Goed nieuws voor de pc-gebruiker

Met het aanbod van computers is iets merkwaardigs aan de hand. Sinds jaren dalen de prijzen van onderdelen zoals processoren, harde schijven en cd-romspelers. Een computer van tien jaar geleden, waarmee je goed kunt tekstverwerken, zou met de technologie van nu niet meer hoeven kosten dan een paar tientjes. Toch kost een personal computer nog altijd tweeduizend gulden of meer.

Fabrikanten houden hun omzet hoog door onderdelen die te goedkoop worden niet in nieuwe machines te verwerken. De software-industrie werkt ijverig mee door uitgebreide versies van programma's te maken.

De extra capaciteit van de apparaten wordt zo gevuld met nieuwe snufjes die door bijna niemand worden gebruikt, als mensen al van hun bestaan weten. Ervoor betalen doe je wel, en de eigenwijzen die niet meedoen houden dat maar een beperkte tijd vol omdat het moeilijk wordt bestanden uit te wisselen met de buitenwereld.

Waarom kun je geen goedkope computers krijgen met een zwartwit scherm, zonder harde schijf en met ongeveer de software van de eerste Apple Macintosh? Wel, er is nieuws voor de consument met de bescheiden behoeften. Ze komen eraan. En ze zijn er in verschillende soorten.

Bijvoorbeeld de Velo van Philips, een zakcomputer met een van ballast ontdane versie van Windows, voor de snelle zakenman. De E-mate van Apple, gebaseerd op de met de pen bedienbare Newton. De E-mate heeft een half doorzichtige groen plastic behuizing met ronde vormen en is ontworpen voor de schooljeugd.

Er is de netwerkcomputer, die in verschillende varianten wordt aangeboden onder namen als NC, NetPC en dergelijke. De netwerkcomputer moet hetzelfde kunnen als de bureau-pc's van nu, waarbij dure en onderhoudsgevoelige onderdelen worden ondergebracht in de centrale computer van een netwerk. De netwerkcomputer komt voort uit een pleidooi van Oracle-topman Larry Ellison enige tijd geleden voor een computer van 500 dollar die zijn moeder zou kunnen bedienen.

Het verbijsterende is: deze uitgeklede machines kosten niet een paar tientjes, ook geen vijfhonderd dollar, maar in Nederland circa vijftienhonderd gulden, nauwelijks minder dan een goedkope bureau-pc. In de minuscule afmetingen, de penbediening, de zuinigheid met de batterijen of de netwerkvaardigheden vindt de industrie toch weer een argument om de prijs hoog te houden. De bediening is niet zozeer makkelijker als wel wéér anders, zodat iedereen weer naar cursus moet.

Aan de verwarring draagt bij dat de gewone Windows-PC's, de complexe multimedia-gevaartes, aan een prijsval beginnen. Ze worden hier en daar al aangeboden voor 1.000 gulden, overigens zonder monitor van minimaal 500 gulden. Vanuit de VS komen voorspellingen van een PC voor 300 dollar tegen het einde van dit jaar.

Het is, kortom, al weer tijd voor nieuwe versies van de vereenvoudigde computers. Makers als Philips, Apple en de volgelingen van Ellison staan daarbij voor een cruciale keuze: een paar toeters en bellen erbij is misschien hun eerste reflex.

Maar eigenlijk hoort een nieuwe versie van een versimpelde computer juist n=g minder te kunnen. In elk geval zal de prijs omlaag moeten.