Crisis in Azië begint desastreuze gevolgen te krijgen voor veel mensen in die landen; Westers optimisme over crisis in Azië misplaatst

Mario Rutten is onderzoekscoördinator van het Centrum voor Azië Studiën, Universiteit van Amsterdam.

Tegen de achtergrond van de oplopende sociale spanningen in Zuidoost-Azië komt het optimisme van de Westerse financiële wereld over deze ontwikkelingen wrang over. Het onderschat de gevolgen van de crisis voor de Aziatische bevolking en kan op langere termijn wel eens de anti-Westerse gevoelens in de regio versterken, denkt Mario Rutten.

Terwijl de bevolking in Azië de gevolgen van de financiële crisis in toenemende mate aan den lijve ondervindt, lijkt de Westerse wereld al over de eerste schrik heen te zijn. Na maanden van spanning en onheilspellende berichten in de media geven steeds meer analisten blijk van een gevoel van opluchting. Zij wijzen erop dat de gevolgen van de crisis in Azië voor de Westerse economieën minder dramatisch blijken dan aanvankelijk werd gevreesd. De beurzen in Europa en Amerika hebben zich na een eerste schrikreactie snel hersteld. Menigeen geeft bovendien aan dat de vrije val van de Aziatische munten nieuwe mogelijkheden biedt aan het Westerse bedrijfsleven om zeer goedkoop - voor 'drie keer niks' aldus een analist in Trouw - bedrijven en onroerend goed in Azië over te nemen.

Ook voor Azië zelf lijkt de crisis minder verstrekkende gevolgen te hebben dan in eerste instantie werd gedacht, tenminste als we IMF-directeur Michel Camdessus moeten geloven. “Over twee jaar zijn die economieën er weer bovenop”, zo stelde hij optimistisch vast aan het eind van zijn rondreis door Zuidoost-Azië begin januari.

Anderen doen daar nog een schepje bovenop en stellen dat de financiële crisis uiteindelijk een heilzame werking zal hebben op de Aziatische samenlevingen. Eindelijk is er de mogelijkheid de economische en politieke belangenverstrengeling aan te pakken en iets te doen aan de heersende cultuur van corruptie, leugens en bedrog, waaraan deze landen hun eigen economische ondergang te danken hebben. Er zijn zelfs mensen die de huidige crisis als een geschenk uit de hemel beschouwen dat maatschappelijke problemen in Azië feilloos blootlegt en veranderingen afdwingt waartoe de politiek tot nu toe niet in staat is gebleken.

Daarvoor is het echter wel noodzakelijk dat Azië de raad van het IMF en de Westerse financiële wereld opvolgt en niet weer vervalt in de gewoonte om 'fouten langer te negeren dan in het Westen gebruikelijk is', zoals een bancaire Azië-watcher onlangs opmerkte. Voor hun eigen bestwil is 'een fikse schop' soms nodig, zo suggereerde oud-minister van Financiën Ruding begin februari.

Dit toenemend optimisme in de Westerse financiële wereld is misplaatst en onderschat de gevolgen van de crisis, zowel voor de bevolking van Azië zelf als voor het Westen. Langzaam maar zeker wordt het steeds duidelijker dat het Westerse bedrijfsleven meer te lijden heeft onder de crisis dan zij tot nu toe naar buiten heeft gebracht. Internationale beleggingsmaatschappijen hebben in de afgelopen maanden enorme bedragen verloren en steeds meer bedrijven zijn genoodzaakt eerdere winstverwachtingen naar beneden toe bij te stellen. De Vereniging van Effectenbezitters heeft al geeïst dat aan de beurs genoteerde ondernemingen meer informatie versc haffen over de gevolgen van de crisis voor hun bedrijfsresultaten. Leugens en bedrog blijken niet alleen in Azië voor te komen.

