'Je moet het carnaval in je hebben'

Prinsen en vorsten maken de dienst uit in de dorpen en steden die carnaval vieren. “De stad is van de mensen”, zegt de fractievoorzitter van D66 in de gemeenteraad van Roermond. De Hollanders staan erbij en kijken ernaar.

ROERMOND, 23 FEBR. Gertruda en Gerardus gaan op houten stoeltjes op het podium zitten. Het hoogtepunt van hun carnaval is aangebroken. Dré Peters, die voor even dienst doet als burgemeester, verricht de ceremonie tijdens de boerenbruiloft. “Hierbij verbind ik het onechtpaar in het onecht.” Gertruda en Gerardus geven elkaar een zoen. Uit de luidsprekers van het Moezepelies klinkt muziek. “Zing eens even, spring eens even, alles achtereen.” “En daar gaan we weer, die handjes de lucht in.”

Zaterdag is in het Limburgse Roermond, net als in veel andere plaatsen in ZuidNederland, het carnaval losgebarsten. Het gewone leven ligt plat. Alles mag en alles kan, want de Roermondse burgemeester H. Kaiser heeft zaterdag de macht van de stad overgedragen aan de twaalf prinsen van de verschillende carnavalsverenigingen.

Voor de kroegjes op het stationsplein lopen op zaterdagmiddag enkele honderden mensen verkleed en geschminkt rond. Bijna allemaal met een biertje in de hand.

Lodewijk Imkamp, fractievoorzitter van D66 in Roermond, heeft tegen een uur of twee in de middag al enkele liters bier naar binnen gewerkt. “Iedereen is gelijk”, zegt Imkamp. “Je kunt voor een paar dagen helemaal losgaan zonder dat iemand gek opkijkt. Het is meer dan zuipen en seks. Natuurlijk is er nu meer seks dan de dagen ervoor of erna, maar daar gaat het niet om. Alles is voor even omgedraaid, de stad is van de mensen.”

Enkele honderden meters verder doet de plaatselijke middenstand goede zaken. Meters stof, pruiken, toeters, bellen, schmink, boevenpakken, clownspakken. Tientallen mensen staan te graaien in de rekken van de winkels. Wie niet verkleed en geschminkt is, telt niet mee in Roermond. Dat zijn Hollanders. Die hebben het over carnaval in plaats van over 'vastelaovend' en die vragen niet om pils maar om bier.

Tijdens het carnaval staan de prinsen en de vorsten van de verschillende verenigingen voor een paar dagen onafgebroken in de belangstelling. Prins Thei IV, van de grootste plaatselijke vereniging D'n Uul (de Uil), wordt zaterdag groots onthaald op het station. Dat hij een paar honderd meter verderop bij de moutfabriek is opgestapt om bij het station uit te komen, deert niemand. De prins is binnen, het feest kan beginnen.

Prins Thei IV is in het normale leven Theo Janssens, directeur van een autobedrijf. Zijn slogan is dan ook 'Neet zeure sjeure', ofwel: niet zeuren scheuren. Het kan dan wel carnaval zijn, een prins mag ook wel een beetje reclame voor zijn zaak maken. “Het is een hele goede”, zegt de vorst van D'n Uul Naad 1. “Iedere prins moet het op zijn manier doen, daar is geen receptenboek voor, maar deze heeft het in zich. Ik ben een trotse vorst. Dit is een heerlijk volksfeest”, zegt Naad 1. Al acht jaar leidt hij de vereniging op de receptie van de prins in theaterhotel de Oranjerie.

Voorheen was het hotel de thuisbasis van D'n Uul, maar dit jaar is het theater in handen gekomen van de familie Van der Valk die er een hotel van heeft gemaakt. H. Luiten, de directeur van de Oranjerie, lijkt niet zo gecharmeerd van het Limburgse volksfeest. Luiten: “We zijn nog niet officieel geopend en we kennen het carnaval niet zo goed. Ze wilden wat zalen afhuren, maar het kan heel erg tekeergaan. Dat leek me niet zo'n goed idee. We hebben alleen de receptie van de prins hier”, zegt hij.

In de zaal vloeit het bier ondertussen rijkelijk. Voor het podium staat een groep mensen uitbundig te zwaaien met groen-witte voetbalsjaaltjes. 'Bacchusklub' staat erop. “Ik ben Bacchus, god van de drank, geef ons een vol vat bier”, klinkt het uit honderden kelen. Loek Smeets heeft dit jaar de eer om voor Bacchus te mogen spelen, morgenmiddag wordt hij ter afscheid in de Roer gegeooid. “Dit is leuk”, is het enige wat hij nog kan zeggen. Een paar meter verderop gebruikt een jongetje, verkleed als Zorro, zijn hoed als schep. Hij gooit daarmee confettisnippers op de nieuwe tapijten van de Oranjerie.

Even later is prins Jo III van de Veldjmuus aan de beurt om de prins van 'de concurrent' D'n Uul de hand te schudden. De begroeting is hartelijk, al blijkt enkele uren later in het Moezepelies, het verenigingsgebouw van de Veldjmuus, dat er nog wat oud zeer tussen de verenigingen bestaat. “Wie de leukste prins is? Nou, dat moeten de mensen zelf maar uitmaken”, zegt Jo III. Vorst van de Veldjmuus, Dré Peters, helpt zijn prins. “D'n Uul heeft gezegd dat ze de eersten zijn van de gelijken, wij zijn de eersten van de gewone mensen”, zegt vorst Peters, nummer 1 is van de lijst Demokraten Roermond.

De Veldjmuus had vorig jaar de primeur door als eerste een 'zwarte' prins te kiezen. Reinhart Letschert, die in Indonesië is geboren maar plat Limburgs praat, geniet na een jaar nog. “Je moet het carnaval in je hebben en dat heb ik. Het is fantastisch om prins te zijn. Dat kan ik niet met woorden beschrijven, maar ik deed het niet voor andere Indonesiërs. Nee, alleen voor mezelf.”

Grootvorstin Dreug, van de eerste vrouwelijke carnavalsvereniging de Beerdeere (de Bierdieren), loopt ondertussen met haar vriendinnen het verenigingshuis binnen. “Carnaval is gewoon lekker. Alles mag en alles kan. We zeggen maar zo: 'Beter een goede zuipprinses dan een slappe prins'.” In de zaal lopen de mensen een polonaise, iets wat niet gebruikelijk is in Roermond. “Tingelingelinge, hier komt de Alpenexpres, tingelingeling, we zuipen door.”

Het feest in Roermond gaat door tot diep in de nacht. Jos van Rey, het Roermondse Tweede-Kamerlid (VVD), die ook in de provinciale staten zit en een zetel heeft in de raad van Roermond, is tijdens het carnaval lid van de stadsgarde. Hij kent het geheim om het feest goed vol te houden. “Je moet 's morgens goed eten en flink wat Jägermeisters drinken. Dat is een goede bodem.”

Aan het begin van de avond loopt de directeur van de Oranjerie door de lounge van zijn hotel. De gasten zijn vertrokken, maar de sporen van het feest zijn nog duidelijk te zien. Hij schopt tegen een hoop confetti. De Hollander Luiten heeft het carnaval kennelijk nog niet in zijn hart gesloten.