Fotografe Claude Cahun bleef spelen met haar identiteit; Boeddha, priester en kanonskogel tegelijk

Tentoonstelling: Claude Cahun: Selbstdarstellungen. T/m 8/3 in Museum Folkwang, Goethestrasse 41, Essen. Di t/m zo 10-18u (do tot 21u.). Informatie: 0201-8845100. Catalogus: DM 49

Arme Claude Cahun. Ze was actrice, ontwierp kostuums, schreef gedichten en politieke tractaten, ze fotografeerde en onderhield jarenlang een kunstenaarssalon in Parijs. Ze was bevriend met Henri Michaux die prijzend over haar sprak; de surrealistische voorman André Breton noemde haar in 1938 zelfs een van de meest curieuze persoonlijkheden van zijn tijd. En toch leverde het haar allemaal niet meer op dan enkele voetnoten in de kunstgeschiedenis - waarin ze tot overmaat van ramp ook nog eens per abuis als man werd opgevoerd.

Nu is dat laatste minder onwaarschijnlijk dan het lijkt. Claude Cahun was een welbewust gekozen geslachtloos pseudoniem; haar ware naam luidde Lucy Schwob (1894-1954). En ook in de zelfportretten die ze maakte, doet ze alle moeite er zo androgyn mogelijk uit te zien. Wie haar geschiedenis niet kent, zal zich dan ook beslist wat onzeker voelen, oog in oog met de zeventig foto's op de tentoonstelling die het Folkwang Museum in het Duitse Essen momenteel van haar toont.

De foto's - behalve zelfportretten ook een vijftal kunstenaarsportretten en enkele in de beste surrealistische traditie vervaardigde fotocollages vol vrolijk zwevende hoofden en op handen gedragen ogen - zijn gemaakt in de jaren twintig en vroege jaren dertig en afkomstig uit particliere verzamelingen en de collectie van het museum van Jersey, het kanaaleiland waar Cahun vanaf 1937 tot aan haar dood woonde.

Behalve dat malle misverstand over haar geslacht, verklaren de foto's ook zeker iets van de anonimiteit die haar postuum ten deel viel. Niet alleen zijn de formaten zeer bescheiden - het merendeel is niet groter dan een halve prentbriefkaart -, ook technisch en esthetisch zijn ze nauwelijks ambitieus te noemen. Dat ze desalniettemin toch boeien heeft vooral te maken met hun onderwerp, dat zich nog het best laat omschrijven als 'het project Claude Cahun'.

Hoewel Cahun van haar homoseksualiteit nooit een geheim gemaakt heeft - vanaf haar 23ste leefde en werkte ze samen met Suzanne Malherbe, de dochter van de tweede vrouw van haar vader -, droomde ze haar hele leven van een nieuwe identiteit; een derde geslacht, verheven boven de beperkingen klevend aan de gebruikelijke twee. In haar foto's gaf ze vorm aan dat gedroomde geslacht en speelde ze het spel met wat ze beschouwde als haar verschillende verborgen identiteiten. 'Onder dit masker een volgend masker. Ik zal nooit ophouden al deze gezichten af te nemen' is een van haar uitspraken die nu als thema aan de tentoonstelling is meegegeven.

Zowel Cahuns onderwerp als haar werkwijze doen denken aan het werk van de hedendaagse Amerikaanse fotografe Cindy Sherman. Maar waar Sherman zich richt op het ontleden van sociale stereotypen, heeft Cahuns benadering een strikt persoonlijk karakter. Ze portretteerde zichzelf zoals ze zichzelf wilde zien: als modepop in strandkleding, als gewichtheffer op de kermis uitgedost met kokette spuuglokjes en op haar wangen geschminkte hartjes. Ze is boeddha, priester, levende kanonskogel, clown of engel. Het lichaam ingesnoerd in leren riemen banjert ze als een Romeinse gladiator door het bos. Soms legt ze enkel en alleen haar markante gezicht vast, frontaal of in profiel: ingevallen wangen, een haviksneus, priemende ogen onder een kaalgeschoren schedel - beangstigende foto's, die ze zelf 'mijn monstruositeiten' noemde.

Op deze eigenzinnige en voor die dagen hoogst ongebruikelijke wijze ondergroef Cahun het stereoptype vrouwbeeld zoals dat ook in jaren twintig en dertig al in de fotografie (ook die van de surrealisten) bestond. Ze was nadrukkelijk moeder, muze noch maîtresse. Veelzeggend is het dat ze de enige keer dat ze zichzelf naakt fotografeerde, geslacht en borsten verstopte achter knieën en ellebogen.

Maar hoe serieus ook, het bleef iets vrolijks houden. Nergens wordt het spel verhuld: de randen van het achtergronddoek zijn zichtbaar, de kleding is overdadig, de mimiek kent de over-acting van de stomme film.

Hoewel Cahun bij uitstek zo'n fotografe was bij wie persoonlijke en artistiek leven uit een en hetzelfde hout gesneden zijn, bevat de expositie in Essen naast de duidelijk uit artistieke oogpunten gemaakte foto's ook meer dan een handvol foto's die het niveau van het kiekje nauwelijks overstijgen. Cahun op de kattenplank bij het open raam, in zomerjurkje tussen de rotsen, huppelend over het strand. Zoiets past bij wat al snel en hijgerig de 'herontdekking van een baanbrekend fotografe' wordt genoemd. Maar voor een dergelijke kwalificatie zal haar werk, dat pas sinds eind van de jaren tachtig weer enigszins in de belangstelling staat, toch eerst beter geïnventariseerd moeten worden.