Directoire

Soms heb je het gevoel dat je met je nagels aan het verleden hangt. Nog nét heb je iets beet, begrijp je iets: straks is het weg.

In Armoede van Ina Boudier-Bakker, gepubliceerd aan het begin van deze eeuw (die uitdrukking alleen al maakt weemoedig; binnenkort is hij zo waardeloos als een afgestempeld treinkaartje) - in dat mooie boek staat een passage over ondergoed. Maar voor lezers van nu is dat bijna niet meer te zien. Let op: Bernard Terlaet, arts en ongetrouwd, peinst over de ellende van zijn vrijgezellenbestaan. Zijn keukenmeid kookt zo abominabel, zijn zoveelste huishoudster is een lui wijf dat nergens naar kijkt, het is overal smerig ook... Hij zou in godsnaam maar eens weer een valies met kapotten rommel mee naar Lena nemen, die maakte 't dan wel netjes in orde. Hij kon toch zóó niet loopen, hij zou zich geneeren, als hij eens een ongeluk kreeg...

Zijn ondergoed, daar heeft Bernard het over. Dat moest je vroeger netjes houden omdat je nooit wist wat je op straat zou overkomen. Kwam je ineens in het ziekenhuis terecht, dan zouden ze je versleten of kapotte ondergoed kunnen zien. Mijn grootmoeder leerde mij dit in de jaren zestig, en ik vond het zo'n fascinerende gedachte dat zij mij is bijgebleven.

Het hele idee van het 'netjes houden' van je ondergoed is verdwenen. Schoon, dat moet nog steeds, nee, meer dan ooit. Je kunt veel lelijks zeggen van de twintigste eeuw, maar de properheid van de gemiddelde onderbroek is er zeker op vooruitgegaan.

Maar verstellen is iets anders: niemand verstelt nog ondergoed. Het hoeft niet meer, het loont niet meer, het hele woord begint al iets schimmigs te krijgen. Hebt u, lezeres, de laatste tijd nog een zoompje in een hemd van uw man hersteld? Of een stuk gezet op zo'n half weggesleten plek, onderaan het zitvlak van een onderbroek?

Voor wie houdt van het verborgene en het onuitsprekelijke is de geschiedenis van het ondergoed een dromenland. Zelf heb ik mij de laatste tijd verdiept in de directoire. Directoirtje, zeiden dames liever. Voor jeugdige lezers moet hier misschien worden verklaard dat directoire een damesonderbroek is; de naam herinnert aan een episode in de Franse geschiedenis, kort na de Revolutie. Die dubbele betekenis zorgde vroeger nog wel eens voor gegniffel - als je tenminste nog weet wat dát is - tijdens de geschiedenisles.

De directoire is uitgevonden in 1914. Sommige mensen zeggen dat in dat jaar de twintigste eeuw begon, en dat is dan heel toepasselijk, want de directoire was de eerste praktische damesonderbroek, zonder knopen of banden, gewoon van tricot met elastiek in het middel en de pijpen. Die pijpen reikten aanvankelijk bijna tot de knie, wat goed uitkwam in verband met de inkijk, want de rokken werden steeds korter. Zou het daarom zijn geweest dat directoires in allerlei kleuren te koop waren, roze, bleu, zeegroen? Er was iets oh là là-achtigs aan de directoire. Er was zelfs een liedje over, dat begon met 'Koekoek, koekoek...' Onderbroekenlol, zeg maar.

Het einde van de eeuw heeft de directoire niet gehaald. Hij werd korter, krapper, het elastiek werd niet meer in een zoom gedaan (zodat je het kunt vervangen als het onverhoopt knapt) maar domweg vastgenaaid; eerst aan de pijpen en tegenwoordig meestal ook aan het middel. Dat snijdt akelig in het damesvlees - maar het is goedkoper te maken in de fabriek en onrepareerbaar thuis, ideaal dus voor de ondergoedverkoper. Laatst trof ik nog een paar van het ouderwetse zoompjestype, drie voor een tientje bij de Hema. Ze wilden ze duidelijk kwijt.

Lieve directoires, dierbare wereld. En dan hebben we het nog niet over de step-in, tussen 1930 en 1960 door miljoenen vrouwen gedragen tot hij ineens was uitgestorven, als een prehistorisch monster. En de onderjurk, ook al een vondst van deze eeuw waarmee het niet goed schijnt te gaan. Je ziet nu in de winkels een glibberig, strak totaalhoesje dat alle hier genoemde artikelen plus de beha vervangt: slimdress heet het. Brrr. Als u mij zoekt, ik ben in dromenland.