De laatste weken wordt het steeds duidelijker dat de financiële crisis in Azië desastreuze gevolgen begint te krijgen voor grote delen van de bevolking in die landen. Miljoenen mensen verloren in de afgelopen maanden van de ene op de andere dag hun baan en inkomen en waren gedwongen naar hun dorp terug te keren, sommigen zelfs vanuit andere landen in de regio. Deze ontwrichting werd nog verergerd door de situatie die deze mensen bij thuiskomst aantroffen: sterk gestegen kosten van levensonderhoud en een mislukte oogst als gevolg van de droogte die grote delen van Zuidoost-Azië het afgelopen jaar trof. Deze dramatische achteruitgang in welvaart, afgezet tegen eerder gewekte verwachtingen onder het merendeel van de bevolking, leidde in de voorbijgaande weken al meermalen tot sociale onlusten in landen als Indonesië en Thailand.

De directe betrokkenheid van het Westerse bedrijfsleven bij wat nu wordt genoemd de Aziatische zeepbel-economieën is in de huidige analyses naar de achtergrond verschoven. De oorzaak van de crisis ligt uitsluitend in Azië zelf, zo is de algemene opvatting. Westerse bedrijven en banken, tot voor kort de grootste pleitbezorgers van het Aziatische ontwikkelingsmodel, stellen zich nu op als critici die al jaren de fundamentele tekortkomingen van de ontwikkelingen in Azië aan de orde zouden hebben gesteld. Om deze draai van 180 graden mogelijk te maken blijkt men eerder gehuldigde standpunten nu gemakshalve om te keren. Was het vroeger het vrijemarktmechanisme dat ten grondslag lag aan het Aziatische wonder, vandaag blijkt de oorzaak van de crisis gelegen te zijn in het ontbreken van een vrije markteconomie in deze landen. Werd vroeger de stelling verkondigd dat maatschappelijke hervormingen in Azië pas plaats kunnen vinden nadat voldoende economische groei is bereikt, vandaag krijgen we te horen dat de huidige economische stagnatie het eindelijk mogelijk maakt de noodzakelijke politieke veranderingen door te voeren.

Wat gebleven is in deze redeneringen is de vooronderstelling dat economische veranderingen altijd vooraf dienen te gaan aan sociale en politieke hervormingen, en dat processen van maatschappelijke verandering alleen van bovenaf tot stand kunnen komen. Deze gedachte verklaart mede de keuze van de internationale gemeenschap om de huidige machthebbers te blijven ondersteunen, zoals duidelijk zichtbaar in het geval van Indonesië. Het ontbreekt deze Azië-watchers aan inzicht in wat er op dit moment aan de onderkant van de Zuidoost-Aziatische samenlevingen afspeelt, en voor zover deze kennis wel aanwezig is wordt zij als niet relevant ter zijde geschoven.

Tegen de achtergrond van de toegenomen armoede en de oplopende sociale spanningen komt het optimisme binnen de Westerse financiële wereld ten aanzien van de ontwikkelingen in Zuidoost-Azië misplaatst en wrang over. Dit wordt nog eens versterkt door de aanmoediging aan Westerse ondernemers de crisis vooral ook als een buitenkansje te zien, een nieuwe vorm van voorjaarsuitverkoop waar je snel bij moet zijn.

Een dergelijk misplaatst optimisme onderschat de gevolgen van de crisis voor de bevolking in Azië en zou op de langere termijn wel eens consequenties kunnen hebben voor de relatie tussen Azië en het Westen, omdat het onbedoeld bijdraagt tot een breder draagvlak voor al langer bestaande antiwesterse gevoelens in Azië. Als al ergens 'een fikse schop' zou moeten worden uitgedeeld dan zou niet alleen de Aziatische elite maar ook de Westerse financiële wereld hiervoor een serieuze kandidaat zijn. Al was het maar vanwege de wijze waarop zij de gevolgen van de crisis voor het overgrote deel van de bevolking van Azië bagatelliseert.