Hollis onderbreekt de stilte met schroom

Mark Hollis, voormalig zanger van de Britse groep Talk Talk, maakt een bescheiden begin met een solocarrière, waarbij de stiltes van ruisende luchtmoleculen die zijn titelloze cd omlijsten, een vervolg lijken te zijn op het stille gezoem van de laatste Talk Talk-plaat. Talk Talk maakte nog bombastische nummers. Hollis nu: “Waarom drie noten spelen als één volstaat?” Mark Hollis: Mark Hollis (Polydor 537 688-2)

AMSTERDAM, 23 FEBR. “Stilte is een essentieel onderdeel van mijn muziek,” zegt Mark Hollis terwijl de trams voorbij razen aan het balkon van zijn hotelkamer. “Voor de innerlijke kalmte van een muziekstuk is het belangrijk dat er stiltes vallen. Waarom drie noten spelen als één volstaat?”

Nog niet zo lang geleden was Hollis de zanger van de Engelse popgroep Talk Talk, bekend van bombastische en melodramatische popsongs als Such A Shame en Life's What You Make It. Begin jaren tachtig werd Talk Talk met Ultravox en Duran Duran gerekend tot de 'new romantics', een modieuze stroming die de popmuziek na het destructieve nihilisme van de punk weer groots en meeslepend moest maken. Als trend was het geen lang leven beschoren, maar Talk Talk ontwikkelde zich op eigen kracht tot een oorspronkelijk popfenomeen dat sfeervolle albums als The Colour Of Spring en Spirit Of Eden naliet.

Vorig jaar verscheen een verzamelalbum van het in 1992 opgeheven Talk Talk, met op de verpakking een afbeelding van een gekooide vogel. Kan Hollis zich vinden in de bijbehorende symboliek? “Talk Talk is een afgesloten hoofdstuk. Ik bemoei me op geen enkele manier met de heruitgavenpolitiek van de platenmaatschappij en ik heb geen idee wat ze met die hoes duidelijk willen maken.

“In het begin heb ik onder druk van het hitparadesucces nog wel eens artistieke beslissingen moeten nemen waar ik niet helemaal achter stond, maar zeker in de laatste jaren van het bestaan van Talk Talk vond ik de financiële armslag om in alle rust te werken. In wezen is mijn soloplaat het logische vervolg op de platen die ik toen maakte, ook al gebruik ik geen elektrische instrumenten meer en zul je me niet zo snel nog eens in Top of the Pops aantreffen.”

Het slotakkoord van Talk Talk op de cd Laughing Stock begon met een stilte van vijftien seconden, waarin alleen het zoemen van de gitaarversterker hoorbaar was. Ook Mark Hollis, het titelloze solodebuut van de zanger met de karakteristieke snik in zijn stem, begint en eindigt met niets anders dat het ruisen van luchtmoleculen door de kamer waarin de muziek werd opgenomen, aan het eind zelfs minutenlang. Met hulp van een drietal producer/arrangeurs schreef Hollis vooraf de partijen uit voor het volledig akoestische instrumentarium, live gespeeld door een veertienkoppig kamerorkest van pop-, jazz- en klassieke muzikanten.

“In de popwereld is het een standaardpraktijk om gebruik te maken van meersporenrecorders, waardoor een opname tot in het kleinste detail kan worden bijgeschaafd, overgedubd en opgepoetst. Ik hou van de toevalsfactor die ontstaat als je een groep muzikanten samen in een kamer zet. De wisselwerking tussen de muzikanten, ook bij van tevoren uitgeschreven muziek, levert een magie op die bij zo'n overgeproduceerde popplaat verloren gaat.”

Zelf speelt Hollis nog wel een enkele partij (akoestische) gitaar, maar klarinet, harmonium, fagot en cor anglais zijn minstens zo belangrijk in het klankbeeld. “De klarinet is het mooiste muziekinstrument dat ik ken,” zegt Hollis, “nauw verwant aan de menselijke stem en zeer geschikt om emoties te verklanken. Bij Talk Talk werd de dynamiek van de hardere passages altijd gedicteerd door het volume van de drums. Nu ben ik in de gelegenheid om een cd te vullen met muziek die zo zacht is, dat de adem van de houtblazers en het schuiven van vingers langs de fretten van de gitaar hoorbaar zijn. De hele plaat is opgenomen met twee microfoons, zoals dat in de jazz gebruikelijk is. Wat je hoort is alleen de ambiance van de kamer waarin we ons bevonden, plus de interactie tussen de instrumenten.”

Zijn onverminderd weemoedige stem is niet altijd even goed verstaanbaar en aan zijn teksten moet geen overdreven waarde worden gehecht, zegt Hollis, zelfs niet als hij rept over 'the bridges that I burnt' in het nummer met de onmiskenbaar aan Talk Talk referenende titel The Colour Of Spring. “Mijn stem is niets meer en niets minder dan één van de instrumenten die me ter beschikking staan. Bij een songtekst vind ik de klank van de woorden het belangrijkst. Daarna denk ik pas na over de betekenis en de beelden die ik ermee wil oproepen. The Colour Of Spring is een mooi beeld, kleurrijk en optimistisch.”

Nu hij de reguliere popwereld achter zich heeft gelaten, lijkt Mark Hollis eenzelfde plaats in te nemen als de legendarische Scott Walker: een alom gerespecteerde Einzelgänger die onder dreigt te gaan in de schoonheid die alleen door een klein publiek wordt herkend. Hollis voelt zich daar niet door aangesproken, want “ik ben het stadium voorbij dat ik mijn muziek pas geslaagd vind als er veel mensen naartoe worden getrokken. Er is een plaats voor deze muziek in de wereld. Als dat een kleine plaats is, stel ik me daarmee tevreden. Ik ben allang blij dat ik niet meer met zo'n kunstmatige stroming als 'new romantics' word vereenzelvigd. Laat mij maar een kluizenaar in de popwereld zijn. Of ik een romanticus ben, moet elke luisteraar voor zichzelf uitmaken.”

Vooralsnog kan dat alleen door middel van de cd, herkenbaar aan de intrigerende hoesfoto van een brood in de vorm van een dierengestalte. “Een Italiaans paasbrood dat een lammetje moet voorstellen. Dat leek me toepasselijk”, zegt Hollis zonder een spoor van ironie. Optredens behoren volgens de zanger niet tot de mogelijkheden. “Deze muziek is zo zacht en zo afhankelijk van de juiste sfeer, dat de essentie verloren zou gaan met een publiek erbij. Als er iemand kucht, klinkt dat al harder dan de hele groep bij elkaar. Popmuzikanten blijven doorgaans te lang hangen bij muziek die al lang en breed voltooid is en die door de tredmolen van tournees volledig wordt doodgespeeld. Ik vind het geen straf om op dit lawaaiige hotelbalkon over mijn muziek te praten, maar in mijn achterhoofd ben ik alweer met een nieuw project bezig.”