Cultuureilandjes

Van de bijna 600.000 inwoners van Rotterdam zijn er bijna 250.000 van allochtone herkomst. In het jaar 2000 zullen niet-autochtone Rotterdammers in een flink aantal wijken in de meerderheid zijn. Meer dan de helft van de Rotterdamse jongeren heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

GroenLinks vindt daarom dat het cultuurbeleid hoog op de agenda moet staan van het college van B en W dat na de gemeenteraadsverkiezingen van 4 maart wordt gevormd. Het nieuwe cultuurbeleid moet niet langer worden gekenmerkt door de grote K van kunst, maar het moet integraal zijn, uitgaande van de “grote verscheidenheid in een stad vol van tradities en nieuwe stromingen”. Hoe dat moet gebeuren was het onderwerp van een GroenLinks-bijeenkomst, zaterdag in 'De Unie' aan de Westersingel, waar deze maand ook wordt gediscussieerd over de bouw van moskeeën, huisvesting voor allochtone ouderen en het allochtone uitgaansleven.

De Rotterdamse Kunst Stichting (RKS) houdt zich al bezig met 'multiculturalisering', het 'nauwer met elkaar verbinden van culturen'. “Kunstenaars doen dat al en dat moeten we dus niet tegenwerken”, zei Robert de Haas, directeur van de RKS. “We moeten kwaliteit blijven nastreven, maar het wordt wel een andere kwaliteit.”

Enkele vertegenwoordigers van allochtone groepen vonden dat het veel beter kan. “Instellingen die zich met cultuur bezighouden, moeten hun eigen soldaten inzetten om signalen op te vangen. Alle cultuureilandjes moeten met elkaar verbonden worden, zodat een nieuwe stadscultuur ontstaat”, vond Shirley Azimullah, beleidsadviseur en cultuurentrepeneur. A. Hassani Idrissi, coördinator deskundigheidsbevordering van de Stichting Buitenlandse Werknemers Rijnmond vond dat de (gemeentelijke) culturele instellingen een beter multicultureel personeelsbeleid moeten voeren. Wat er op dat gebied gebeurt, noemde hij pover en timide.

GroenLinks-lijsttrekker wethouder Herman Meijer, die na de verkiezingen best wethouder voor cultuur wil worden, vond dat de overheid “stimulerend en bondgenootschappelijk” moet zijn. Dat is niet altijd gemakkelijk. Al maanden geleden bood de Marokkaanse gemeenschap een fontein aan voor een plaats in het centrum van de stad. Hassani Idrissi: “Het is frustrerend dat er nog steeds geen besluit is genomen op welke plek dit voorbeeld van de gigantische schoonheid van de Arabische architectuur mag komen.”

Een ander cultuurprobleem van meer prozaïsche aard is het toenemend gebrek aan (goedkope) 'mega-plekken' voor grote feesten en massale houseparty's. Ook daarover werd zaterdag gediscussieerd, niet door GroenLinks, maar door de PvdA die, heel bondgenootschappelijk, wil voorkomen dat organisatoren van dergelijke evenementen hun heil buiten de stad zoeken. Dat gebeurt de laatste tijd steeds vaker, want beschikbare plaatsen zijn duur en de vergunningen streng.

In theatercafé Nighttown konden jongeren rond middernacht hun bekende wensen uiten. De bijeenkomst stond onder leiding van Ted Langenbach, behalve organisator van grote danceparty's ook kandidaat-raadslid voor de Stadspartij. Voor de PvdA was dat geen bezwaar - bij verkiezingen telt elke stem. En wie de dansende jeugd heeft, heeft de toekomst.