Onvoltooid Verleden Tijd

Op de zondag merk je dat het leven te kort is. Althans des zondags blijkt dat er te veel is te doen in een krap bemeten tijd. Dat begint 's ochtends bij het uitstallen op het tapijt van de oogst aan zaterdagkranten. Je installeert je in de zon, met koffie en brood, en stemt ook nog eens de radio af op het VPRO-programma OVT, Onvoltooid Verleden Tijd. Daarna gaat de tijd knellen.

De ogen scannen gedachteloos de krantenkoppen. Boven het rustgevende geritsel van de kranten klinkt een academicus die vertelt over een uit achttienzoveel daterend verdrag. Volgens dat verdrag moet Nederland de Belgen terwille zijn bij het realiseren van een 'baan' naar Duitsland. Het zou een weg kunnen zijn, maar waarschijnlijk moeten we 'ijzeren baan' lezen; spoorlijn dus. Terloops wordt de teleurstelling besproken van de Belgen toen zij Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg na de oorlog met Nederland aan hun neus voorbij zagen gaan. Maar dan valt het oog op een krantenfoto van het gelaat van een bekende magistraat en de rest van het radioprogramma verwordt tot achtergrondgeruis.

Net bijgekomen van het geweld waarmee een gekwelde procureur zíjn baan verdedigt, dwarrelt de zin neer dat de Belgen ons nog een zware kool zouden kunnen stoven met de Betuwelijn. In één keer weten we dat ook topambtenaren in staat zijn met modder te gooien; dat onze infrastructuur zich ontwikkelt in strijd met onze buren en dat de radio concurreert met de krant.

Wil je ten volle genieten van de altijd interessante programma's van OVT, dan moet je je overgeven aan de radio, dat wil zeggen: zitten en luisteren. Maar dat kan niet, want de zondag vraagt, al is het onze traditionele rustdag, om een actieve vrijetijdsbesteding.

Waarmee luisteren naar de radio nog net is te verenigen is het verrichten van licht contemplatieve handelingen, zoals schoenen poetsen, wasgoed strijken of de vaat wassen. Schrijfbureau opruimen vraagt al te veel concurrerende cerebrale concentratie.

Zo kan men, terwijl de naden van de bergschoenen voorzichtig worden ontdaan van hard geworden modder, luisteren naar Kees Stip. Onze onvolprezen rijmelaar brengt vreugde in het hart met zijn verhaal over censuur bij de Volkskrant. De hoofdredacteur van deze toen nog zeer katholieke krant meende in het gedicht 'Op een bok' een scrabeus element te ontwaren. “In Siddeburen was een bok die machtsverhief en worteltrok. Die bok heeft onlangs onverschrokken de wortel uit zichzelf getrokken waarna hij zonder ongerief zich weer in het kwadraat verhief”.

Stip weet niet met zekerheid wat dat scrabeuze element zou kunnen zijn, want buiten de hoofdredactionele burelen van de Volkskrant is het nooit uitgesproken.

Bij het ontveteren van de schoenen doet Wertheim, met zijn eeuwig gebagatelliseer van de Sovjet-terreur, de wenkbrauwen fronsen en terwijl de siliconenwas in het leer wordt gemasseerd luisteren we geamuseerd naar Theun de Vries, die de bedreiging van het Westen door het Warschaupact vijftig jaar na dato opnieuw weghoont. Het is genieten wanneer de VPRO de tijd terugbrengt waarin diehards van links en rechts de teugels nog krachtig in handen hadden.

In OVT wordt regelmatig een historicus aan het woord gelaten naar aanleiding van een gebeurtenis die 'deze week precies zoveel jaar geleden' heeft plaatsgevonden. Soms wordt naar aanleiding van die gebeurtenis afgereisd naar verre oorden en horen we de licht ironisch klinkende VPRO-stemmen overstemd worden door het lawaai van een Afrikaanse markt. “Nee, nee, het wordt vaak gedacht, maar de Nederlanders dreven de handel op Afrika helemaal niet op het niveau van spiegeltjes en kraaltjes.”

Maar wat deze zondag beheerst is de vraag: gaan de Belgen onze Betuwespoorlijn dwarsbomen?