België verdient bruin imago niet

Steven De Foer is correspondent van het Belgische dagblad De Standaard in Nederland. In de Nederlandse pers wordt met een zekere gretigheid een negatief beeld van België geschetst. Hoewel dat beeld niet helemaal onjuist is, wordt uit het oog verloren dat Vlaanderen van oudsher een vruchtbare voedingsbodem voor extreem-rechts. Maar Nederland zou het er onder vergelijkbare omstandigheden niet beter van af brengen, aldus Steven De Foer

Heer, heb meelij met de Belgen'', zong Freek de Jonge in zijn jongste show. Hij vat daarmee samen hoe Nederlanders de jongste tijd over de Belgen denken: best aardige mensen, ze hebben dat verrotte land van hen echt niet verdiend.

Het culturele neerkijken op Vlaanderen lijkt wat uitgestorven. Vlaamse schrijvers, acteurs, choreografen, muzikanten, zelfs tv-presentatoren genieten veel meer aanzien dan pakweg tien jaar geleden. Het cliché van de gezellige, domme Belg gaat eruit. Maar het is vervangen door een minder sympathieke typering: België als het land van corruptie, schandalen, perversie en misdaad, falende overheid en gerecht, machteloze burgers, latent fascisme.

De Nederlandse media voeden dat clichébeeld gretig: smeuïge verhalen uit België doen het goed in kranten en op televisie. Neem de verklaringen van X1, de 28-jarige vrouw die verklaarde als kinderhoertje in een netwerk te zijn terechtgekomen dat nachtelijke orgieën organiseerde: groot nieuws in Nederland toen ze nog als keiharde feiten werden voorgesteld, nauwelijks nog een voetnoot waard nu in België de twijfel en de nuances toenemen.

Dat het totaalbeeld op die manier vertekend wordt - er lopen heus ook nog wel bekwame magistraten en politici rond in België - is inherent aan de wetten van het nieuws. Je kan dat als Belg betreuren, maar je kan de kern van het clichébeeld niet ontkennen. België is een land waar vriendjespolitiek en corruptie welig tieren, waar overheid en gerecht falen. Nederland heeft recht van spreken, want het is op die terreinen een veel beter functionerend land. Meindert Tjoelker en de Groningse crisis ten spijt.

De Nederlanders zetten echter op één gebied een te grote mond op tegenover hun zuiderburen: door Vlaanderen te bestempelen als een verderfelijke poel van extreem-rechts en dezelfde gevoelens in eigen rangen te onderschatten of ontkennen.

Eerlijk is eerlijk, het zijn soms Vlamingen die hun daarvoor de pap in de mond geven. “De Vlaamse politici zijn bijna allemaal in stilte Vlaams-Blokkers”, zei Tom Lanoye onlangs in deze krant. Lanoye is een briljant woordkunstenaar die zichzelf heeft uitgeroepen tot politiek geweten van Vlaanderen. Helaas met meer goede bedoelingen dan kennis van zaken. Lanoyes opmerking over “de Vlaamse politici” is ronduit onnozel. De gemiddelde Vlaams politicus heeft last van verzuild, partij-afhankelijk en niet-toekomstgericht denken, maar is overigens niet rechtser dan zijn Nederlandse evenknie.

Het valt op hoe gretig zelfs de Nederlandse kwaliteitspers het 'bruine' imago van Vlaanderen en België in de verf zet. Blijkbaar beseffen Nederlanders niet dat ze onder gelijke omstandigheden in Nederland van hetzelfde laken een pak zouden hebben. Vlaanderen heeft door een aantal omstandigheden een betere voedingsbodem voor extreem-rechts. Dat Nederland die omstandigheden niet kent, is een speling van de geschiedenis, maar geen verdienste.Het Vlaams Blok is ontstaan als een radicale afsplitsing van het Vlaamse nationalisme en dankt daaraan nog steeds een deel van zijn kiezers. Het gaat om mensen die zich met hun radicale flamingante opvoeding nergens anders thuisvoelen, zelfs niet bij een democratische Vlaams-nationalistische partij als de Volksunie. Nederlanders (en sommige Vlaamse intellectuelen) hebben de neiging Vlaams-nationalisme en rechts-extremisme over één kam te scheren. Wie de Belgische geschiedenis en staatsstructuur een beetje kent, weet dat het één op zichzelf niets met andere te maken heeft. Behalve dat een aantal nationalisten zich vlot voor de kar van extreem-rechts heeft laten spannen.

