Pires: klinkende, tedere spontaniteit

Concert: Maria Jo Pires (piano). Programma: Beethoven: Sonate in E, op. 109. Bach: Partita nr. 1 in Bes, BWV 825. Schubert: Vier Impromptu's op. 142, D 935. Gehoord: 22/2 Concertgebouw Amsterdam.

Bijna zijn ze uitgestorven, de pianisten van het formaat van Horowitz, Bolez en Richter, de onnavolgbaren die na één enkel akkoord al herkenbaar waren, de eigenzinnigen die iedere noot doordrongen van hun volstrekt unieke muzikale persoonlijkheid. Dat soort spel vereist een vrijheid van geest die slecht valt te rijmen met het huidige muziekbestel, waarin de noodzaak tot perfectie en kwantiteit tot gelijkvormigheid heeft geleid.

Dat de Portugese pianiste Maria Jo Pires na afloop van haar sublieme recital bovenaan de rode trappen werd opgewacht door haar kleinzoontje, die haar met niets ontziende peuter-liefde om de hals vloog, is typerend voor haar mentaliteit. Pires doet niet aan sterallures. Ze draagt geen glitterjurken, en er zijn zelfs tijden geweest dat ze liever met haar familie in een camper op de Amsterdamse Bernard Zweerskade logeerde dan in een vijfsterrenhotel voor Grote Artiesten. Pires speelt omdat ze het niet kan laten, met haar pretentieloze benadering brengt ze het concertbedrijf terug tot menselijke proporties.

Toch is Pires in alle opzichten een meesterpianiste. Ze is de klankgeworden spontaniteit, een wonderlijk amalgaan van kwetsbaarheid en geestkracht, van speelsheid en raffinement, van onbevangenheid en wijsheid. De directe herkenbaarheid van Pires is gewaarborgd door de dartelheid van haar fraseringen, de puurheid van haar toucher, de vloeiende onbevangenheid van haar timing en spanningsopbouw, de fantasierijke vermetelheid van haar rubati, accentuering en dynamiek.

Dankzij deze unieke eigenschappen klonk haar uitvoering van Beethovens Sonate in E, op. 109, een complex werk waarin op eierschaal-formaat reusachtige tegenstellingen met elkaar verzoend dienen te worden, als een grandioze versmelting van improvisatie, formele strengheid en emotionele innigheid.

In plaats van de beloofde Suite voor piano, op. 14 van Bartók klonk een sprankelende interpretatie van Bachs Partita nr. 1, waarmee Pires haar unaniem geprezen cd-opname van dit werk (DG 447 894-2) ter plekke overtrof. Al even onnavolgbaar vertolkte Pires de Vier Impromptus, op 142 van Schubert, waarin ze een bijna wereldvreemde tederheid en verlatenheid koppelde aan een masculine uitbeelding van de menselijke hartstochten.