Voorvaderen

Een grote, zwarte man staat aan het roer van een zeilschip. Met het hoofd geheven naar een sterrenhemel draait hij het roer naar rechts. Dan naar links. Weer naar rechts. De schoener helt en kraakt, de golven slaan over het dek en de man staart naar de sterren, in een paniek die zo radeloos is dat je er rillingen van krijgt.

Door deze onvergetelijke scène uit 'Amistad' van Steven Spielberg, die volgende week in première gaat, besef je pas wat 'The Middle Passage' heeft betekend. Althans bij benadering. Want wie van ons is ooit zo gedesoriënteerd geweest, zo kosmisch verdwaald, zo verloren in een immense zee, wie van ons was ooit zo volstrekt without a clue?

De man heeft niet het geringste idee waarom hij werd weggehaald uit zijn geboortedorp in West-Afrika, aan kettingen vastgebonden, in smerige kelders ondergebracht, in nauwe scheepsruimen geduwd. En als hij in opstand komt, zich bevrijdt en al zijn belagers vermoordt, staat hij daar aan dat wiel te draaien, met een kompas dat hij niet begrijpt, een kaart die hij niet kan lezen en een vage herinnering van hoe de sterren er boven zijn dorp hadden uitgezien. Het is Kafkaesk.

Het knappe van Spielberg is dat hij zo'n beeld, waarmee het meest tragische van de slavenhandel wordt samengevat, haast nonchalant opvoert, en passant, omdat de film ergens anders over moet gaan. De opstandelingen van 'La Amistad' worden door de Amerikaanse marine overmeesterd en van moord en muiterij beschuldigd. Vervolgens gaat het juridische geschil over de vraag of de Afrikanen als 'eigendom' kunnen worden beschouwd en zo ja, wie de rechtmatige eigenaren zijn. En dit alles speelt zich af in een land dat honderd jaar eerder na een opzienbarende revolutie de gelijkheid van alle mensen had geproclameerd.

Tegen het eind van de film wordt hier ook woordelijk op gewezen, waarna de Afrikanen door het Hooggerechtshof worden vrijgesproken en de tot dan toe meesterlijke film plotsklaps een sentimentele wending aanneemt, zoals ook in 'Schindler's List' gebeurde. Spielberg kan het nou eenmaal niet laten nog een extra traan uit zijn publiek te persen, al is 'Amistad' lang niet zo klef als bijvoorbeeld 'The color purple'.

Zijn belangrijkste verdienste is echter dat hij kiest voor het perspectief van de Afrikaan, in de persoon van de opstandelingenleider Cinque, gespeeld door een acteur uit Benin, Djimon Hounsou. Die keus moet voor flinke problemen hebben gezorgd: hoe de identificatie tot stand te brengen met iemand die de taal niet spreekt, onbekend is met de omgangsvormen en niet alleen vreemd is, maar letterlijk wildvreemd? Cinque heeft van die wilde, broeierige ogen, die aan het begin van de film beeldvullend worden getoond, waaraan je ziet dat hij meer tot de duistere wereld van vrees en magie behoort dan tot de kalme, door wetten en regels beheerste blankengemeenschap.

Maar terwijl de film gaandeweg laat zien dat die wetten en regels geen enkele garantie zijn voor beschaving, wordt Cinque bedaarder, bedachtzamer, je zou bijna zeggen: blanker. De man die op de stormachtige nacht van de opstand met uitpuilende ogen en oerkreten strotten doorsnijdt, wordt geleidelijkaan rustiger. Zijn ogen worden mild, zijn huid is minder gespannen en zelfs zachter van kleur en hij steekt genoeg op van de blanken om op een gegeven moment te roepen: 'Gives us free'.

Door zwarte intellectuelen in Amerika is kritiek geleverd op deze transformatie van Cinque: waarom zit hij ineens in een bijbel te bladeren? Waarom denkt hij op het laatst in dezelfde juridische termen als zijn tegenstanders? Een zwarte moet kennelijk gaan lijken op een blanke, om sympathiek over te komen.

Hetzelfde bezwaar werd op Beecher-Stowes 'De hut van Oom Tom' geuit, met als verschil dat Oom Tom zichzelf als slaaf accepteerde, terwijl Cinque volhoudt dat hij zijn eigen bezit is - wat een mooie definitie is van vrijheid. Maar het blijft een lastige kwestie. Zou Cinque een held worden als hij zijn primitieve woestheid had behouden? Ik weet het niet.

Wat de critici ontgaat is dat het omgekeerde ook gebeurt: vóór de laatste rechtszitting zien we Cinque zijn voorvaderen om hulp vragen. Als zijn advocaat daarna hetzelfde doet, door tijdens de zitting de overleden presidenten van Amerika aan te roepen en te vragen om eerbied voor hun idealen, zijn de blanken een beetje op zwarten gaan lijken.

Zwarte intellectuelen in Amerika hebben zoveel gemopperd op 'Amistad', dat je de indruk krijgt dat ze het vooral vervelend vinden dat een blanke de film heeft gemaakt. Maar dat is juist een verheugend feit! Het is toch voor blanken van belang dat ze zich rekenschap geven van de daden van hun voorvaderen? Wie zijn verleden niet kent, kent zichzelf niet, en zó lang is het niet eens geleden: het gaat om verschrikkingen die maar drie of vier generaties terug hebben plaatsgevonden.

Een spannende vraag is hoe in andere landen die aan slavenhandel deden over de film zal worden gepraat. Toen Beecher-Stowes boek uitkwam was de slavernij in Suriname en op de Antillen nog niet afgeschaft. Het boek is in 1862 nog in het Nederlandse parlement geciteerd door een volksvertegenwoordiger, omdat hij vond dat de beraadslagingen meer gingen over schadevergoedingen - aan de slavenhouders wel te verstaan - dan over 'den geest van de schrijfster van Uncle Tom'. En toen de serie 'Roots' eind jaren zeventig in Nederland op televisie kwam was men nog zo geschrokken van de migratiestroom uit Suriname, dat de zwarten op straat voor Kunta Kinte werden uitgescholden.

Zal zich nu, naar aanleiding van 'Amistad', zoiets als een 'nationale bezinning' voordoen over het Nederlandse aandeel in de slavernij? Recentelijk is duidelijk geworden dat dat aandeel in vergelijking met Engeland en Portugal gering was: Nederlanders hebben 'maar' een half miljoen slaven verhandeld en ongeveer eenzelfde aantal onderweg omgebracht. Zoals we in 'Amistad' zien werden Afrikanen, in periodes van windstilte waardoor het voedsel opraakte, pardoes in de oceaan gegooid.

En het totaal van een miljoen Afrikanen is ook weer niet zo klein, als je het vergelijkt met de omvang van de Nederlandse bevolking: toentertijd ongeveer twee miljoen. Op iedere twee Nederlanders is dus één zwarte gemaltraiteerd of vermoord. Dat is toch enige bezinning waard? Al was het maar om in het reine te komen met de daden van de voorvaderen.