Geheim rapport nu openbaar; Arrogantie CIA oorzaak 'Varkensbaai'

ROTTERDAM, 23 FEBR. Het Varkensbaai-fiasco, de mislukte landing in april 1961 van 1.500 Cubaanse ballingen om Fidel Castro ten val te brengen, was het gevolg van onwetendheid, incompetentie en arrogantie bij de CIA.

Meer dan 36 jaar na dato is het voor de CIA vernietigende rapport van inspecteur-generaal Lyman Kirkpatrick van de CIA over de affaire openbaar geworden. Negentien copieën van het rapport uit oktober 1961 zijn meteen vernietigd, het laatste exemplaar verzamelt al decennia stof in de kluis van de CIA. Dat is nu op basis van de Freedom of Information-Act vrijgegeven. En hoewel de grote lijnen van het Varkensbaai-fiasco bekend zijn, promoveert dit rapport de bestaande reconstructies tot feiten.

Indertijd wees de CIA de kersverse president Kennedy als hoofdschuldige aan, wat hem de diepe wrok van Cubaanse ballingen opleverde. Hij zou het groene licht hebben gegeven voor de onder zijn voorganger Eisenhower in gang gezette invasie en vervolgens luchtsteun hebben geweigerd toen de ballingen op het strand werden vastgepind en na drie dagen vechten in zee werden gedreven. De Varkensbaai was voor de Sovjet Unie aanleiding om nucleaire raketten op Cuba te stationeren, wat de wereld in 1962 op de drempel van nuclaire vernietiging bracht.

Het rapport legt echter alle verantwoordelijkheid bij de CIA. De organisatie had al te veel vertrouwen in zijn vermogen regeringen ten val te brengen - dat was in Iran in 1953 en in Guatemala in 1954 tenslotte prima gelukt. Daarom dacht de CIA ook wel een militaire operatie tegen Castro te kunnen leiden, hoewel dat de taak van het Pentagon had moeten zijn.

De onderneming leed aan een overdaad aan geld - 46 miljoen dollar - en gebrek aan logistiek en planning. Ook bleek de CIA nauwelijks op de hoogte van de situatie op Cuba. Dat was des te ernstiger omdat de CIA de voormannen van de Cubaanse ballingen nauwelijks bij de operatie betrok, maar zelf de leiding nam. In kampen in Miami, Key West, New Orleans, Guatemala en Nicaragua moesten ongemotiveerde Cubaanse recruten CIA-mensen gehoorzamen die meestal geen woord Spaans spraken. En al wisten veel journalisten al lang van de Amerikaanse betrokkenheid, de CIA koesterde de “pathetische illusie” dat te kunnen toedekken. “Belachelijk, tragisch of allebei”, aldus Kirkpatrick.

De regering-Kennedy werd intussen verkeerd voorgelicht. Kennedy dacht dat het een klassieke CIA-operatie zou worden, zonder aantoonbare Amerikaanse betrokkenheid. Ook spiegelde de CIA hem voor dat er op Cuba een ondergrondse van 30.000 man bestond, die het invasielegertje te hulp zou schieten. Pas zeer laat ontdekte Kennedy dat de CIA Amerikaanse vliegtuigen wilde inzetten. Toen hij dat op 16 april verbood, verliep de invasie.

Het rapport-Kirkpatrick is binnenkort te lezen op de website van het National Security Archive: http:www.seas.gwu.edu/nsarchive.