'Proteststemmers' stemmen in groten getale op het Vlaams Blok. Proteststemmers zijn meestal eenvoudige mensen, vaak economisch zwak, die de ongenuanceerde praatjes over totale verrotting slikken voor zoete koek. Ze geloven iedereen die zich afzet tegen het establishment en die radicale voorstellen doet over de bestrijding van criminaliteit. Hopelijk komt de voorspelling uit dat extreem-rechts een flink deel van deze protestaanhang verliest aan de nieuwe uit de witte mars gegroeide partijen.

Nederland kent dit fenomeen van proteststemmen niet. Het gaat er economisch voor de wind, de mensen hebben er een jarenlange traditie van 'tevreden zijn met wat je hebt'. Nederlanders stemmen dus pas voor extreem-rechts als ze écht door en door fascisten zijn.

Racisme wordt in zeer veel gevallen ingegeven door xenofobie (letterlijk: 'angst voor wat vreemd is'). Taal en klederdracht spelen daarbij een grote rol. Nederland telt veel allochtonen, maar ze zijn veelal westers gekleed en Nederlandstalig, omdat ze uit vroegere Nederlandse koloniën zoals Suriname komen, of omdat ze zich hebben ingeburgerd.

In Vlaanderen daarentegen leven vooral veel Marokkanen, van wie alleen de jongste generatie de Nederlandse taal goed beheerst. Wie door de Brusselse randgemeente Schaarbeek rijdt, treft in het straatbeeld meer Arabisch dan Nederlands aan. Dat is geen excuus voor racisme, wel een verklaring voor xenofobie in de letterlijke zin van het woord.

Extreem-rechts bestrijden is in Nederland veel makkelijker dan in Vlaanderen, waar een aantal in fanatiek nationalisme geschoolde intellectuelen het voortouw hebben genomen. Vergelijk de 'charismatische' Filip Dewinter, de sluwe advocaat Gerolf Annemans en voorzitter Frank Vanhecke met wat Nederland te bieden heeft: doldraaiende randfiguren als Janmaat en Glimmerveen. Het Vlaamse trio doet qua uitstraling nauwelijks onder voor Jörg Haider of Jean-Marie Le Pen. De kopstukken van Vlaams Blok beheersen bovendien uitstekend de strategie van het dubbele masker: meedogenloos binnen de eigen kring, de redelijkheid zelve spelend tegenover de buitenwereld. Nederlandse journalisten die met veel branie die fascisten even op hun nummer komen zetten, bijten daarop steevast hun tanden stuk.

In een recent Europees opinie-onderzoek noemde 55 procent van de Belgen zichzelf tamelijk of erg racistisch, tegenover 'slechts' 31 procent van de Nederlanders. De politicoloog Jaak Billiet nuanceerde toen meteen: Belgen zijn misschien wat racistischer, maar het verschil met andere landen schuilt vooral in het meer onbevangen antwoorden op de vraag.

Die grotere 'eerlijkheid' is verbonden met het verschil in intellectueel klimaat. Belgen lezen minder kranten, debatteren minder over principes, bemoeien zich ook veel minder met de leef- en denkwereld van anderen. Een Nederlandse vader die zijn dochter liever niet ziet trouwen met een Turkse jongen, houdt die sentimenten voor zichzelf - een Belgische vader met dezelfde denkbeelden zal overal rondbazuinen dat hij inderdaad “tamelijk racistisch” is.

Dat zoiets nauwelijks nog verontwaardiging uitlokt in België, is bedenkelijk. Maar het heeft wel het voordeel dat je een onverbloemd beeld van de realiteit krijgt. Nederland daarentegen heeft een traditie van hypocrisie over racisme in eigen land: van de ongemakkelijke herinnering aan de jodendeportatie in de Tweede Wereldoorlog tot de zwart-witvete in het Nederlandse elftal nu.

Is dit een openlijk pleidooi om de openlijk racistische trekjes van veel Vlamingen goed te praten? Geenszins. Racisme en groepsegoïsme zijn verwerpelijk, en de opgesomde omstandigheden vormen er geen excuus voor. Wel is het onjuist het contrast tussen Vlaanderen en Nederland zo te beklemtonen.

Wie nog met het ideaalbeeld van een tolerant Nederland rondloopt, moet eens tussen de regels van de populaire Telegraaf lezen. Of er de resultaten van het jongste Clingendael-rapport nog maar eens op naslaan. De haat tegen de Duitsers in Nederland is ongerijmd in een wereld waarin alleen zeventigplussers de Tweede Wereldoorlog actief hebben meegemaakt. En het is helemaal verontrustend dat een op vijf jonge ondervraagden het Nederlandse volk superieur noemt aan andere volkeren.

De pers kan daar iets aan veranderen. Bijvoorbeeld door meer te nuanceren in haar berichtgeving over andere landen.