Digitale revolutie geeft leraren het nakijken; Internet

Al sinds de invoering van de eerste computers op school, een kleine twintig jaar geleden, bestaat het probleem dat er onvoldoende software voor kinderen is en dat leraren over het algemeen geen idee hebben wat ze met die apparaten aanmoeten. Over de invulling van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs wordt nauwelijks nagedacht.

Zes Amsterdamse basisscholen werden vorig jaar geselecteerd om mee toe doen aan het project Computers in het Amsterdamse Onderwijs (CIAO). De projectleiding, in handen van de Stichting Academisch Rekencentrum Amsterdam (SARA), koos voor de experimentele netwerkcomputer van Sun Microsystems. Dit systeem is afhankelijk van de nieuwe Sun-taal Java. Toen het project begon, was er nog geen educatieve software voor Java.

Uitgevers tonen geen belangstelling omdat bijna niemand de Sun-netwerkcomputer gebruikt. Java leent zich volgens deskundigen bovendien niet goed voor software voor kinderen. De dure netwerkcomputers worden nu voornamelijk voor e-mail en websurfen gebruikt. De homepages van de deelnemende scholen laten zien dat de leerkrachten moeite hebben met het nieuwe medium Internet. Loodzware webpagina's met foto's van 1 megabyte maken het voor belangstellenden bijna onmogelijk met CIAO kennis te maken. De programma's zien er verouderd en fantasieloos uit. Inhoudelijk is CIAO niet veel verder dan 'gedigitaliseerde schoolboekjes', aldus Joke Dorrepaal van SARA.

“Een lege huls”, noemt Carolien Euser van het Hilversumse centrum voor kunsteducatie het CIAO-project. Euser pleit voor een cultuuromslag in het onderwijs. Niet alleen in het basisonderwijs, ook in het middelbaar onderwijs en op de lerarenopleidingen moeten leerlingen worden voorbereid op de multimediale informatiemaatschappij. Kinderen moeten niet leren rekenen via een computerprogramma, maar mediavaardig worden om zich straks te kunnen handhaven op de arbeidsmarkt, waar de digitale revolutie zich de laatste decennia stilzwijgend heeft voltrokken.

Volgens Euser is er sprake van een generatiekloof in de klas, die de invoering van computeronderwijs bemoeilijkt. De leraren die tijdens hun opleiding nauwelijks computereducatie hebben gehad, staan tegenover kinderen die zijn opgegroeid met gameboys en cd-roms. “Veel docenten hebben psychologische problemen met hun kennisachterstand.”

Euser is betrokken bij de organisatie van het kindercomputerfestival Kids & Bits dat 27 februari a.s. in De Balie in Amsterdam begint. Gedurende drie dagen kunnen kinderen tussen 6 en 12 jaar daar digitaal spelen en leren. Onder begeleiding leren ze animaties en een webkrant maken, veejayen en sampelen. Op de zolder van De Balie worden computerprogramma's en spelletjes gepresenteerd, terwijl in de kelder een interactief bed staat waaruit stemmen komen. Een van de belangrijkste lessen van Kids & Bits is volgens Euser dat kinderen leren dat je virtueel op verschillende plaatsen aanwezig kunt zijn.

Het programma, waaraan onder andere Centrum voor Nieuwe en Oude Media De Waag en het ministerie van Onderwijs meewerken, is niet alleen bedoeld voor kinderen. Op de laatste dag wordt een rondleiding gehouden met het doel beslissers te overtuigen van het belang van interactief leren.

Hoogwaardig multimedia-onderwijs zal in Nederland voorlopig nog toekomstmuziek blijven. Vorige week werd bekend dat het ICT-plan 'Investeren in voorsprong' van onderwijsminister Ritzen, dat beoogt in het jaar 2002 elk klaslokaal van twee computers te voorzien, enkele maanden vertraging oploopt omdat er onenigheid bestaat over de keuze van de hardware. www.edu.amsterdam.nl; en www.balie.nl/kidsenbits