Dan liever roomse hypocrisie

Waar we de Nederlandse omroepen dankbaar voor moeten zijn, is hun beslissing om geen rechtstreekse carnavalsuitzendingen op de buis te brengen.

Ik weet waar ik over praat, want ik heb gisteren een poosje naar de Duitse zenders zitten kijken, waar onder meer een carnavalszitting in Keulen werd getoond. Een surrealistische kijkervaring. Het is alsof je in een tijdscapsule naar de jaren vijftig wordt teruggeschoten. Als kind zat ik in die jaren wel eens naar het carnaval op de Duitse tv te kijken.

Er blijkt niets veranderd te zijn. Houterig hossende mensen, voor het merendeel van middelbare leeftijd, uitgedost met pruiken en clownsneuzen en gestoken in leukige vermomming - vaak van Tiroolse snit - die meedeinen op eeuwenoude schlagers als: 'Schnapps, das war sein letztes Wort', 'Wir kommen alle in den Himmel weil wir so braf sind', 'Oh Rosella!', 'Du kannst nicht treu sein' en 'Warum ist es am Rhein so schön'.

Op de gezichten een wanhopige schijnvreugde, alsof diep van binnen het besef knaagt dat dit eigenlijk geen feest is voor volwassen mensen, maar een vernederend tijdverdrijf. Hoe vaak ze ook 'Alaaf!' roepen, hoe hard ze elkaar ook op de schouders rammen, ze kunnen zichzelf niet voldoende vergeten, ze zien hun belachelijkheid weerspiegeld in de ogen van de anderen. Dat zal ook komen doordat er op die door de tv uitgezonden carnavalsavonden niet te veel mag worden gedronken. En carnaval zonder drank, dat is als een operatie waar de narcose is uitgevallen.

Verdoving, daar gaat het om.

Geen Oeteldonkse taferelen dus op de Nederlandse tv, wat niet betekent dat onze feestvreugde per se van grotere allure is. Zo zag ik nog net het staartje van de voorlopig laatste uitzending (“We komen absoluut terug!”) van Sex voor de Buch. Buch kondigde likkebaardend een bijzonder item aan. Ze hadden er vijf keer over vergaderd, ze hadden het 'gecheckt en gedoublecheckt' en telkens weer hadden ze zich afgevraagd: kunnen we het uitzenden?

Wat dacht u dat het antwoord was? Inderdaad.

Nog voordat het filmpje startte, liet ik mijn fantasie de vrije loop. Wat zou Buch nog in petto kunnen hebben?

Ik dacht dat we nu wel zo'n beetje alles hadden gezien, al schijn ik een meneer te hebben gemist die bij voorkeur tot zijn gerief komt in een badje met fijngestampte bruine bonen. Zou er nog ergens in de buurt van Emmer-Compascuum een mevrouw zijn die al jaren droomt van de paringsdaad met een oversekste Afghaanse waterbuffel, of had Buch eindelijk een schlemiel bereid gevonden om zich aan zijn jongeheer op te hangen in de hoogste boom van zijn achtertuin?

Het kwam in de buurt. We zagen een stakker die zich bij voorkeur in een luier op straat begeeft en het opperste genot ervaart als een zorgzame dame hem in een babybadje onderdompelt en met een rammelaar in de box zet.

“Wij laten alleen maar zien wat er onder de mensen leeft”, zegt Buch altijd. “Wij geven de boodschap door.” Alleen seks met dieren, met kinderen en met uitwerpselen, daar voelt hij niet voor, dat vindt hij 'onsmakelijk'.

“Is het andere dan wél smakelijk?” werd hem laatst op de radio gevraagd. “Ik heb ergens een grens: die van de persoonlijke smaak”, reageerde Buch.

Sperma met bruine bonen, daar mag hij persoonlijk graag een hapje van nemen.

Nee, dan toch liever de roomse hypocrisie van Salvador Dali, over wie de NPS een documentaire vertoonde. Dali die zichzelf een gek noemde 'die toevallig niet gek was', wat alleen al blijkt uit deze interessante uitspraak: “Als je speelt dat je een genie bent, dan word je het ook.”

De Amerikaanse actrice Constance Webb vertelde over haar ervaringen als model voor Dali. Ze had steeds meer kleren moeten uittrekken en toen ze in een pauze even lag uit te rusten, was Dali plotseling op haar neergedaald, met een vreugdevol geheven penis. In een oogwenk kwam hij op haar borsten klaar, waarna hij het zaad gedienstig begon op te likken. Toen hij afscheid van haar nam, zei hij slechts: “Ik heb niet gepenetreerd, omdat ik trouw ben aan Gala (zijn vrouw).”