De essentie van een stad is dat zij een knooppunt vormt van allerlei functies; Ode aan een binnenstad met auto's

Dat gemeenteraadsverkiezingen een zaak van nationaal belang kunnen zijn blijkt uit de plannen die de Amsterdamse PvdA-wethouder Guusje ter Horst vorige week namens het college van burgemeester en wethouders bekend maakte.

Omdat het 'niet mooi' lijkt, 'al dat blik in de historische binnenstad' moet er een totaal parkeerverbod voor auto's komen langs alle hoofd- en zijgrachten in de Amsterdamse binnenstad, zo zei ze op de lokale televisiezender AT5 en in verschillende kranten. Het gaat om het hele gebied binnen de Singelgracht (niet te verwarren met het Singel, de binnenste gracht in de hoofdstad, maar de gracht die langs de Maurits-, Stadhouders- en Nassaukade ligt). Onder die Singelgracht moeten parkeergarages komen voor zo'n tienduizend auto's. Bewoners en bezoekers van de binnenstad moeten hun auto daar neerzetten en per fiets of met het openbaar vervoer hun tocht naar de binnenstad voortzetten. Waar nog wel geparkeerd mag worden in het centrum moet het parkeertarief fors omhoog. Het liefst zou Ter Horst onder de Singelgracht, dus van Artis, via het Rijksmuseum naar het Haarlemmerplein, een ondergrondse rondweg zien, om de lelijke auto buiten beeld te krijgen, en de verkeersdrukte uit het centrum te weren. Kosten voor dit als ideaal bestempelde project: ongeveer 2 miljard gulden.

Varianten op dit plan, die altijd uitgaan van het basisidee dat de auto absoluut geweerd dient te worden uit de binnenstad van de hoofdstad, bestaan al langer. Ze komen voor een deel uit de koker van de Amsterdamse afdeling van de PvdA. Dat de voornemens nu vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen iets scherper omlijnd worden gepresenteerd is logisch: de PvdA in Amsterdam wil scoren met de steeds verder gaande kruistocht tegen de auto. En het ultieme argument is steeds dat het 'mooier' is, in de 'historische binnenstad', als de auto verdwijnt. Deze miljardeningreep, die de doodsteek voor de vitaliteit van de binnenstad van de hoofdstad betekent, en dus een zaak is van nationaal belang, wordt in zijn essentie teruggebracht tot een kwestie van mooi of lelijk.

Ter Horst is de meest uitgesproken apostel van dit PvdA-schoonheidsideaal, dat zich het best laat omschrijven als neutronenbom-esthetiek. De neutronenbom is, zoals bekend, ontwikkeld om vernieling van steden te voorkomen, maar om alle leven daarin volledig te vernietigen.

De essentie van een stad is dat zij een knooppunt vormt van allerlei functies. Dat geldt a fortiori voor het centrum van zo'n knooppunt dat de stad is - daar krioelt alles door elkaar en hoort alles ook door elkaar te krioelen. Dat de een daarbij soms wat moet inschikken, of de ander iemand eens voor moet laten gaan, hoort daar ook bij. Zonder enige verstandige regulering wordt de knoop onontwarbaar. Historisch gezien is de stad een knooppunt van verkeer: schepen, koetsen, binnenschepen, van Gend & Loos karren, boerenwagens, ze komen allemaal naar de stad, ze willen allemaal naar de stad, want ze hebben er wat te zoeken. Dat biedt niet alleen een mooi schouwspel, dat is een teken van vitaliteit. Een stad waar geen verkeer meer is, is geen stad meer. Dat is een dorp.

Het is verbazingwekkend dat over deze vérgaande plannen van de lokale PvdA met de hoofdstad niet veel meer discussie is ontstaan, zeker zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. De VVD is tot nu toe de enige partij die de zaak op scherp heeft gezet: als de PvdA haar parkeerbeleid niet wijzigt, weigert de VVD deel te nemen aan het nieuw te vormen college. Onmiddellijk klonk het verwijt van politieke tegenstanders dat de VVD 'populisme' bedrijft. Het geeft aan hoe iedere verstandige discussie en weging van voors en tegens over een belangrijk probleem van de binnenstad volkomen verstikt wordt door een gietijzeren en misplaatste Ot-en-Sien-visie op wat een mooie historische binnenstad is.

De auto, of eigenlijk de auto-haat, is voor de PvdA de afgelopen decennia steeds een belangrijker symbool voor haar politiek correcte 'linksheid' geworden. Het is een versteend flower power ideaal uit de jaren zestig en zeventig, overgenomen van de provo's en de Kabouterpartij die een daktuintje op iedere auto wilden.

Naarmate steeds meer punten om mee te scoren de sociaal-democraten zijn ontvallen, is de anti-auto gedachte, ooit door de voormalig Groninger wethouder Max van den Berg als speerpunt geïntroduceerd, steeds belangrijker geworden.

Het gedachtegoed is ook langzaam doorgedrongen tot de altijd wat trage ambtenarenapparaten in steden en gemeenten, zodat inmiddels het stadium is bereikt dat er een ambtelijke en politieke consensus is, dat een mooie binnenstad autoloos is.

Het resultaat is in heel Nederland te zien: steden en verstedelijkte dorpen met grote, autoloze centra, als stenen wandelwoestijnen. Hier en daar zijn er winkelstraten, waar alleen ketens als Blokker, Zeeman, Albert Heijn en dergelijke zich kunnen handhaven. Monocultuur bloeit in autoloze gebieden.

Ook voor het sociale leven van binnenstadbewoners en -bezoekers betekent de drang tot autoloosheid een verarming. Ter Horst heeft laten weten dat ze zich van protesten van de binnenstadsbewoners weinig zal aantrekken, omdat toch 'maar 30 procent van hen een auto heeft'. Alsof die andere bewoners, zonder auto, bijvoorbeeld oudere mensen, geen kennissen hebben die niet zo goed ter been meer zijn, die wel eens op bezoek willen komen bij een binnenstadbewoner. De opmerking dat die dan maar op de fiets of met het openbaar vervoer hun plaats van bestemming in de binnenstad moeten bereiken, is een gotspe. Er ís binnen de grachtengordel helemaal geen openbaar vervoer. Je kunt niet met een tram van de Bloemgracht naar de Kloveniersburgwal of van de Stopera naar de Anjelierstraat.

De binnenstad waar niet geparkeerd mag worden, wordt een levenloze gebied. Het leven zal zich naar buiten de Singelgracht verplaatsen, en daar voor nieuwe problemen zorgen. Wat overblijft is een doods stadscentrum met louter mooie gevels, waarachter alle leven geweken is. Het is vooral aantrekkelijk voor de amateur-patholoog-anatomen der geschiedenis, de toeristen, die met een gidsje historische pandjes kunnen opzoeken, en zich er bij proberen voor te stellen hoe leuk druk en levendig met koetsen en paarden en schepen de grachtengordel in de zeventiende eeuw was. En de Amsterdamse binnenstad wordt op die manier een paradijs voor gepriviligieerde binnenstadbewoners die zich een garage ín een grachtenpand kunnen veroorloven. Of als ze geen auto hebben, zich thuis kunnen laten afhalen met een dienstauto. Zoals Ter Horst. Want een chauffeur voor laten rijden, dat blijft natuurlijk wel toegestaan.