De honderd besten

Met Nagano geleidelijk aan verdwijnend aan de einder, komen Spaan en zijn honderd beste Nederlandse voetballers terug van (bij mij) even weggeweest. En laat ik beginnen met hem een compliment te maken: sommige beoordelingen zijn vaardige kenschetsen van zijn uitverkorenen. Zo schreef hij over Wim Jonk (Spaans nummer 41) dat hij voortdurend fluisterend in gesprek is met de bal.

En dat Arie Haan in 1974 als international kon bestaan dankzij de harde, onverzettelijke voorstopper Wim Rijsbergen. Alleen had hij er aan moeten toevoegen, dat Haan vier jaar later op eigen benen kon staan dankzij de verwoestende schoten uit de tweede lijn, die overgetelijke doelpunten opleverden tegen Duitsers en Italianen op het Wereldkampioenschap van 1978 in Argentinië.

Het is ook nooit goed, zal Spaan wellicht denken. En daarin heeft hij gelijk. Het blijft uiteraard allemaal zeer persoonlijk. Piet van der Kuil, die op plaats 47 belandde, zou bij mij niet bij de eerste honderd zijn gekomen. Ook al speelde hij veertig interlands en was hij snel en behendig, een grote speler was hij niet. Het verhaaltje van Spaan over de 9-1 tegen de Belgen, gezien vanuit een voorhoede, 'die haast niet beter kon', overtuigt niet. Er was er namelijk één, die daarin ontbrak en dat was Abe Lenstra. Verruil Van der Kuil voor Abe en het zou, in theorie, 12-1 zijn geworden.

Interessant is ook de plaatsing van de gebroeders Van de Kerkhof. René is 49ste geworden, Willy 59ste. Maar wie was de betere voetballer van dit edele duo? Willy de stofzuiger natuurlijk! Onze goede Henk beredeneert de fraaie plaatsing van René door te wijzen op een halve wedstrijd waarin de supersprinter uitblonk, namelijk de tweede helft van West-Duitsland-Nederland in 1974. Zijn broer blonk veel vaker uit en had ook meer voetbalinzicht. Dat laatste was royaal aanwezig bij Charlie Bosveld. Maar hij verdrong dat inzicht wel eens omdat hij dolgraag pingelde. Vandaar dat er niet helemaal uitkwam wat er inzat. Toch ben ik blij, dat Henk hem inlijfde in deze eregalerij, want hij was een aparte voetballer met groot balmeesterschap.

Ook Ruud Geels heet ik alsnog van harte welkom. Niet, dat hij technisch aan de lopende band hoogstandjes verrichtte, maar zijn schotvaardigheid was ongelofelijk. Als speler van Ajax scoorde hij 123 treffers in 132 wedstrijden. Hij was verblindend-snel en kopte als de beste. Spaan had hem best nog wat verder naar voren mogen schuiven.

Laten we uit dit rijtje van tien er nog een speler uitpikken. Ik zit een beetje met hem in de maag, want Daan Schrijvers, een stopperspil van goed kaliber, leek volgens mij beter dan hij was. Dat kwam meer voor bij centrale verdedigers: Rien Terlouw en Cor van der Hart liepen ook altijd met de borst vooruit en dat zal z'n rendement wel hebben opgeleverd. Spaan kondigde al aan dat Van der Hart nog komt en dat lijkt me terecht, maar Daan staat rijkelijk hoog. Hij was van mindere klasse dan Terlouw en staat desondanks zes plaatsen gunstiger. Vergelijken blijft ontzettend lastig, soms zelfs ondoenlijk.

Danny Blind (58ste) staat slechter dan Jan Poortvliet en de vraag rijst of dit geen vergissing van de keuzeheer is? Erwin Koeman gaat aan de haal met de 52ste plaats. Omdat hij een broer van Ronald is? Erwin was goed, maar niet bijzonder. En Spaan kent momenten van scherp inzicht en grote billijkheid, maar wordt af en toe overvallen door een bui van lichtzinnigheid. Dat geeft trouwens het element van charme aan het geheel. Zijn lijst van 50 tot 41 ziet er als volgt uit: 50. Richard Witschge, 49. René van de Kerkhof, 48. Daan Schrijvers, 47. Piet van der Kuil, 46. Ruud Geels, 45. Theo de Jong, 44. Sjaak Swart, 43. Charlie Bosveld, 42. Wim Rijsbergen, 41. Wim Jonk.