Soms draai ik ook 'n wasje voor de club

Ik heb het nog altijd over Velox, ook al heet de club sinds de fusie van zo'n vijf jaar geleden Velox/SVVU. Jongens die vroeger op SVVU zaten worden weleens een beetje link als ik het over Velox heb zonder SVVU. Ik begrijp dat wel, zo heet de club niet meer. Maar voor mij is het altijd Velox geweest en het zal ook altijd Velox blijven.

Die fusie moest er komen om te overleven. Het is niet anders, maar het blijft zonde. Ooit zo'n grote club. Een betaald-voetbalclub ook nog, met prachtige geel-zwarte clubkleuren. Nu is het geel-wit. Lang niet zo mooi.

Voor Velox, waar nu m'n zoon en kleinzoon in het eerste spelen en waarvoor ik zelf dertig jaar geleden ging voetballen, ben ik al heel wat jaartjes al heel wat uurtjes per week in de weer. Bij slecht weer ontvang ik bijvoorbeeld de consul om de velden te inspecteren. Kan er gevoetbald worden? Hij heeft het laatste woord. Soms beslist hij dat er gespeeld kan worden als er eerst vijf kruiwagens zand gestrooid worden. Dat is dan mijn klus, de consul heeft daarvoor geen tijd. Ik trek ook altijd de lijnen op het veld.

Verder maak ik de kleedkamers schoon. Daar is het soms een zwijnenstal, hoor. De prullenbak ziet niemand staan, overal rommel en achtergelaten shampooflesjes. Hebben ze verloren, dan trappen ze weleens tegen de deur aan. Soms gaat er wat kapot. Dat maak ik dan weer.

Zo nu en dan draai ik ook nog een wasje voor de club. Nou ja, wasje: alle shirtjes en trainingspakken en zo van de hoogste elftallen. Zestig graden als het flink vuil is, veertig als het wel meevalt. Na de was gaat alles in de droogtrommel. Strijken hoeft gelukkig niet meer, het is tegenwoordig allemaal synthetisch, hè.