De subsidiebijbel

DE VERSLAVING AAN overheidssubsidies in Nederland is aan het afnemen. Vergeleken met vijf jaar geleden zijn de overheidssubsidies in omvang gehalveerd. Als iets de veranderende verhouding tussen overheid en samenleving in deze 'paarse' jaren negentig illustreert, dan is het het krimpen van de subsidiëring. Er is minder geld mee gemoeid en er zijn minder subsidieprojecten.

Uit het Subsidie-overzicht Rijksoverheid, dat het ministerie van Financiën vandaag heeft gepresenteerd, blijkt dat dit jaar 16,6 miljard gulden aan 497 subsidieregelingen van de overheid wordt verstrekt, ongeveer 7,5 procent van de rijksbegroting. In 1993 ging het om een bedrag van 38,8 miljard gulden, 18,6 procent van de begroting, voor 700 regelingen. Deze vermindering is niet alleen het gevolg van het schrappen van subsidies. Minister Zalm (Financiën) schrijft enigszins kribbig dat niet alle departementen helderheid verschaffen over de subsidies die ze verstrekken. Door subsidies inkomensoverdrachten te noemen of ze buiten de begroting te plaatsen, zijn ze in dit overzicht niet opgenomen. De vergelijking met vijf jaar geleden wordt erdoor vertekend.

Waar gaan al die subsidies naar toe? Nog altijd laat 'de subsidiebijbel' zich lezen als een sociologische kaart van Nederland. Vijftig miljoen gulden voor de pomphouders in de grensstreek, 355.000 gulden voor het Koninklijk Paleis op de Dam, dertig miljoen voor de elektronische snelweg, 850 miljoen voor het midden- en kleinbedrijf, twee miljard voor het gemeentelijke openbaar vervoer, 375.000 gulden voor vrouwenemancipatie in de culturele sector en 60 miljoen voor buitenschoolse opvang van leerlingen. Er valt, ook na de halvering van de afgelopen vijf jaar, nog altijd voor talloze nuttig geachte activiteiten een subsidiepotje aan te boren.

Enkele miljardensubsidies, zoals in de volkshuisvesting, de stadsvernieuwing, de studiefinanciering, de sociale werkvoorziening en de bejaardenoorden, zijn geschrapt of overgeheveld naar andere vormen van financiering. Deze verklaren de grootste verschuivingen. Subsidiologen moeten nu gerichter te werk gaan. Maar dan valt er voor specifieke doelgroepen en nieuwe speerpunten van beleid nog altijd veel leuks te vinden.

Anders dan in 1993 krijgt in het Overzicht-1998 de fraudegevoeligheid van subsidies de aandacht die het verdient. Toen was, althans volgens de departementen die de subsidies verstrekten, zelden sprake van misbruik. Het lijkt een open deur, maar binnenkort komt het ministerie van Financiën met een handleiding ter voorkoming en bestrijding van misbruik van subsidies. Ook wordt er nu meer gelet op de effectiviteit van subsidies.

OPENBAARMAKING van alle subsidieregelingen is geen gemakkelijk karwei, omdat de departementen niet graag alle regelingen prijsgeven waarover ze beschikken. Soms weten ze zelfs niet wat ze aan subsidiepotjes hebben. Het heeft vijf jaar geduurd voordat het ministerie van Financiën het heeft aangedurfd om met een nieuw overzicht te komen. Het goede nieuws is dat dit een jaarlijks terugkerende exercitie zal worden. Met voorzichtig optimisme zou van een opgaande leercurve kunnen worden gesproken.