de plotselinge daadkracht. De naam van Gist-brocades staat al twee decennia op de lijst van eeuwige overnamekandidaten. Shell was ooit een getipte koper. In 1989 ging Gist-brocades zelf op overnamepad, maar haalde een zeperd met een fusie met medicijnengroothandel ACF. Vorig jaar verspeelde het bedrijf veel vertrouwen in de financiële wereld met een plotselinge verlaging van de winstverwachting. Nu dwingt een tekort aan kapitaal voor investeringen in nieuwe producten Gist-brocades in de handen van chemiebedrijf DSM, dat wel veel geld beschikbaar heeft, maar met een tekort kampt aan producten met een betere marge dan zijn traditionele bulkchemie.

Pagina 16: Bedrijven selecteren op twee criteria; FUSIES

Wat drijft de managers? “Bedrijven selecteren in toenemende mate hun activiteiten op twee criteria”, zegt Van Schaik. “Waarin zijn wij goed en waarin halen wij voldoende rendement.” Driekwart van de topmangers profiteert tegenwoordig mee van het rendement dankzij hun eigen optieregelingen.

Een onderneming die een adequate winst wil blijven behalen moet in de meeste bedrijfstakken massa en marktaandeel hebben. “Het is nodig om de investeringen die je wilt doen te kunnen blijven financieren. Zelfs de grootste farmaceutische ondernemingen voeren dat aan als argument voor hun fusies en overnames”, zegt Van Schaik. Gisteren liep de moeder aller farafusies, die van de Britse giganten Glaxo en SmithKline Beecham, op de klippen. De rustieke directiekamers zijn een snelkookpan van besluitvorming geworden. Ruim een week geleden mislukten ook de fusiebesprekingen van accountants KPMG en Moret Ernst & Young.

Tegenover de financieel noodruftige Nederlandse bedrijven als Gist-brocades staan andere, die bulken van het geld. De Nederlandsche Bank constateerde onlangs dat het Nederlandsche bedrijfsleven nog nooit zo veel geld in kas heeft gehad als nu. Geld dat op de bank een rente van vier procent oplevert. Voor ABN Amro was DSM een van de top vijf kandidaten om maar eigen aandelen in te kopen als er geen rendabeler investeringen ondernomen werden.

De druk op topmanagers om voor hun aandeelhouders rendement te maken is de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. De macht van pensioengigant ABP, goed voor meer dan 220 miljard gulden belegd vermogen, is groeiende. Bij zowel DSM als Gist-brocades bezit het pensioenfonds vijf procent van de aandelen. Als een bedrijf bij voortduring slechte financiële prestaties levert of het stemrecht van aandeelhouders beknot, overweegt ABP actie. “Dan verwachten wij ontvangen te worden”, zei directeur beleggingen prof. dr. J. Frijns van ABP vorig jaar. “Ik merk dat bedrijven bij gevoelige issues als hun optieregelingen zelf gaan sonderen. De grote Nederlandse ondernemingen hebben de aandeelhouders wel ontdekt.”